Mijn plek: Het Carillon voor de ‘helden der zee’

Welke plaats vind jij het meest kenmerkend voor Noord-Holland? Ko Minneboo kiest als zijn historische plek het ‘Carillon’. ‘Zo noemen wij in Den Helder het monument op het Helden der Zeeplein’. Geen zeehelden als De Ruyter, maar mannen die in vliegende storm naar schepen in nood voeren. Zoals Dorus Rijkers. Zijn dood gaf de aanzet tot dit ‘Carillon’. En Michiel de Ruyter? Die joeg bij Kijkduin een grote invasievloot naar huis.

Michiel de Ruyter kent iedereen. Maar een kleine steekproef leert dat de heldendaden van Dorus Rijkers nauwelijks nog bekend zijn. Een veertiger: ‘Is dat niet de naam van een reddingboot?’ De vorige eeuw leefde het hele land echter mee met het heldhaftige optreden van Dorus Rijkers en zijn mannen. Na zijn druk bezochte begrafenis, in 1928, besloot een nationaal comité dat er een monument moest komen voor mensenredders als Dorus.

Nationaal monument voor het Reddingswezen op het Helden der Zeeplein, in Den Helder het ‘Carillon’ genoemd. Foto: J.M. Pekelharing.

Dat monument kwam te staan op het Westplein van Den Helder, later toepasselijk omgedoopt in Helden der Zeeplein. Dat het monument daar nog staat, is een klein wonder. ‘Dat illustreert het probleem van Den Helder,’ constateert Ko Minneboo. ‘Zo veel van de stad van voor de Tweede Wereldoorlog is volledig verdwenen. Maar ik neem je mee naar het Nationaal monument voor het Reddingswezen dat zelfs bij de bouw van de Atlantikwall en tijdens alle bombardementen is blijven staan.’

De Atlantikwall was de verdediging van bunkers, kanonnen en versperringen die de Duitse bezetters langs de hele kust hadden opgeworpen om een mogelijke geallieerde invasie te bemoeilijken. ‘Als kind speelde ik op en rond het monument,’ aldus Ko Minneboo. ‘Mijn grootouders woonden daar in de buurt. Van de wijk van voor 1940 is helaas niets meer over. Het eerste bombardement op 10 mei 1940 was van de Duitsers, maar daarna vielen hier vijf jaar lang bijna wekelijks Britse bommen. In verband met de bouw van die Atlantikwall werd bijna het hele oude Den Helder door de Duitsers gesloopt, maar het monument is blijven staan.’

Op de kaart

‘Pak de laptop en ga even naar de website Den Helder op de kaart,’ adviseert Ko Minneboo. ‘Heb je dat gevonden? Klik nu op het rondje met het cijfer 50 daarin, dat ligt iets onder de dijk. Klik daarop en je zoomt dan in bij het eind van het Helders Kanaal. Klik nu op het rondje met het cijfer 11. En als het goed is, ben je dan bij het monument op het Helden der Zeeplein.’

Helden der Zeeplein met het monument na de bombardementen. Foto collectie Helderse Historische Vereniging.

‘Hier bij het Carillon, zoals wij in Den Helder dit monument noemen, komen verschillende lijnen met betrekking tot de Helderse historie samen,’ aldus Ko Minneboo. Het is boeiend te ervaren hoe je aan de hand van zijn uitleg, dankzij deze digitale kaart, een wandeling door de stad kunt maken. Je kan via het aanklikken van een van de thema’s kiezen waar je rond wilt neuzen.

In de tijd dat Ko voorzitter was van de Helderse Historische Vereniging is samen met het Regionaal Archief Alkmaar deze kaart voor Den Helder ontwikkeld. Rondkijkend (digitaal of in realiteit) op het Helden der Zeeplein raak je geïmponeerd door het robuuste, stoere monument. Steen voor steen gerealiseerd dankzij schenkingen en acties.

Opa Dorus

Het is allemaal begonnen met Dorus Rijkers (1847-1928), die opgroeide in een eenvoudig gezin en, zoals weekblad De Visscherij schreef, een moeilijke jeugd had. Zoiets als twaalf ambachten en dertien ongelukken. Dorus trouwde op zijn 24e jaar met een vissersweduwe ‘wier man in een storm gebleven was. Door dit huwelijk werd Dorus Rijkers meteen vader van zes kinderen, ja zelfs … twee jaren later, dus op zijn 26e jaar, was hij reeds grootvader! Het is dus geen wonder dat iedereen, die hem kende, sprak van Opa Rijkers.’

