‘Theater van de lach’ was een joods theater dat de oorlog niet zou overleven. En homo’s waren in de achttiende eeuw hun leven niet zeker. Het zijn maar twee onderwerpen uit het gevarieerde jubileum-jaarboek van Genootschap Amstelodamum, dat 125 jaar bestaat.
Op 4 mei 2023 werden de eerste struikelstenen in Laren onthuld. Op de parkeerplaats van museum Singer Laren staat een plaquette omgeven door 29 stolpersteine. Op deze plek stond vroeger pension ´De Hoeve´ van de joodse Isaac ‘Ies’ Bleekrode en zijn niet-joodse vrouw Els Garms. Tijdens de Tweede Wereldoorlog boden zij hier onderdak aan 32 joodse onderduikers, tot ze werden verraden…
Eigenlijk zouden de merendeels professionele fotografen de bevrijding vastleggen, maar omdat die maar op zich liet wachten fotografeerden ze het dagelijks leven in bezet Amsterdam, de Hongerwinter en het verzet.
Deze week komen vertegenwoordigers uit 12 landen samen in Den Haag om kennis en ervaring uit te wisselen rond de restitutie van geroofde kunstobjecten van Joodse eigenaren tijdens het naziregime. De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) is gastheer.
Trijntje Zwagerman (Trien) wordt geboren in 1891 in Hauwert, West-Friesland. Ze groeit op als jongste van zes kinderen in een arm boerenarbeidersgezin. Net als haar broer en zussen kan Trien wegens geldgebrek alleen de basisschool afmaken, maar ze is leergierig en krijgt nog een aantal jaar bijles van de plaatselijke dominee. Trien is monter en vrolijk, en raakt bevangen door het socialisme, mede vanwege haar socialistische verloofde Bart. Eenmaal getrouwd worden Trien en Bart lid van de Revolutionair Socialistische Partij (RSP), een door Henk Sneevliet opgerichte afsplitsing van de Communistische Partij Nederland (CPN). Door de internationale strijd tussen deze groepen kunnen de socialisten en de communisten elkaar niet luchten of zien.
De indringende documentaire ‘Verdwenen stad’, over hoe de Amsterdamse Gemeentetram nauw samenwerkte met de nazi-bezetter, is tot en met 10 mei gratis te streamen op Eye Film Player.
Tot aan de Tweede Wereldoorlog, toen driekwart van de Joodse bevolking door de nazi’s werd uitgemoord, kende Amsterdam een levendige straathandel in zuur, zoals augurken en uitjes. Die merendeels Joodse straathandel, met zijn ‘augurkiesmannen’, is niet meer. Van de destijds tientallen Amsterdamse zuurinleggerijen is er nog maar één over.
Voor veel Joodse Amsterdammers was Kamp Westerbork op de Drentse hei hun laatste verblijfplaats in Nederland. Het doorgangskamp was door de nazi’s ingericht als een stad, waar het normale leven zoveel mogelijk door kon gaan. De gevangenen hoopten er zo lang mogelijk te blijven, want wie op het wekelijkse transport naar het oosten werd gezet, wachtte een inktzwarte toekomst.
Je hoeft alleen maar te kijken naar een verkiezingsstrijd in Amerika of corrupte leiders in China en je begrijpt dat er middelen worden ingezet om de massa in het gareel te houden. Zelfs in ons kleine kikkerlandje is er ‘false news’ in omloop. Maar nog veel misleidender dan nepnieuws is propaganda. In de Tweede Wereldoorlog verspreidde de bezetter op grote schaal propaganda affiches door heel Nederland, om het volk te beïnvloeden. Één ding is zeker: neem niet alles aan wat je leest.
Bij twee razzia’s, op 22 en 23 februari 1941, worden 400 willekeurige Joodse jongemannen in de toenmalige Amsterdamse Jodenbuurt opgepakt. Het vormt de directe aanleiding tot de Februaristaking, die een paar dagen later uitbreekt.
