Met de stoomboot naar het Panorama in de Plantage

Nog even en we kunnen weer vrij reizen, zoals we dat 125 jaar geleden ook al konden. Toen reisde je nog met de stoomboot en kon je attracties bezoeken over het leven van Jezus Christus.

In mei 1892 verschijnt bij uitgeverij Van Holkema & Warendorf een reisgids voor Amsterdam. De gids is samengesteld door het Nieuwsblad voor Nederland, dat in de hoofdstad 20.000 abonnees heeft. En dat is, zo meldt de krant trots, méér dan alle andere dagbladen te samen. De gids, die van fraaie tekeningen is voorzien, is uitermate doorwrocht. Alleen al aan de collectie van het Rijksmuseum worden 22 pagina’s gewijd.

Titelpagina van de Geïllustreerde Gids van Amsterdam. Via Delpher.

Hoezo Venetië?

Amsterdam wordt vaak het Venetië van het Noorden genoemd, maar de reisgids heeft zo zijn bedenkingen. ‘Hoezo Venetië? Waar zijn die paleizen en de gondels dan? Nou ja, bruggen zijn er wel, 370 om precies te zijn. Hoge bruggen die er uit zien als ‘de gekromde rug van een poes.’

Wie over Amsterdam schrijft, kan natuurlijk niet om de slappe veengrond heen, die het nodig maakt dat er eerst heipalen van 12-16 meter de grond in moeten worden geslagen, voordat je kunt bouwen. Amsterdam is een stad waar de bewoners op de toppen van de bomen wonen, schreef  Erasmus.

Goed, Amsterdam is dan geen Venetië, maar het zijn wél de grachten die de stad een bekoorlijke aanblik geven. Vooral de Binnenamstel biedt bij maneschijn, gezien vanaf de Hogesluis, ‘een verrukkelijk schouwspel.’ Napoleon zou de brug zelfs een ‘pont des amoureux’ hebben genoemd, al zag de sluis er in zijn tijd wel wat anders uit dan nu, zo merkt de gids op. Nou ja, bij maneschijn ziet alles er verrukkelijk uit, zeker als je met je liefje op de Hogesluis staat.

De Binnenamstel bij de Hogesluis, met zicht op het Paleis voor Volksvlijt, ca. 1885. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Het vervoer

Veel mensen betreden Amsterdam via het in het IJ gebouwde Centraal Station, waar je niet alleen de trein kunt nemen naar Haarlem of Hilversum, maar ook een trein kunt pakken naar het Staatsspoorstation (voorheen Rhijnspoorwegstation) bij de Weesperpoort, vanwaar de Gooische Stoomtram naar Muiden, Naarden en Muiderberg vertrekt.

Maar moet je in de stad zelf zijn, dan wijst op het station een politieagent aan bij welke aapjeskoetsier je mag instappen. De koetsiers zijn wat vreemd uitgedost en daarom heten ze zo. Voor een ritje van een half uur betaal je 60 cent, voor een rijtuig met twee paarden betaal je het dubbele. Hoedendozen kunnen gratis mee, voor overige bagage betaal je tien cent.

Een ‘aapjeskoetsier’ wacht in de regen naast zijn rijtuig op een klant, voor het American Hotel aan het Leidseplein, ca. 1907-1098. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Stoomboten

Trams zijn er al volop en met de havenstoomboot kun je naar de Rietlanden, Zeeburg of Nieuwendam. Een zogenaamde kettingboot, die we nu een pont zouden noemen, vaart elk kwartier naar het Tolhuis. Wil je via de Amstel naar Ouderkerk, dat kun je bij de Achtergracht op de boot stappen. Verder vertrekken er stoomboten naar Alkmaar, Zaandam en Purmerend. En in de zomer vertrekt elke zondagmorgen om tien uur een boot vanaf het Westerhoofd (De Ruyterkade) naar Marken. Kom daar nu maar eens om.

