Het lot van een Huizer weduwe
Elke maandagochtend kust de vissersvrouw haar man gedag. Elke maandagochtend staat ze op de kade, tuurt ze bedroefd in de verte en ziet ze haar man steeds verder de zee opgaan. Niet wetende of hij met Gods genade aan het eind van de week weer thuiskomt. Haar krijsende koters hangen aan haar rok. En dan begint het lange wachten.
>