Verdeel en heers: propaganda in de Tweede Wereldoorlog

Je hoeft alleen maar te kijken naar een verkiezingsstrijd in Amerika of corrupte leiders in China en je begrijpt dat er middelen worden ingezet om de massa in het gareel te houden. Zelfs in ons kleine kikkerlandje is er ‘false news’ in omloop. Maar nog veel misleidender dan nepnieuws is propaganda. In de Tweede Wereldoorlog verspreidde de bezetter op grote schaal propaganda affiches door heel Nederland, om het volk te beïnvloeden. Één ding is zeker: neem niet alles aan wat je leest.

Book 9 min

Wat is propaganda?

Propaganda is een communicatiemiddel om aanhangers te winnen voor het gedachtegoed waar een organisatie voor staat. Het heeft als doel om het gedrag of de opinie van een gemeenschap te beïnvloeden in de richting van de gewenste ideologie.

Ondanks dat er overeenkomsten zijn, is propaganda iets anders dan reclame. Bij reclame wordt er een duidelijke commerciële boodschap gecommuniceerd. Bij propaganda wordt er van tevoren bepaald welke informatie het publiek krijgt voorgeschoteld. Informatie die in strijd is met de eigen overtuigingen wordt weggelaten. Propaganda beheerst de media en wordt vaak over een langere periode herhaald. Het is duidelijk wanneer iets reclame is, maar het is niet altijd duidelijk wanneer iets propaganda is. En dat maakt het tot een gevaarlijk en misleidend communicatiemiddel.

Duitse propaganda-affiches, waaronder enkele van de Duitse V-actie, op de gevel van het Rijkskantoorgebouw voor het Geld- en Telefoonbedrijf, Nieuwezijds Voorburgwal 226. Collectie Stadsarchief Amsterdam, Afbeeldingsbestand ANWE00183000004.

Wij en ‘de Ander’

In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers propaganda om de eigen bevolking enthousiast te maken voor de strijd en om de vijand in een kwaad daglicht te zetten. Het Duitse ministerie voor propaganda (Reichsministerium für Volksaufklärung und Propaganda, ofwel ProMi) werd door Joseph Goebbels (1897-1945) geleid. Het was zijn taak om de media de nationaalsocialistische boodschap te laten verkondigen. Door middel van radio-uitzendingen, grote bijeenkomsten, kranten, affiches, pamfletten, films en speciale cursussen op scholen werd de Duitse bevolking doordrongen van deze ideologie.

Affiches waren een belangrijk propagandamiddel. Er werd daarom ook veel tijd in de vormgeving gestoken. De boodschap moest in één oogopslag voor iedereen duidelijk zijn. Schreeuwerige teksten en kleurrijke afbeeldingen moesten de aandacht trekken.

De nazi’s gingen ervan uit dat de grote massa zich eerder zou laten leiden door hun emoties dan door een feitelijke beredenering. De aanplakbiljetten richtten zich daarom op het gevoel en hadden enkel als doel om hoop of agressie uit te lokken. Volgens de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) vormden de Joden, communisten en liberalen een gevaar voor het Duitse volk. Het ideale Duitse gezin werd daarom afgebeeld als wit, vredig en gelukkig. Daartegenover werd het donkere en bedreigende beeld van ‘de Ander’ gezet, die de wereld wil vernietigen.

Propaganda affiche van de Duitse bezetter met het opschrift ‘Jeugd Vooraan’. Uithangtermijn van 8 februari tot 15 maart 1944. Collectie Stadsarchief Amsterdam, Afbeeldingsbestand ANWD00177000001

Op maat gemaakte campagnes

Door geen concrete beloftes te doen of concrete cijfers te geven bleef de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) tot op een bepaald niveau ongrijpbaar voor kritiek. Het stelde hen in staat om in te spelen op actualiteiten en ‘feiten’ te interpreteren zodat ze pasten in hun eigen doctrine. Hierbij was de waarheid niet belangrijk, alleen de geloofwaardigheid bepaalde of de propaganda bruikbaar was.

