Objecten uit de oorlog: vervolging

In het kader van 75 jaar bevrijding geeft Oneindig Noord-Holland dit voorjaar een overzicht van de meest spraakmakende oorlogsobjecten uit Noord-Hollandse collecties. De voorwerpen hebben elke maand een ander thema. Van de knikkers van Anne Frank tot een laatste groet uit de trein, deze maand staat de jodenvervolging centraal.

Symbool van onderdrukking

Het meest opvallende symbool van de jodenvervolging is wel de knalgele jodenster: een zespuntige Davidsster met in het midden het woord ‘Jood’ in dikke, zwarte letters. Met ingang van zondag 3 mei 1942 waren alle joden vanaf zes jaar verplicht om deze zichtbaar op hun kleding te dragen. De sterren werden op de rol gedrukt bij de Enschedese textielfabriek De Nijverheid, een voormalig joods familiebedrijf dat in Duitse handen was gevallen. Voor de sterren werd goedkoop geel katoen gebruikt. Er waren vier sterren beschikbaar voor iedere Nederlandse jood. Deze konden voor 4 cent per stuk (en een textielbon) worden gekocht. Zo werd er op de verkoop zelfs nog winst gemaakt. De ster benadrukte het onderscheid tussen joodse en niet-joodse burgers, en dat is exact waar hij voor bedoeld was. Deze maatregel paste in een trend waarin de Nederlandse joden vanaf 1940 steeds meer geïsoleerd werden van de rest van de bevolking.

Jodensterren op de rol. Collectie Joods Historisch Museum.

Geen onbezorgde jeugd

Toen de nazi’s in 1933 aan de macht kwamen in Duitsland, besloot het joodse gezin Frank te emigreren. Vader Otto, moeder Edith en de zusjes Margot (1926) en Anne Frank (1929) verhuisden naar Amsterdam, waar Otto een eigen bedrijf begon. Maar ook Nederland viel in het voorjaar van 1940 in Duitse handen. Om aan de steeds heftigere anti-joodse maatregelen te ontkomen, probeerde de familie Frank te vluchten. Deze plannen mislukten, waardoor het gezin genoodzaakt was onder te duiken. Een aantal dagen voordat ze de deur achter zich sloten, gaf Anne Frank een paar dierbare spullen aan haar buurmeisje Toosje Kupers. Toosje kreeg een theeserviesje, het boek Nederlandsche sagen en legenden en een metalen blik gevuld met knikkers. Vanaf juli 1942 hielden de Franks zich, samen met de familie Van Pels, schuil in het Achterhuis aan de Prinsengracht. Hier brachten ze twee lange, onzekere jaren door tot hun noodlottige ontdekking en arrestatie. In de zomer van 1944 werden de onderduikers via Westerbork naar het concentratiekamp Auschwitz vervoerd. Otto Frank zou na de bevrijding als enige terugkeren naar huis.

Metalen blik met knikkers van Anne Frank. Collectie Anne Frank Huis.

Laatste teken van leven

De joodse Etty Hillesum (1914) studeerde Slavische Talen in Leiden toen het Duitse leger Nederland binnenviel. Sinds 1937 woonde ze aan de Gabriel Metsustraat 61 in Amsterdam. Op aanraden van haar handleestherapeut startte Hillesum in 1941 een dagboek, dat haar persoonlijke ervaringen tijdens de bezetting weergeeft. Hierin schreef ze over haar werk voor de Joodse Raad, een door de Duitsers ingesteld orgaan om de joodse gemeenschap in Nederland te besturen. Ze werd onder meer ingezet in kamp Westerbork, waar ze probeerde om joodse burgers te helpen tijdens het wachten op transport naar Polen. Zelf kon ze met een uitzonderingsbewijs vrij het kamp in- en uitlopen. Vanuit Amsterdam en Westerbork schreef ze talloze brieven, die na de oorlog samen met haar dagboek in meer dan tien talen uitgegeven zijn. Vanaf juli 1943 mocht ze het kamp niet meer verlaten. Samen met haar ouders en broer Mischa werd ze uiteindelijk gedeporteerd naar concentratiekamp Auschwitz. Op 7 september 1943 schreef ze vanuit de overvolle goederentrein een briefkaart aan haar huisvriendin Christine van Nooten. ‘We hebben zingende dit kamp verlaten,’ is op de kaart te lezen. Na het schrijven gooide ze de kaart uit de trein, in de hoop dat hij goed zou aankomen. Het zou haar laatste teken van leven zijn. Op 30 november vond Etty Hillesum, 29 jaar oud, in Auschwitz haar einde. Ook haar ouders en broer zouden het kamp niet overleven.

Briefkaart van Etty Hillesum aan haar huisvriendin Christine van Nooten. Collectie Joods Historisch Museum.

Symbolisch cadeau

Dat liefde sterker is dan welke omstandigheid ook, bewijst deze bijzondere ring. De joodse Simon (Siem) Vos wist onder de erbarmelijke omstandigheden van concentratiekamp Auschwitz voor elkaar te krijgen dat een medegevangene voor hem deze ring vervaardigde. De ring is gemaakt uit een stukje oud aluminium, aan de bovenkant zijn de vervlochten initialen R en S te zien. De S staat voor Siem, de R voor zijn vrouw Roza. Siem en Roza, beide gevangen in Auschwitz, leefden in gescheiden werelden. Het was voor een man niet toegestaan om in het vrouwenkamp te komen, en andersom. Via allerlei geheime wegen wist Siem de ring bij Roza te laten bezorgen. Op haar verjaardag ontving ze het cadeau, samen met een gedicht. ‘Nu ben ik meer dan ooit aan u verbonden,’ was hierin te lezen. Een prachtig symbolisch geschenk. Siem zou de oorlog niet overleven, Roza wel. Haar hele leven zou ze de ring koesteren als een aandenken aan haar geliefde.

Ring voor Roza. Collectie Joods Historisch Museum.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Deze objecten zijn in 2014 te zien geweest in de tentoonstelling ‘De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen’ in de Kunsthal Rotterdam. De teksten zijn gebaseerd op de bijbehorende gids bij de tentoonstelling, geschreven door Rian Verhoeven.

Publicatiedatum: 25/02/2020