Borstbeeld van Dorus Rijkers in het naar hem genoemde hofje. De borst van de zeeheld is behangen met hem verleende onderscheidingen. Foto J.M. Pekelharing.

In 1872 redde Dorus met zijn eigen vlet 25 mensen van de Nederlandse bark ‘Australia’. Meteen daarna werd hij schipper van de Helderse reddingboot. Dorus heeft als schipper honderden mensen gered en daardoor landelijke en internationale bekendheid gekregen. Aan de vooravond van zijn tachtigste verjaardag schreef weekblad Schuttevaêr in 1926: ‘Wanneer de Noordwester-storm wreed en ontembaar op onze kusten aanstormde en de golven der zee als machtige watervloeden zich verhieven, dan stond hij, Dorus Rijkers te midden van zijn dappere ridders, gereed, den strijd met alles vernietigende elementen aan te binden.’

Kolkende zee

In december 1887 was Dorus Rijkers drie dagen en nachten achtereen in de weer om zoveel mogelijk bemanningsleden van een op zandplaat de Noorderhaaks gelopen Duitse bark te redden. Er waren verschillende reddingspogingen voor nodig. Ko Minneboo: ‘Opa Dorus was als schipper de enige die alle vier de keren meevoer. Een aantal roeiers ging drie keer mee, andere twee keer. Er waren steeds voldoende mannen aanwezig om elkaar af te lossen om de kolkende zee op te gaan.’ Uiteindelijk lukte het de ‘blauwe zeeridders’ om in totaal 23 opvarenden veilig aan wal te brengen.

Op het monument zie je verschillende beeldhouwwerken die de moedige daden van de zeehelden belichten. Foto J.M. Pekelharing.

Het was, vertelde Dorus later, hartverscheurend om schipbreukelingen tussen de verschillende tochten achter te moeten laten in de zware storm. Zij schreeuwden moord en brand, maar toch moest hij terug, wilde hij het leven van zijn mannen en hemzelf niet op het spel zetten. De keizer van Duitsland beloonde schipper Dorus voor deze reddingsactie met een gouden horloge. Een reddingsactie in 1888 honoreerde koning Willem III met het opnemen van Dorus in de Broederschap van de Nederlandse Leeuw.

In al die jaren dat hij uitvoer naar schepen in nood wist Dorus Rijkers met zijn mannen meer dan vijfhonderd zeelieden te redden. In 1911, opa Dorus was inmiddels 64 jaar oud, werd het reddingswerk hem te zwaar en stopte hij ermee. ‘Vaak komen Duitsers nog bij dit monument kijken,’ vertelt Ko Minneboo. ‘Jazeker weten die van het bestaan van Dorus Rijkers. Hij heeft immers talloze Duitse schepelingen gered. Aan het eind van zijn leven hing hij bij wijze van spreken scheef van alle onderscheidingen die hij op zijn borst kon spelden.’

Bliksemschichten

Voor het monument ten behoeve van de zeehelden was de Amsterdamse architect Piet Kramer (1881-1961) aangetrokken. Hij was geen onbekende in Den Helder, want in 1914 had hij het Marine Bondsgebouw, ‘de Burcht’, ontworpen. Scholieren verkochten speciale prentbriefkaarten om geld voor het monument bijeen te brengen, de PTT bracht bijzondere postzegels uit die waren ontworpen door Piet Kramer.

Begrafenis in 1928 van Dorus Rijkers bij wat toen nog het Westplein heette. Foto collectie Helderse Historische Vereniging.

Er is van alles te zien op en rond het monument, Theo Vis, Jan Schultsz en Gerrit van der Veen creëerden diverse beeldhouwwerken. Zo is er bijvoorbeeld de voorstelling van een naakte man die een bewusteloze drenkeling uit een wilde zee redt. Bliksemschichten schieten door de lucht, maar zie, bloemen op het vaste land lonken. De octopus op een beeldhouwwerk staat symbool voor de opdracht die de mannen op zee zich stelden om ondanks alle belemmeringen altijd een oplossing te vinden; de gebeeldhouwde duif biedt hoop, die weet de weg naar een veilig thuis.

Onverzettelijkheid, moed en hoop – dat straalt dit alles uit, geïnspireerd op de daden van Dorus Rijkers.