De inhoud van de propaganda werd door plaatselijke naziorganisaties aangepast aan de lokale bevolking. Ze kregen op speciale bijeenkomsten gedetailleerde instructies over hoe bijvoorbeeld een goed affiche eruit zou moeten zien. Zo werd bijvoorbeeld in conservatieve gebieden de nadruk gelegd op het nationalisme en de christelijke familiewaarden.

Kleuren en symboliek van de NSB

De Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland (NSB) werd in 1931 opgericht als stichting, pas later werd het een politieke partij. Zelf hadden ze het liever over ‘de beweging’. De NSB huldigde de ideologie van het nationaalsocialisme en fungeerde ten tijde van de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog als collaboratiepartij.

Bronzen penning met aan de voorzijde een hakenkruis met wolfsangel van de NSB, met ter weerszijde een rozentak. Omschrift: ‘Lotsverbondenheid 10-14 mei 1940’. De penning werd in 1941 uitgereikt aan (vooral) leden van de NSB die in de meidagen van 1940 geïnterneerd waren. Collectie Rijksmuseum, objectnummer NG-2008-58.

Één van de belangrijkste instructies aan ieder NSB-lid was: ‘Hoofddoel van de NSB is propaganda’. In Nederland deed de partij er alles aan om zo herkenbaar mogelijk te zijn voor vriend en vijand. Ieder lid werd geacht het speldje met het embleem van de beweging te dragen. Het driehoekige insigne was uitgevoerd in de kleuren zwart, rood en oranje. De leeuw in het midden symboliseerde de volkskracht en de kleuren zwart en rood stonden voor ‘bloed en bodem’. De driehoek verwees naar ‘de delta, die ons land aan de monding van de grote rivieren vormt.’

Distinctieven der beweging NSB, NSB, 1940 – 1942. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: NG-2008-3.

Een ander symbool wat door de partij werd gebruikt, was ‘de Wolfsangel’. Dit was de Nederlandse variant van het Duitse hakenkruis. De Germanen gebruikten de haak, ofwel de wolfsangel, om wolven mee af te weren en doden. Het populaire teken werd onder andere gebruikt op hemden, petten en vlaggen. De leden van de beweging koesterden haast een heilige verering voor de symboliek. Niet-NSB’ers vonden de symbolen nogal vreemd, wat blijkt uit de talloze spotprenten over de NSB uit deze periode.

Een ijzeren wolfsangel voor de jacht op wolven. Beeld: Wikimedia Commons.

De rol die voor meisjes in een nationaalsocialistische samenleving was weggelegd, liet weinig aan de verbeelding over. Haar doel in het leven was uitsluitend die van ‘De toekomstige moeder’. Volgens de NSB speelde de gehuwde vrouw geen belangrijke rol in de maatschappij en moest enkel worden gezien als de vrouw van de man. Zijn belangen waren daarbij ook de hare. Als moeder was het haar opdracht om de kinderen op te voeden tot goede ‘volksgenoten’. In 1935 richtte de NSB zich in hun verkiezingscampagne speciaal tot de Nederlandse vrouw:

Duitse propaganda., Haarlem, Friese Varkenmarkt, 1941, Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, Inventarisnummer 9654.

De media aan banden

Propaganda in het bezette Nederland was de taak van het commissariaat Hauptabteilung für Volksaufklärung und Propaganda, aangestuurd door de Duitse rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart (1892-1946). Eind 1940 richtte de bezetter het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) op en werd de NSB officieel ingeschakeld bij de propagandavoering.

Bij zijn aantreden sprak de Rijkscommissaris Seyss-Inquart nog geruststellende woorden: ‘Wij willen dit land en zijn bevolking noch imperialistisch in het nauw drijven noch aan dit land en zijn volk onze politieke overtuiging opdringen’. Het tegendeel bleek al snel het geval te zijn, toen er een omvangrijk Duits bestuursapparaat werd gevormd en het parlement in de regionale en plaatselijke bestuurscolleges op non-actief werd gesteld.

Krant ‘Toekomst’, Uitgever: Departement van Volksvoorlichting en Kunsten, maart 1942. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: NG-1972-28-18-C.

Met de vrijheid en onafhankelijkheid van de pers was het vanaf dat moment gedaan. De redacties van de kranten en de radio kregen nauwkeurige instructies met wat er van hen werd verwacht. Wie daar tegenin ging, kon rekenen op een tijdelijk of zelfs definitief verschijningsverbod.