Steiger aan De Ruijterkade voor de boot naar Zeeburg en Marken, 1900. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Amstelhotel

Wil je in Amsterdam overnachten en ben je goed bij kas, dan kun je in het 150 kamers tellende Amstelhotel je intrek nemen. Grote kans dat je een vorst of vorstin tegen het lijf loopt, want ene dr. Mezger houdt daar praktijk. Ook de shah van Perzië mag er graag komen.

Slapen kun je ook in het Victoria Hotel aan de Prins Hendrikkade, dat om twee huisjes is heen gebouwd. Eén daarvan is  van een kleermaker die zijn huisje niet aan het hotel wilde verkopen, omdat ze hem te weinig boden. Inmiddels zit er een souvenirwinkel in. En dan heb je nog Krasnapolsky, dat niet alleen een hotel is, maar door de gids wordt aangeprezen als ‘een van de grootste en sierlijkste koffiehuizen der wereld’.

Prentbriefkaart van de Buiten Amstel gezien naar Nieuwe Amstelbrug, met rechts in de achtergrond het Amstelhotel, ca. 1910. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Panopticum

Ben je toe aan een beetje vermaak, dan kun je anno 1892 al naar Circus Carré, het Paleis voor Volksvlijt of het Concertgebouw, maar dat is niet het enige vertier. In de Amstelstraat heb je bijvoorbeeld het Grand Théatre Van Lier, waar afwisselend Hollands, Duits en Frans vertier wordt geboden. Of je gaat in dezelfde straat naar de Salon des Variétés, waar revueliefhebbers hun hart kunnen ophalen.

De Amstelstraat is sowieso een uitgaansstraat, want op de plek waar later de AMRO-bank zal verrijzen, bevinden zich de wassenbeelden van het Nederlandsch Panopticum. Onderin het gebouw zit een café-restaurant, waar elke avond wel een dameskapel optreedt. Op de bovenverdieping kun je kijken naar de wassenbeelden van beroemde luitjes als koning Willem III en Prins Frederik, maar je kunt ook zien hoe de pausen Pius IX en Leo XIII, Darwin, Schiller, Goethe en Michiel de Ruiter er hebben uitgezien. Dat is nog eens andere koek dan Lil Kleine of de Hulk, die Madame Tussauds anno 2021 in de aanbieding heeft. Er is ook nog een heuse gruwelkamer, met onder andere de cel van de Bastille en verder zijn er maskers te zien van beroemdheden als Luther, Napoleon en Beethoven.

Het Atelier van Rembrandt, nagebouwd met wassenbeelden in het Nederlands Panopticum aan de Amstelstraat, ca. 1905. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Tolhuis

De Nederlandsche Opera speelt in de Parkschouwburg in de Plantage Parklaan en als je het IJ oversteekt, kun je naar het Tolhuis, dat in die tijd een populaire uitspanning voor jong en oud is. Je vindt daar een kegelbaan en banen waar je met kamerbuks of pijl en boog kunt schieten, naast gymnastiektoestellen en andere ‘vermakelijkheden’ voor de jeugd. Een paar keer in de week kun je er ’s avonds voor 25 cents een concert van een militaire kapel bijwonen, dat meestal met vuurwerk wordt besloten.

Ben je een cultuurliefhebber, dan kun je overdag naar het Koninklijk Paleis op de Dam, dat op maar liefst 13.659 palen rust. Het is tussen 1648 en 1655 gebouwd als raadhuis en ontworpen door Jacob van Campen. In 1808 wordt het een Koninklijk Paleis, dat je voor een ‘fooi’ van 25 cent kunt bezoeken. Voor eenzelfde bedrag mag je de toren beklimmen. Liefhebbers van olijftakken, slagzwaarden en maagden kunnen in het paleis hun hart ophalen.