Carillon

Bovenin dit vijftien meter hoge monument hangt een carillon met tientallen klokken. Tijdens de Duitse bezetting, in 1943, moesten de klokken naar beneden worden getakeld om omgegoten te worden tot kanonnen. Het scheepskonvooi met geroofde klokken liep in 1944 op een zandbank bij Urk. De bezetters kregen te horen dat het schip met de klokken uit Den Helder niet meer te bergen was… Was dat echt zo? Kort na bevrijding bleek het toch mogelijk de klokken boven water te krijgen. De beiaardier liet in 1950 de klokken van het carillon weer door de stad klinken. Later is het aantal klokken van dertig uitgebreid tot 49.

De Dijkstraat in Den Helder in 1907. Foto collectie Helderse Historische Vereniging.

En opa Dorus zelf? Op het plein heeft een beeld van de zeeheld gestaan, ontworpen door Isabella van Beeck Calkoen (1883-1945). Maar in de oorlogsjaren is de bronzen Dorus elders veilig opgeborgen en nadien kreeg een replica van het beeld een plek in een hofje aan de Dorus Rijkersstraat. In de buurt van het grote monument. Het bejaardenhofje ligt pal achter de dijk, je kan bij storm hier de zee tekeer horen gaan.

Prins Hendrik

Wie nog wel op het Helden der Zeeplein staat, is prins Hendrik. Aan het eind van het Helders Kanaal op het plein prijkt het borstbeeld van de in 1934 overleden echtgenoot van koningin Wilhelmina. ‘De prins was een groot bewonderaar en vriend van de roeiredders. Zijn erenaam in Den Helder was dan ook Blauwe Hendrik,’ vertelt Ko Minneboo.

Dat de prins hier verzeild is geraakt, had hij mede te danken aan zijn optreden tijdens een reddingsactie in 1907. Bij Hoek van Holland was toen een schip gestrand. De prins was komen kijken en moedigde vanaf de commandobrug van een begeleidende sleepboot de redders luid aan. Er waren al 25 slachtoffers geborgen. Maar aan boord van het wrak zaten nog vijftien opvarenden. Vielen die te redden?

Borstbeeld van Prins Hendrik op het Helder der Zeeplein. Foto J.M. Pekelharing.

Met man en macht waren reddingswerkers in touw. De verslaggever van een dagblad schreef hoe prins Hendrik de hele vaart, bij stormweer en sneeuwjachten, op de commandobrug van de begeleidende zeesleper bleef. En hoe hij, waar dat maar kon, te hulp schoot: ‘Toen de dappere bemanning van het reddingsvaartuig met groot levensgevaar elf personen via een lijn had gered, was de Prins een der ijverigsten bij het aansleepen van dekens en kleeren en bij het warmwrijven der verkleumde schepelingen. Hij sprak met hen en gaf hun thee te drinken, terwijl hij zijn pelsuniformjas uittrok om daarin een der geredde dames te wikkelen. Na afloop der reddingspogingen stond de Prins daar geheel met sneeuw bedekt.’

Wilhelmina

Dit optreden van de prins had alom zo’n indruk gemaakt, dat hij datzelfde jaar nog werd benoemd  tot Beschermheer van het Reddingswezen. Zo’n man verdient een plaats bij het nationale monument, vond men. Vandaar. Beeldhouwer Gerrit van der Veen maakte het borstbeeld. Koningin Wilhelmina reisde in 1935 naar Den Helder om zowel het nationale monument, als het borstbeeld van haar overleden man te onthullen.

Het borstbeeld van prins Hendrik staat aan het eind van het Helders Kanaal dat is gegraven om het toenmalige hart van de stad een goede aansluiting te geven op het Noordhollands Kanaal – de in 1825 geopende verbinding van Amsterdam met de haven van Den Helder.

Ruim een eeuw terug in de tijd. Dijkstraat met het toenmalige raadhuis van Helder. De Dijkstraat en links het Dijkje zijn in 1944 afgebroken op last van de Duitse bezetter, om een vrij schootsveld te krijgen. Foto door Anna Clasina Leijer, collectie Helderse Historische Vereniging.

Ko Minneboo schetst aan de hand van ‘Den Helder op de kaart’ hoe makkelijk je van het ‘Carillon’ naar de zeedijk loopt. Waar nu de stoere, hoge dijk ligt, had je vroeger ‘Het Dijkje’. Op een oude foto zie je een buurtje met bomen en een koetsje, gebouwd op de zeedijk uit 1600. Verderop aan Het Dijkje stond in 1936 het raadhuis van de stad. De buurt het ‘Ouwe Helder’ bleek na de oorlogsjaren van de kaart geveegd.

