In de synagoge van Weesp staan geen auto’s meer

'Dit was de plaats waar zij de eeuwige en elkaar ontmoetten - tot ze zo maar weg waren.' Je leest het op een gedenkplaat in de Hanensteeg in Weesp, op de zijmuur van de voormalige synagoge aan de Nieuwstraat. Op 29 april 1942 vertrokken de laatste joden uit het stadje. Gedwongen.

De Hanensteeg, waaraan de synagoge grenst, dateert vermoedelijk al uit de 14e eeuw. De synagoge zelf bestond in oktober 1940 honderd jaar. Van een feestelijke viering was, anders dan in 1930, in 1940 volstrekt geen sprake geweest – de Duitse bezetting was immers een feit. Nadat in opdracht van de bezetters de joden Weesp hadden moeten verlaten, verloor de synagoge zijn bestemming. Na de oorlog kwam een garagebedrijf in het gebouw.

‘Ineens weg’

De joden waren na hun gedwongen vertrek vrijwel geheel uit beeld geraakt in Weesp. Ook uit de collectieve herinnering van de stadsbewoners waren ze verdwenen. Daar bracht Dick van Zomeren verandering in toen hij in 1983 zijn boek publiceerde over de joden in zijn stad: ‘Ze waren gewoon ineens weg’. De gemeente kocht na het verschijnen van dit boek het pand van het garagebedrijf en liet het restaureren. Zo kreeg het gebouw weer de uitstraling van een synagoge.

Inwijding in 1840

In 1774 had de kleine joodse gemeenschap in Weesp besloten tot het inrichten van een eigen synagoge. Het aantal joden uit Midden- en Oost-Europa dat hier kwam wonen, steeg in de loop van de tijd. In 1809 telde Weesp er al meer dan honderd. Het werd daarom tijd voor een nieuwe, grotere, synagoge. Die kon er komen dankzij onder meer financiële steun van stadsbestuur, Rijk en provincie. Onder een brede belangstelling, ook van velen die uit Amsterdam waren gekomen, vond in 1840 de inwijding plaats. Het aantal joodse inwoners in Weesp steeg nadien tot meer dan 170. Maar rond 1880 zette een daling in. Velen verhuisden naar Amsterdam. Daar kwamen ze toen makkelijker aan werk dan in Weesp.

Feest

Het negentigjarig bestaan van de synagoge werd eind oktober 1930 uitgebreid gevierd. De medewerker van het Nieuw Israelietisch Weekblad schreef aangenaam verrast te zijn “bij het betreden van ons in vol licht stralende bedehuis door de aangebrachte plant- en bloemversiering.” Behalve de opperrabijn woonden ook de burgemeester, beide wethouders, gemeentesecretaris en enkele raadsleden de bijzondere herdenkingsdienst bij. Het Nieuw Israelietisch Weekblad besloot het verslag met de wens: “Moge de Joodsche Gemeente Weesp wederom in bloei toenemen, het haar leden steeds welgaan!”

Synagoge van 1840-1942.

De synagoge op de hoek van de Nieuwstraat en de Hanensteeg (rechts). In de Hanensteeg hangt de gedenkplaat met de tekst: ‘Dit was de plaats waar zij de eeuwige en elkaar ontmoetten – tot ze zo maar weg waren, 29 april 1942.’ Beeld: Jan Maarten Pekelharing.

Meester Bouhuys

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stond op een van de basisscholen in Weesp meester Bouhuys voor de klas. Hij vertelde zijn leerlingen dat joden hier van de Duitse bezetters een gele ster moesten dragen. En hij riep de kinderen op om iedereen te groeten die zo’n ster droeg. Want joden verdienden respect, aldus de meester. Dit tot grote ergernis van de Duitsers en hun sympathisanten.

Toen de laatste joden in Weesp het bevel hadden gekregen op 29 april 1942 met slechts hun handbagage naar het station te gaan, hielpen meester Bouhuys en enkele anderen bij het sjouwen van hun spullen. Op het station, in de tunnel naar het perron, had de zoon van meester Bouhuys intussen in het geheim een spandoek opgehangen. Hij had daarop in grote letters geschreven: ‘Tot weerziens’. Meester Bouhuys deed de joden uitgeleide tot op het perron. Een ‘christelijke jodenslaaf’ noemde een Duitsgezinde krant deze schoolmeester uit Weesp. En natuurlijk kreeg de meester ontslag. Hij moest een ander baantje zien te vinden.

Spoortunnel

Na de bevrijding keerden van de bijna zeventig joden er slechts zeven terug naar Weesp. Zij zagen hoe hun ‘sjoel’ op een gegeven moment een garage werd. Maar dankzij de opknapbeurt in de laatste decennia van de vorige eeuw heeft het kloeke gebouw met neoclassicistische details niets meer van een garagebedrijf. Opvallend zijn de spitsbogen van de vroegere synagoge. Dit gebouw dient nu als ontmoetings- en expositieruimte. Bovendien is het de vaste sjoel van de joodse gemeenschap in Almere. En meester Bouhuys? Naar hem is, na het verschijnen van het boek van Dick van Zomeren, de spoortunnel bij het station van Weesp genoemd. De joden waren ‘gewoon ineens weg’ in 1942, maar dankzij het boek heeft het joodse hoofdstuk van de historie van Weesp weer ruime aandacht gekregen.

Bronnen

Dick van Zomeren, ‘Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Weesp: ze waren gewoon oneens weg’.
‘Weesp Monumentenstad’, monumentenspecial van Historisch Weesp (ledenblad Historische Kring Weesp).
Historische kranten, opgenomen in Delpher (www.delpher.nl).

Dit is een routepunt van de route Wandelen door Weesp.

Publicatiedatum: 07/04/2015