De Dam met het Koninklijk Paleis, ca. 1850-1870. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Victoria Amazonica

Natuurliefhebbers kunnen naar de Hortus Botanicus, waar je bij de vijver kunt wegdromen bij een reusachtige cypres, die in de drassige oever van de Missisippi is opgegroeid en door de beroemde plantkundige Linnaeus zou zijn geplant. En wat te denken van de enorme waterlelie Victoria Amazonica, die oorspronkelijk uit de warme en vochtige binnenlanden van Bolivia afkomstig is. De Victoria Amazonica bloeit maar twee nachten, in juli of augustus, en beschikt over reuzenbladeren met een opstaande rand, die sterk genoeg zijn om ‘een vijftien- of zestienjarige knaap te dragen,’ zo meldt de gids. Dat moet dan wel een schriel ventje zijn, want de bladeren kunnen maximaal 40 kilo dragen, vandaar dat er regelmatig fotomiddagen voor ouders met jonge baby’s worden georganiseerd.

De bloeiende Victoria Amazonica in een kas van de Hortus Botanicus, 1865. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Artis Magistra

Van de Hortus is het maar een klein stukje lopen naar diergaarde Artis Magistra. Uitvoerig beschrijft de gids de levende have en ook komen we alles te weten over de zoet- en zoutwaterbassins van het aquarium. Dat zoute water komt uit de haven van IJmuiden en wordt met stoombootslepers aangevoerd. De bassins hebben samen een inhoud van 230.000 liter water. Na afloop strijken we nog even neer onder de hoge bomen van de muziektent, waar in de zomermaanden elke woensdag een muziekuitvoering wordt gegeven.

Maar wij hebben Artis dan al verlaten via het draaihek van het aquarium en via de Plantage Middenlaan lopen we naar het statige Panoramagebouw.

Prentbriefkaart van de Plantage Middenlaan met het aquariumgebouw van Artis, ca. 1908. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Panorama

Het Panoramagebouw is de Amsterdamse tegenhanger van Panorama Mesdag in Den Haag. Panorama’s zijn een negentiende-eeuwse vorm van volksvermaak en Amsterdam heeft er in totaal zes van gehad. Het Panoramagebouw aan de Plantage Middenlaan 50 opent op 21 december 1880 de deuren. Gerard Frederik Westerman, die ook directeur van Artis is geweest, is de eerste directeur. Als het panoramagebouw in 1935 wordt gesloopt, omdat de film inmiddels veel populairder is geworden, wordt er een plantsoen van gemaakt, dat naar hem wordt vernoemd.

Maar in 1880 is het gebouw nog gloednieuw. En een enorme publiekstrekker. Het eerste jaar trekt het Panorama 80.000 bezoekers. Architect van het cirkelvormige gebouw is Isaac Gosschalk, die zich heeft laten inspireren door het Panorama aan de Champs-Elysées in Parijs. De panoramaschilderijen zijn immens: 115 lang en 15 meter. Als bezoeker sta je er middenin, in welke zin het een voorloper is van de huidige Imax-film.

Prentbriefkaart van het Panoramagebouw aan de Plantage Middenlaan, ca. 1900. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Pompeï

Het eerste panorama gaat over de slag van Haarlem, in januari 1887gevolgd door ‘De verwoesting van Pompeï’. Twee jaar later volgt ‘Het Panorama van Scheveningen’ van Hendrik Willem Mesman, één van de weinige panoramaschilderijen die bewaard zijn gebleven. En op het moment dat onze reisgids verschijnt, in 1892, kun je er dus kijken naar de kruisiging van Jezus Christus.

Bezoekers staan op een platform en kijken als het ware uit over de Calvarieberg, waar Jezus naar op weg is met een kruis op zijn schouders. De makers van het panorama, A. Brouwer uit Hilversum en Josef Krieger uit München, zijn speciaal naar Palestina getogen om daar ‘uitvoerige archeologische en topografische studiën’ voor dit panorama te verrichten.

Panorama De Kruisdood van Christus, geschilderd door A. Brouwer met medewerking van J. Krieger, S. Reisacher en C. Frosch. Gedeelte links van de Kruisigingscène, met gezicht op de tempel in Jeruzalem. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

De Olijfberg

We zien de reusachtige tempel, door Herodus in wit marmer opgetrokken, met daarachter de Olijfberg, ‘op welks top Christus van zijn apostelen afscheid nam en ten Hemel steeg.’ Uiteraard wordt ook Christus’ kruisdood uitgebeeld. Achtereenvolgens zien we het kruis waar de stervende Verlosser aan hangt, Maria die haar handen vouwt en naar Hem opkijkt, Maria Magdalena die onder aan het kruis ligt geknield en we zien de soldaten dobbelen.

We rukken ons los van het indrukwekkende schouwspel en brengen vervolgens een bezoek aan het Vondelpark, dat in 1865 is aangelegd met giften van de burgerij en sindsdien flink is uitgebreid. We wandelen langs het Paviljoen met zijn ruime zalen, biljartzaal en brede bordessen, waar wandelaars, rijtuigen en ruiters langstrekken. Op het terras kun je, net als nu nog, een verversing gebruiken. Vanaf het paviljoen strekt het park zich in verschillende richtingen uit, ‘met overbrugde waterpartijen en lommerrijke lanen.’

Het paviljoen in het Vondelpark, gebouwd naar een ontwerp van architect W. Hamer, geopend in 1881. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Polen

Inmiddels hebben we flinke trek gekregen en kunnen we kiezen uit restaurant Riche op het Rokin of Van Laar in de Kalverstraat, waar je voor drie gulden een maaltijd kunt gebruiken. Zonder wijn, dat wel, maar je kunt niet alles hebben. Heb je zin in koffie, dan ga je naar het al sinds 1781 in bedrijf zijnde Poolsche Koffiehuis in de Kalverstraat, beter bekend als ‘Polen’, waar ze naar verluid de beste koffie van de stad serveren. Bierliefhebbers kunnen in de Warmoesstraat en op het Damrak terecht, ‘waar elke Münchener biersoort zijn eigen kneip heeft.’

De volgende ochtend gaan we met de reisgids in de hand in het Gooi wandelen. Op naar de heerlijke beukenlaan van het bos van Bredius in Bussum en de velden met boekweit en rogge, waar we langs komen op weg naar het dan nog landelijke Laren, met zijn heuvelachtige heidevelden en schilderachtige plekjes. En zo worden er meer uitstapjes beschreven, naar de Zaanstreek, IJmuiden en Wijk aan Zee.

Een groepje kunstenaars aan een tafel in een café, vermoedelijk Mille Colonnes of het Panopticum. Tekening van Isaac Israels, ca. 1890-1895. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Singer

De reisgids bevat niet alleen tips, maar ook een aantal advertenties. Zoals voor The Singer Manufacturing Company uit New York, die op dat moment de grootste naaimachine producent ter wereld is. De Singerfabrieken maken maar liefst 3000 naaimachines per dag en hebben vestigingen ‘in alle delen van de beschaafde wereld’. En omdat Nederland blijkbaar een beschaafd land is, mag ons land bogen op dertig winkels, waarvan één in de Kalverstraat.

En Singer is best wel sociaal, zo maken we uit de advertentie op, want ze verkopen hun naaimachines ook aan ‘onbemiddelde, mits eerlijk bekend staande personen’, als ze maar elke week een bedragje kunnen aflossen. Op die manier kunnen ook ‘arme naaisters’ en ‘kleine ambachtslieden’ in het bezit van een eigen machine komen ‘ en zich aldus ‘aan de ellende van het met de hand naaien onttrekken.’

Singer’s Naaimachines aan de Kalverstraat 25, ca. 1880. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Tekst: Arnoud van Soest

De ‘Geillustreerde gids voor Amsterdam’ werd in 1892 uitgegeven door Van Holkema & Warendorf. Als je geluk heb kun je er via websites als Boekwinkeltjes nog een exemplaar van op de kop tikken, als je er tenminste € 125,- voor over hebt. De gids is overigens ook digitaal in te zien via de Koninklijke Bibliotheek.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van het digitale archief van de Koninklijke Bibliotheek, www.delpher.nl. Tevens is geput uit een artikelen dat Frits Slicht en Koen Kleijn voor Het Parool schreven over de tentoonstellingen in het Panoramagebouw.

Publicatiedatum: 05/05/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.