Aan sommige familienamen kun je aflezen waar de voorvaderen hun brood mee verdienden: Groenteman, Turfkruier of Goudsmit. Tenzij je voorvaderen een olijke bui hadden toen ze hun achternaam opgaven bij de burgerlijke stand, want dan zit het nageslacht opgescheept met koddige namen als Zondergeld of Seldenthuis.
In het kader van 75 jaar bevrijding geeft Oneindig Noord-Holland dit voorjaar een overzicht van de meest spraakmakende oorlogsobjecten uit Noord-Hollandse collecties. De voorwerpen hebben elke maand een ander thema. Van de knikkers van Anne Frank tot een laatste groet uit de trein, deze maand staat de jodenvervolging centraal.
Op zaterdag houden de Joden sabbat, zo ook op 22 februari 1941. In de Amsterdamse Jodenbuurt is het dus relatief rustig, tot om vier uur ’s middags legertrucks de straten in rijden.
Een middagje wandelen door de Schoorlse Duinen is natuurlijk nooit weg. Lekker een luchtje scheppen in de zon, omringd door een uitgestrekt natuurgebied. Verschillende wandel- en fietsroutes beginnen bij het bezoekerscentrum. Wat weinig mensen weten is dat dit centrum op een stuk grond staat dat een tragische geschiedenis kent.
Uithoorn, maart 1937. De joodse Mozes Aldewereld loopt fluitend langs de Amstel op weg naar huis aan Amsteldijk-Noord in Uithoorn. Een blonde vrouw op de fiets komt hem tegemoet. Mozes vervlecht in zijn liedje een bewonderend bouwvakkersfluitje. De vrouw moet lachen en roept: “Hallo Mozes, leg dat fluitje eens een nachtje in de olie, dan klinkt-ie beter”. Mozes lacht en steekt zijn hand op: “groeten aan je vader”.
‘Dit was de plaats waar zij de eeuwige en elkaar ontmoetten – tot ze zo maar weg waren.’ Je leest het op een gedenkplaat in de Hanensteeg in Weesp, op de zijmuur van de voormalige synagoge aan de Nieuwstraat. Op 29 april 1942 vertrokken de laatste joden uit het stadje. Gedwongen.
Saultje Rotenberg ging naar de kleuterschool aan de Ouderkerkerlaan. Samen met zijn moeder drentelde hij van hun woning aan de Jan Bertsstraat langs de Hartveldseweg, de Diemerbrug over en ze waren er. Pa en ma Rotenberg waren uit Polen gekomen. In 1942 woonden ze in Diemen in de Jan Bertsstraat 14. Op één hoog. De vader van Saultje was marktkoopman, hij stond op Vlooienburg (het huidige Waterlooplein) in Amsterdam. Een vriendelijke man vond zijn buurman hem. In het dorp woonden ongeveer 90 joden.
Het transport van duizenden joden uit Amsterdam naar het doorgangskamp Westerbork ging per spoor. Overvolle treinen reden over de spoorwegovergang van de Ouddiemerlaan. Wandelaars die het Westerborkpad lopen, eindigen hun eerste etappe in Diemen. Deze herdenkingsroute begint bij de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, want daar brachten de Duitse bezetters opgepakte joden heen.
De hoofdingang tot de joodse begraafplaats ligt aan de Ouddiemerlaan 146. Pal naast de spoorbaan. Hier reden joden langs die van Amsterdam naar Westerbork moesten. Op deze begraafplaats liggen de urnen van ongeveer 400 van hen.
De buurgemeenten van Amsterdam waren in trek voor een uitstapje, en vanwege de goedkopere tarieven trouwden joodse Amsterdammers soms in Zaandam of Weesp. Koosjere boter en kaas werd veelal ingevoerd vanuit de ‘mediene’ – de benaming voor alle plaatsen buiten Amsterdam waar een joodse gemeenschap bestond. Op reis kon men eten en slapen in koosjere kosthuizen en pensions.