Marsdiep

Achter de hedendaagse hoge dijk golft het Marsdiep. Aan de overzijde lokt Texel. De doorgang tussen Texel en Den Helder is al eeuwenlang dé route voor zeeschepen naar de Zuiderzee – naar havensteden als Enkhuizen, Hoorn en Amsterdam. Schepen die, beladen met specerijen, aan kwamen zeilen uit Oost- en West-Indië, voeren via het Marsdiep naar hun eindbestemming. Eerder kwamen hier al schepen vol graan en hout vanuit de Oostzee.

Het Westplein (het latere Helden der Zeeplein) begin vorige eeuw. Op de voorgrond de Kanaalweg. Foto collectie Helderse Historische Vereniging.

Deze zeedijk belichaamt, zegt Ko Minneboo, de geschiedenis van de Noordkop van Holland. ‘Het is niet voor niets dat de stad Amsterdam er al in vijftiende eeuw voor zorgde dat er vuurbakens kwamen op Huisduinen en op Texel.’ Dat waren de voorlopers van de vuurtorens. Ko: ‘In opdracht van de Hanzestad Kampen werden er zelfs al begin veertiende eeuw boeien in het Marsdiep gelegd.’

Dit dorpje Helder van vissers en strandjutters groeide, dankzij de strategische ligging, uit tot de plek waar de Amsterdamse vloot voor anker ging. Noorse walvisvaarders openden hier een kantoor, commandeurs van de walvisvaart woonden in Huisduinen. De schepen van de West-Indische en de Oost-Indische compagnie verzamelden zich hier soms wekenlang, wachtend op een gunstige wind.

Gevelsteen uit de zeventiende eeuw van Helder, aangebracht op de Kerkstraat 404 in Amsterdam. Foto collectie Helderse Historische Vereniging.

Dat dit havenstadje in de Gouden Eeuw van belang was, illustreert een gevelsteen in Amsterdam, Kerkstraat 404. Je ziet er huizen en de kerk van Den Helder met op de voorgrond scheepjes in het golvende water. Deze gevelsteen, net als die met afbeeldingen van Huisduinen en het Nieuwediep op de panden ernaast, zijn gemaakt in opdracht van Jan Corneliszn. Duyts die uit Den Helder kwam. Hij had de panden met de gevelstenen aan de Kerkstraat in 1672 laten bouwen. Ko Minneboo: ‘Onze rijkdom is mede hier in Den Helder begonnen.’

Onderzoek

Op de zeedijk kwam in 1843 een Weerkundig Observatorium, een meteorologisch laboratorium. ‘Dat was belangrijk,’ aldus Ko Minneboo, ‘omdat stormen uit het noordwesten hier het eerst vielen waar te nemen.’ Hier stond ook een peilschaal om de waterstanden vast te leggen, de oudste van ons land. Dat is inmiddels natuurlijk geautomatiseerd en het weerstation is naar vliegveld de Kooy verplaatst. Een oud bord op de dijk, herinnert aan het feit dat hier in de zomer van 1876 voor het eerst een verplaatsbaar zoölogisch station van de Nederlandse Dierkundige Vereeniging was opgesteld. Daaruit is het Nederlands Instituut voor Onderzoek der zee (NIOZ) op Texel voortgekomen.

De plek op de dijk die herinnert aan het oude weerkundig laboratorium. Foto J.M. Pekelharing.

In de loop van de tijd heeft de vaargeul van het Marsdiep zich verlegd van Texel richting Den Helder, vertelt Ko. De zee heeft ook de kustlijn in de loop van de eeuwen doen verschuiven. De oudste kern van de gemeente Den Helder is Huisduinen, daar is al in de negende eeuw over geschreven. Wie de plek van het héél oude Huisduinen zoekt, moet volgens Ko Minneboo de zee op. De zee heeft het vasteland namelijk steeds verder teruggedrongen.

De zee sloeg in de twaalfde eeuw zo hardhandig toe, dat de Noordzee via het Marsdiep doorbrak naar het achterland waardoor later de Zuiderzee ontstond. Huisduinen raakte los van het vasteland en het dorpje kwam op een eiland te liggen. Enkele eeuwen later ontstond op het eiland Huisduinen nóg een buurtje, Helder genaamd.

Allerheiligenvloed

Helaas, bij de Allerheiligenvloed van 1570 sloegen complete stukken duin weg en van de woningen in Helder en Huisduinen bleef weinig over. Ko Minneboo: ‘Pas na de aanleg van een zanddijk in 1610 tussen Huisduinen en Callantsoog, in opdracht van Johan van Oldenbarnevelt, is dit gebied geklonken aan het vasteland van Holland.’