De Duitsers hadden daarmee al in de eerste maanden van de bezetting de informatie, die via de media tot de bevolking kwam, aan banden gelegd. Al snel na de capitulatie in mei 1940 verschenen de eerste illegale bladen die ongecensureerde berichten plaatsten. De ondergrondse kranten werden in het geheim vervaardigd en op een amateuristische wijze gestencild, getypt of met de hand geschreven. De eerste vormen van het georganiseerde verzet ontstonden uit de initiatieven om illegale bladen te vervaardigen en te verspreiden. Het Parool was uiteindelijk de eerste ondergrondse krant die in augustus 1941 werd gedrukt.

In de oorlog werd het steeds moeilijker om aan materiaal te komen voor het verzetsdrukwerk. De Duitsers gebruikten het lood voor de drukletters voor de oorlogsindustrie en het papier ging op de bon. De ondergrondse bladen werden daarom veelal gedrukt op heel dun papier of papier vervaardigd van houtpulp. Een scherp contrast met de grote kleurrijke propaganda affiches van de bezetter.

Propaganda affiche van de Duitse bezetter met het opschrift ‘Handen weg! Europa’. Uithangtermijn 15 tot 31 maart 1943. Collectie Stadsarchief Amsterdam, Afbeeldingsbestand ANWD00197000001

De mond gesnoerd

Veel mensen zagen in het begin van de oorlog geen gevaar in het uiten van verzet. Sommige Nederlanders staken hun afkeer voor het nationaalsocialisme en de Duitse overheersing niet onder stoelen of banken. Diverse anti-Duitse geschriften werden nog gewoon met de eigen naam ondertekend. De Duitsers lieten de Nederlandse bevolking echter al gauw zien dat het ernst was. De eerste arrestaties vonden plaats en werden gevolgd door forse straffen. Voor het beledigen van Hitler waren gevangenisstraffen van achttien maanden geen uitzondering.

Door het afstemmen van de radio op Engelse zenders konden Nederlanders ander nieuws horen dan dat van de officiële kanalen. De BBC stelde de Nederlandse regering in Londen in de gelegenheid om programma’s uit te zenden. Koningin Wilhelmina richtte zich regelmatig via Radio Oranje tot het Nederlandse Volk. De Duitse autoriteiten verboden het luisteren naar buitenlandse zenders, in het bijzonder naar Radio Oranje. Werd je toch betrapt, dan riskeerde je een gevangenisstraf van ruim een jaar.

Propaganda affiche van de Duitse bezetter met het opschrift ‘Staking brengt alleen ellende onder uw eigen volk’, 1944. Stadsarchief Amsterdam, Afbeeldingsbestand ANWD00182000001.

In de eerste jaren van de bezetting was de Duitse propaganda met name positief en offensief. Naarmate de oorlog vorderde en de militaire verliezen toenamen, veranderden de thema’s naar angst voor en terreur door de geallieerden en communisten. Na 5 september 1944 was het wel grotendeels klaar met de Duitse propaganda. Ze deden hierna alleen nog een laatste poging om het moraal van de Nederlanders te ondermijnen, door op de aanplakzuilen dreigementen en doodvonnissen bekend te maken.

Straatbeeld in 1945: gedeeltelijk weggescheurde nazi-propaganda uit de tijd van de bezetting. Het houten aanplakbord staat aan het Zevenhuizen. Foto: P.J. Bosman. Collectie Regionaal Archief Alkmaar, Catalogusnummer FO 1300161.

Auteur: Judith van Amelsvoort

Bronnen:

Het vrije woord onder vuur

Nepnieuws, complottheorieën, deepfakes en algoritmes; als mediaconsument is het steeds lastiger om te weten wat ‘waar’ is. Op basis van informatie die op allerlei manieren tot ons komt, vormen we onze eigen waarheid. Op welke waarheid kunnen we nog vertrouwen? De gehele maand maart staat Beeld en Geluid uitgebreid stil bij deze vraag. Via activiteiten waarin het thema ‘waarheid’ centraal staat, onderzoeken, duiden en delen we kennis over de werking van media en jouw invloed op de waarheid. Lees hier meer.

Publicatiedatum: 24/02/2022

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN