Hortus Botanicus in de Plantagebuurt

De poort van de Hortus Botanicus, van oorsprong een medicinale plantentuin, dateert uit 1716. De hekpijlers zijn versierd met het gebeeldhouwde wapen van Amsterdam met de Andreaskruisen en het oude stadswapen met het Koggeschip. De poort, nu met een getralied hek, maar vroeger met dichte deuren, stond symbool voor een streng toelatingsbeleid.

Zo moesten geregelde gebruikers als chirurgijns bij binnenkomst een speciale penning tonen. Andere bezoekers, veelal welgestelde heren uit binnen- en buitenland, mochten tegen betaling naar binnen. Nu is iedereen welkom en kunnen er door particulieren zelfs planten worden gekocht.

Poort van de Hortus Medicus van Amsterdam.

Poort van de Hortus Medicus van Amsterdam.

De Plantage

Midden in de stad ligt een geliefd wandel- en recreatiegebied: de Plantage. Eeuwenlang hebben Amsterdammers zich hier verpoosd zonder voor hun vertier de stad uit te hoeven. In de laat 17de-eeuwse stadsuitbreiding, het laatste deel van de grachtengordel ten oosten van de Amstel, was voldoende ruimte voor ontspanning. Amsterdam was over haar economische hoogtepunt heen en de groei van de bevolking stagneerde. Het stadsbestuur besloot het terrein te beplanten en het de naam Plantagie of Plantage te geven. Aan de noordkant van de Plantage was een driehoekig stuk grond gereserveerd voor een nieuwe Hortus Medicus (pas later is de tweede naam veranderd in Botanicus). De strak aangelegde tuin, met een verzameling medicinale planten die aanvankelijk vooral bestemd was voor onderzoek- en onderwijsdoeleinden, werd in1682 ingebruikgenomen.

Poort van de Hortus.

Poort van de Hortus.

Jan Commelin

Eén van de initiatiefnemers tot de aanleg van de nieuwe Hortus Medicus was de Amsterdamse koopman-botanicus Jan Commelin (1629-1692). Hij verdiende een fortuin aan de handel in kruiden en drogerijen, die hij verkocht aan apotheken en ziekenhuizen in Amsterdam en andere Hollandse steden. Op zijn landgoed Zuyderhout bij Haarlem kweekte hij exotische gewassen, meegenomen door de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Daarnaast onderhield Commelin contacten met eigenaren van andere buitenplaatsen. Al spoedig was hij de spil van een uitgebreid netwerk van corresponderende geleerden en amateur-botanici. Hij verzorgde verschillende botanische uitgaven, waaronder de Nederlandse Flora, gepubliceerd in1683. Inhetzelfde jaar werd hij commissaris van ‘zijn’ nieuwe Hortus.

Publicatiedatum: 01/06/2012