Komkommer, Komtebedde en Seldenthuis: een rondgang langs opmerkelijke familienamen

Aan sommige familienamen kun je aflezen waar de voorvaderen hun brood mee verdienden: Groenteman, Turfkruier of Goudsmit. Tenzij je voorvaderen een olijke bui hadden toen ze hun achternaam opgaven bij de burgerlijke stand, want dan zit het nageslacht opgescheept met koddige namen als Zondergeld of Seldenthuis.

De oudste familienamen zijn afgeleid van de voornaam van de vader. Wetenschappers noemen dat een patroniem. Jelle Douweszoon was bijvoorbeeld de zoon van Douwe. En zijn zonen heetten Douwe of Pieter Jelleszoon. Had Douwe een dochter, dan kon ze Grietje Jellesdogter heten. En aangezien familienamen in de loop der eeuwen nog wel eens willen veranderen, kunnen de nazaten van Jelleszn inmiddels Jellema heten en kan het nageslacht van Douweszn inmiddels furore maken onder de naam Douma.

Appie Moscou

Maar net zo vaak vernoemde iemand zich naar de plaats waar hij of zijn familie vandaan kwam. Zo kwamen Piet van Wieringen, Appie Moscou en Max Berlijn in ieder geval aan hun naam. In sommige gevallen werd de plaats van herkomst verhaspeld. Zo kon het gebeuren dat iemand uit het Duitse Osnabrück in Nederland de naam Van Ossenbruggen aannam.

Er zijn ook familienamen die aan een aardrijkskundig begrip zijn ontleend, zoals Van Dam, van Dijk of van der Sluis, al kan eeuwen later niet altijd meer achterhaald worden om welke dijk of sluis het nu eigenlijk ging. Zo zou de bekende Amsterdamse familie Hooft zijn naam hebben ontleend aan het havenhoofd in Westzaan, want daar woonde de stamvader.

En dan had je nog familienamen die hun oorsprong danken aan huisnamen of uithangborden. De Amsterdamse burgemeester en koopman Adriaen Reynerstz Cromhout (1578) ontleende zijn naam bijvoorbeeld aan zijn huis ‘in ’t Cromhout’ in de Warmoesstraat. De Amsterdamse dichter Gerbrand Adriaensz van Brederode dankt zijn naam aan het uithangbord aan de gevel van zijn ouderlijke woning ‘In de Heer van Brederode’. En de vermaarde Oost-Indiëvaarder Willem Ysbrandtsz Bontekoe (1587-1657) ontleende zijn naam aan de gevelsteen De Bontekoe van zijn geboortehuis aan de Veermanskade 15 in Hoorn.

Gevelsteen “De Bontekoe” – Veermanskade 15, Hoorn. Beeld: Erik Baas, gelicenseerd CC BY-SA 3.0.

Goetzot

Schippers hadden nog wel eens de gewoonte om hun naam af te leiden van het schip waarop ze voeren. Zo stond Jan Gerritsz uit Amsterdam, schipper op de ‘De Geelvinck’, aan het begin van het regentengeslacht Geelvinck.

Bovenstaande informatie ontlenen we aan een studie naar de herkomst van familienamen, die P.J. Meertens in 1941 publiceerde. Het is een degelijke, wetenschappelijke verhandeling die overigens pas ècht interessant wordt als hij de namen behandelt die zijn ontleend aan een lichamelijke of geestelijke eigenschap. Vooral in de middeleeuwen leverde dat tot de verbeelding sprekende namen op als Herman Platvoet, Gerardus Sconehals en Pieter Goetzot. Zo moet er in 1514 in Alkmaar een man hebben geleefd die getooid was met de fraaie naam Willem Roothooft. Wellicht was zijn bloeddruk te hoog of keek hij te diep in het glaasje.

Napoleon

Hoewel er vòòr die tijd al Nederlanders met een familienaam waren, was het Lodewijk Napoleon, broer van de Franse keizer, die in 1810-1811 elke Nederlander verplichtte zich bij de burgelijke stand met een familienaam in te laten schrijven. Vanaf dat moment werden geboorte, huwelijk en overlijden officieel door de overheid vastgelegd.

