Het Hodshonhuis: Jonge erfgename bouwt stadspaleisje

Cornelia Catharina - ‘Keetje’- Hodshon was pas 26 jaar oud toen zij in 1794 aan Abraham van de Hart, stadsbouwmeester van Amsterdam en de meest vooraanstaande architect van zijn tijd, opdracht gaf voor de bouw van een woonhuis in de bocht van het Spaarne, tegenover Teylers Museum, de meest prestigieuze locatie in de stad. 

Keetje Hodshon (1768-1829).Keetje Hodshon stamde uit een doopsgezinde familie, afkomstig uit Engeland, die rijk geworden was in de handel in linnen. Ze was al jong wees geworden en erfgename van een enorm vermogen. Een groot deel van haar erfenis besteedde zij aan de bouw van het huis, indertijd met zijn 42 kamers één van de grootste particuliere huizen van Haarlem. Keetje, die ongetrouwd bleef, woonde er van 1795 tot haar dood.

Roerige tijd

Het is moeilijk voor te stellen dat de jonge Keetje de opdracht voor de bouw van haar stadspaleisje gaf middenin de rumoerige jaren van de Bataafse Omwenteling. De jaren van de bouw vallen er precies mee samen en een wijziging in het ontwerp kan er mee in verband worden gebracht. De eerste ontwerptekeningen laten een classicistisch huis zien, met een fronton waarin een groot familiewapen was bedacht. Bij de bouw maakte dit plaats voor een beeldengroep van de Hollandse Maagd, afgebeeld als Minerva, een vrouw met een pijlenbundel en een vrouw met een hoorn des overvloeds. Wijsheid, eenheid en voorspoed van de Hollandse Republiek is de boodschap die niemand in deze tijd kan zijn ontgaan.

b2b50388fd1b03551b1e973bce6d03694f3ba7ed

Hodshonhuis, gevelbeelden. Foto: Vereniging Hendrick de Keyser, Henk Snaterse.

Cour voor koetsen

Achter een strenge gevel schuilt een huis met een doordacht circulatieplan. De woonvertrekken, representatieve kamers en dienstvertrekken zijn hiërarchisch gegroepeerd. Het personeel bleef hierdoor zoveel mogelijk onzichtbaar. De hoofdingang van het huis ligt aan het Spaarne, maar aan de achterzijde, tussen twee zijvleugels, is een grote cour waar gasten per koets hun entree konden maken. Op de begane grond waren de vestibule, een spreekkamertje en een monumentaal trappenhuis gesitueerd. Verder een groot aantal dienstvertrekken, waaronder mangelkamers, washok, keuken en bijkeuken, meidenkamer, kamer van knecht en kok en een tuinkamer. Keetje had maar liefst tien inwonende personeelsleden in dienst. Een aparte ingang gaf direct toegang tot deze vertrekken, het diensttrappenhuis, de kelders en de provisiekamers. De bovenste verdieping van het huis bevatte de woon- en slaapvertrekken van de vrouw des huizes, haar gezelschapsdame, kamenierster, gasten en een kantoor. De dienstmeiden sliepen op zolder, waar ook een droogzolder en vleeskamer waren.

26367aafeb715e0acb865c5ccb1e5731721e90b3

Hodshonhuis, de Blauwe Zaal. Foto: Vereniging Hendrick de Keyser, Henk Snaterse.

Etruscan Room

Op de bel-etage zijn naast het kabinetje van Keetje vier representatieve staatsievertrekken bewaard, elk met een heel eigen karakter. Ze behoren tot de fraaiste neoclassicistische interieurs van ons land. De Erkerkamer naast het trappenhuis wordt gedomineerd door het uitzicht op de stad en het Spaarne. Oorspronkelijk stonden er een grote eettafel, 24 stoelen en een buffetkast. Het aangrenzende ontvangstvertrek is gedecoreerd met schilderwerk in terracotta en zwart. De motieven zijn afgeleid van de Griekse vaasschilderkunst. Het is een voorbeeld van een zogenaamde ‘Etruscan Room’, die in deze tijd in Engelse landhuizen in de mode was. De Rode Zaal is voorzien van delicaat houtsnijwerk en stucwerk op wanden en plafond. De decoratieve motieven van de marmeren schouw komen terug in het hout- en stucwerk. De Blauwe Zaal of Muzieksalon is het hoogtepunt van deze serie vertrekken. De wandopbouw, in ‘Wedgwood’ blauwe kleuren, is geleed door pilasters met Grieks Ionische kapitelen. Tegen de lange wand zijn stucreliëfs aangebracht met voorstellingen van de vier seizoenen. De enorme afwisseling van kleuren en materialen in het interieur en het vakmanschap van de betrokken kunstenaars is voor de huidige bezoeker nog steeds verbluffend.

Het huis van Keetje Hodshon is tegenwoordig zetel van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. De eigenaar van Het Hodshon Huis is Vereniging Hendrick de Keyser, de landelijk werkende organisatie die zich inzet voor het behoud van historische huizen. (Met dank aan Niek Smit, medewerker van de vereniging.)

Meer lezen?Deze tekst is gebaseerd op een artikel van Niek Smit in nummer 2 van het tijdschrift Napoleon in Nederland 1811-2011. Nummer 2 is geheel gewijd aan Napoleons reis in 1811 door Noord-Holland. Kijk op www.thematijdschriften.nl.

Publicatiedatum: 05/10/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.