Deel van een kaart van omstreeks 1670 met Helder aan het Marsdiep en rechts onder het dorpje Huysduinen. Collectie Helderse Historische Vereniging.

Wat we sinds 1928 Den Helder noemen, heette ruim een eeuw geleden afwisselend Helder, Nieuwediep of Willemsoord. Het Nieuwediep was een geul ten oosten van Helder.

Dat Nieuwediep werd eind achttiende eeuw door de aanleg van grote vang- en leidammen, onder leiding van stadhouder Willem V, een prima haven voor oorlogs- en handelsschepen. Hier lag je als schipper beter tegen de zee beschermd dan op de rede van Texel waar van oudsher de grote zeilschepen lagen. Daar had je te maken met verzanding en veranderende zeestromen.

Vanwege de gunstige plek die het Nieuwediep bleek, is begin negentiende eeuw besloten hier een werf en reparatiehaven voor oorlogsschepen in te richten, dat werd uiteindelijk de rijkswerf Willemsoord.

Zeeslag bij Kijkduin

Het moet een spectaculair gezicht zijn geweest in augustus 1673. Stuurlieden manoeuvreerden honderden oorlogsschepen voor de kust van Huisduinen in een goede positie voor de strijd. De toekomst van het land stond op het spel. In het Rampjaar 1672 waren troepen uit Frankrijk, Keulen en Münster ons land binnen gevallen. En nu lag hier een gecombineerde Brits-Franse zeemacht gereed voor een invasie op de Hollandse kust.

Gelukkig, Michiel de Ruyter was hier ook. Hij wist met meer dan honderd schepen, waarop ongeveer twintigduizend zeelieden in touw waren, in een spannende zeeslag die invasie te verhinderen. De gecombineerde Brits-Franse vloot blies de aftocht.

De Slag bij Kijkduin, door Willem van de Velde, 21 augustus 1673. Beeld: Wikimedia Commons.

Te midden van de belangstellenden die op het hoge Kijkduin bij Huisduinen de strijd op zee gespannen volgden, stond de schilder Willem van de Velde (de Oude). Hij legde de zeeslag in schetsen vast. Aan de hand daarvan schilderde zijn zoon Willem van de Velde (de Jonge) het beroemd geworden schilderij ‘De zeeslag bij Kijkduin op 21 augustus 1673’. ‘Iedereen denkt,’ zegt Ko Minneboo, ‘dat de zeeslag voor Kijkduin bij Den Haag heeft plaatsgehad. Maar het was toch echt hier, bij Huisduinen.’ Op luttele kilometers wandelen vanaf het Carillon.

Uitgerekend bij Huisduinen kwam in 1799 een grote Brits-Russische landing met meer dan zevenduizend soldaten (). De Engelsen en de Russen wilden de Fransen uit Holland verdrijven, wat na zware gevechten echter niet lukte. Keizer Napoleon kwam in oktober 1811 in Den Helder kijken en besloot met oog op de marine de stad te beschermen met een ring van forten. Huisduinen viel echter net buiten die stelling en kreeg een afzonderlijk verdedigingswerk: Fort Kijkduin.

Alva, de Spaanse landvoogd tijdens de Tachtigjarige Oorlog, liet kaarten maken van de wateren rond Den Helder. Hier lag de vloot van Amsterdam, hier redde Michiel de Ruyter het vaderland, keizer Napoleon kwam hier kijken. En koningin Wilhelmina reisde naar Den Helder om het monument te onthullen van, aldus Ko Minneboo, ‘de grootste zeeheld van ons land.’ Hoeveel meer historie kan men zich wensen? Ko Minneboo zet Den Helder boeiend op de kaart.

Auteur: Jan Maarten Pekelharing

Voor meer over Den Helder: Den Helder op de kaart en Helderse Historische Vereniging.

Meedoen aan ‘Mijn plek’?

Neem ons mee naar de plek die jij kenmerkend vindt voor jouw streek in Noord-Holland. We kunnen er misschien in deze pandemische tijd even niet heen, maar we horen graag over het monument, plein, kerk, molen, natuurgebied of buurtje waar jij je thuis voelt. Stuur jouw ideeën in naar redactie@onh.nl en wie weet maken we binnenkort van jouw plek een verhaal!

Publicatiedatum: 03/05/2021