Volgens taalwetenschapper Leendert Brouwer liet lang niet iedereen zich inschrijven, maar in grote steden als Amsterdam waren het vooral de Joodse inwoners die dat deden, ‘omdat zij naast het eigen Joodse naamsysteem nu ook gebruik moesten maken van het burgerlijke naamsysteem.’

Uit een artikel op website www.Joods.nl blijkt dat je aan veel Joodse namen het beroep van de voorvaderen kon aflezen. Zo zijn Bartje Groenteman, Manie Turfkruier en Jonas Ziekenoppasser aan hun naam gekomen. Werkte je op een atelier, dan noemde je jezelf Max Tailleur. Verdiende je je geld op het water, dan ging je voortaan door het leven als Jopie Schuitevoerder of Leo van der Sluis. Hield je van tuinieren, dan koos je voor Lex Rozenboom, Meijer Komkommer of Betsie Biet. En werkte je in een juwelierszaak, dan liet je je bij de burgerlijke stand inschrijven onder de naam Aby Goudsmit, Samuel Diamant of Leendert Goudeketting.

Donny Vleeschhouwer werkte vermoedelijk in een slagerij, Bernard Kalkoene was waarschijnlijk poelier, Jopie Brasem en Abraham Mossel zullen in de vis hebben gezeten en bij Ben Bril kocht je een nieuwe … bril.

Portret van Lodewijk Napoleon, koning van Holland, Charles Howard Hodges, 1809. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: SK-A-653

Komtebedde

Soms werden bijnamen tot achternaam verheven, zoals Leeflang, De Kwaadsteniet, Meliefste of – ook een héle mooie –  Komtebedde. Of wat te denken van namen als Zondergeld of Seldenthuis. Als je met de naam Zondergeld op de Zuidas gaat werken, zul je een hoop gegiechel voor lief moeten nemen, maar het is in ieder geval wèl een naam waarmee je je kunt onderscheiden.

Het Nieuw Israëlitisch Weekblad besteedde ooit aandacht aan de oorsprong en achtergrond van opvallende Joodse familienamen. De verslaggever in kwestie was altijd al gefascineerd door achternamen, omdat zijn grootvader Salomon Komkommer heette. Salomon was weliswaar makelaar in assurantiën, maar één van zijn voorvaderen moest toch ooit komkommers hebben verkocht. Groente venten was immers een typisch beroep van het Joodse proletariaat, getuige het feit dat sommige Joodse verkopers Citroen of Augurkiesman heetten.

Mozes ben David

Naar verluid hadden Joden in bijbelse tijden geen achternaam. Je werd bij je voornaam aangeduid, aangevuld met een naam die naar je vader verwees. Je heette dus Mozes ben David of Mirjam bat Aäron. Ook in Nederland werd die gewoonte tot het begin van de negentiende eeuw gehandhaafd. Aangezien in grotere Joodse gemeenschappen soms meerdere Mozes ben Josefs rondliepen, werd aan de naam vaak nog de stad van herkomst vastgeplakt. In dat geval heette je dan Mozes ben Josef Hilversum.

Sefardische Joden, die uit Spanje en Portugal kwamen, hadden soms al in de Middeleeuwen een familienaam aangenomen. Mendes Da Costa, Sarphati en Coutinho zijn daar voorbeelden van. Maar voor de asjkenazische Joden lag dat anders, want toen Napoleon Nederland bezette, moest iedere burger een achternaam bij de burgerlijke stand opgeven. Zo’n burgelijke stand was handig voor het innen van belastinggeld en het oproepen van nieuwe soldaten voor Napoleons Grande Armée.

Stamboom van het Levitische priesterschap, Jan Luyken, 1683. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: RP-P-1896-A-19368-328

Appelman

Wie nog geen familienaam had, moest er eentje verzinnen. Daarvoor werd soms de plaats van herkomst gebruikt. Namen als Van Praag, Metz, Swaab en Elburg spreken voor zich. Maar er zijn ook minder duidelijke voorbeelden. Batavier verwijst bijvoorbeeld naar de Batavierstraat in de oude Amsterdamse Jodenbuurt.
Soms werd de naam van de vader verhaspeld. David werd dan bijvoorbeeld Davids of Davidson. En had je vader een koosnaam, zoals Appie of Ap, dan werd daar de familienaam Appel of Appelman van gebrouwen.

De beroepen van het Joodse proletariaat leverden de meest in het oog springende namen op, waardoor Joodse Nederlanders vanaf 1811 onder de naam Komkommer, Porcelijn, Goudsmit of Kleerekooper door het leven gingen. Of er in Nederland nog veel Komkommers leven is nog maar de vraag. De opa van de auteur van het NIW-artikel veranderde zijn naam in ieder geval van Komkommer in Kromer. Daar zet je niet zo makkelijk je tanden in, maar als familienaam voldoet het prima.

Naaktgeboren

Overigens zijn niet alle curieuze en soms ronduit geestige namen het product van Joodse humor, want volgens taalwetenschapper Leendert Brouwer bestond de naam Naaktgeboren al voordat de Fransen de burgerlijke stand in Nederland invoerden. Waar de naam vandaan komt, is niet helemaal duidelijk. Brouwer vermoedt dat het oorspronkelijk een bijnaam is geweest. ‘Het is niet ondenkbaar dat iemand die bij herhaling aan de aanwezigen in de herberg liet weten dat we niet zoveel kapsones moeten hebben aangezien we allemaal naakt geboren zijn, op een gegeven moment werd aangesproken als ‘Jan Naaktgeboren.’ Zo zou de familienaam in de 17e eeuw ontstaan kunnen zijn, zo vermoedt hij.

Volgens een andere verklaring zou Naaktgeboren een verbastering zijn van het Duitse Nachgeboren, wat betekent: geboren ná het overlijden van de vader. Overigens waren er in 2007 618 Nederlanders die naar de naam Naaktgeboren luisterden. Dat moeten er ooit meer zijn geweest, want veel mensen hadden hun naam toen al veranderd in Naborn, Aagenborg of Radenborg, of een andere naam die veel op het origineel lijkt.

Wie zijn naam wil veranderen, moet vaak een moeizame weg bewandelen, die eindigt met een Koninklijk Besluit. Maar het kan ook simpeler, want inmiddels kunnen echtelieden en partners kiezen welke naam ze aan hun kinderen willen doorgeven. Brouwer:  ‘Ze heten geen Poepjes meer, of Bal of Bil, maar Goudzwaard of Zilverschat.’ Overigens heeft het nog wel een voordeel om als Naaktgeboren of Poepjes door het leven te gaan, meent Brouwer: “Met zo’n opvallende achternaam hoef je je nooit twee keer voor te stellen.

Jaapje Naaktgeboren en Willem Reedijk. (knipsel), Collectie Veenhuijzen, Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag. Het Geheugen van Nederland.

De Vries

Tot slot hebben we nog even gekeken welke familienaam het meest voorkomt in Noord-Holland. Als je Tol, Smit, Keizer, Veerman, Bond, Jong of Schilder heet, dan is de kans groot dat je uit Volendam komt. Maar hoe zit het met de andere plaatsen? Welnu, in de top drie van 15 Noord-Hollandse plaatsen die in opdracht van RTV NH is opgesteld staan nu niet bepaald namen die je van je stoeltje doen vallen. De Vries, De Groot, De Jong en Bakker komen het meest voor. En een havenstad als IJmuiden doet zijn reputatie eer aan, want daar heten 86 inwoners Visser. De familienaam De Vries komt relatief vaak voor: in Haarlem 92 keer,  in Zaanstad 91 keer, in Hilversum 85 keer en in Beverwijk 59 keer. Koploper is Amsterdam, waar in augustus 2020 maar liefst 400 Amsterdammers met de naam De Vries rond liepen. Dat lijkt veel, maar in die maand telde de hoofdstad 869.709 inwoners. De meeste mensen heten dus niet De Vries, dus voorlopig is er nog genoeg variatie.

Auteur: Arnoud van Soest

Bronnen:

P.J.  Meertens, De Betekenis van de Nederlandse familienamen, Leendert Brouwer, De naammythe van Napoleon, Netwerk Naamkunde Leo Groenteman, What’s in a name, www.Joods.nl en Kleurrijke achternamen uit het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 3/9/2013. Het turven van de meest voorkomende namen in Noord-Holland is hier terug te lezen.

 

Publicatiedatum: 07/11/2020