De aanleiding voor de aanleg van de Amsteldiepdijk en vervolgens de Afsluitdijk ligt in de watersnoodramp van 1916. Door een zware noordwesterstorm braken de dijken rond de Zuiderzee op verschillende plaatsen door. Grote delen van Waterland en de Anna Paulownapolder kwamen onder water te staan. Beelden van vluchtelingen in bootjes, drijvende huizen en troostbezoekjes van koningin Wihelmina gingen het hele land door. De roep om de afsluiting van de Zuiderzee werd steeds groter.
Er waren al vanaf de zeventiende eeuw plannen gesmeed om de Zuiderzee te dempen, maar na de rampzalige overstroming van 1916 werden deze eindelijk serieus overwogen. Hoofdpersoon in dit proces was ingenieur Cornelis Lely, die een ontwerp maakte voor de aanleg van de Afsluitdijk van Den Oever naar Friesland en het inpolderen van een groot deel van de Zuiderzee. Dit zou een hoop extra landbouwgrond opleveren, waar ten tijde van de Eerste Wereldoorlog veel behoefte aan was. Nadat de Zuiderzeewet in 1918 werd aangenomen, konden de graafwerkzaamheden beginnen.

De Watersnood van 1916 in de Oostpolder (Anna Paulownapolder) nabij de plek van de latere Amsteldiepdijk. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.
Proef voor de Afsluitdijk
Het eerste grote onderdeel van de Zuiderzeewerken was de Amsteldiepdijk. Deze 2,5 kilometer lange dijk is aangelegd als onderdeel van de Afsluitdijk, die Noord-Holland met Friesland verbindt. Om deze reden wordt de Amsteldiepdijk ook wel de Kleine of Korte Afsluitdijk genoemd. De dijk, eigenlijk een dam tussen Van Ewijcksluis en Wieringen, is aangelegd in 1924 en sluit een deel van het Amsteldiep en het Ulkediep af. Het afgesloten deel van het Amsteldiep werd daardoor een meer: het Amstelmeer.
De aanleg van de Amsteldiepdijk ging met vallen en opstaan en bleek daardoor een waardevolle proef voor de aanleg van de Afsluitdijk. De bouw van de dijk werd in 1924 afgerond. Een jaar erna kon gestart worden met de 32 kilometer lange Afsluitdijk. Gelijktijdig met de aanleg van de Afsluitdijk werd ook geëxperimenteerd met het inpolderen van de zilte Zuiderzeebodem. In 1927 ontstond een eerste proefpolder bij Andijk, waar gekeken werd hoe lang het duurde voordat het zout wegspoelde en er geboerd kon worden. Daarna werd de blik verlegd naar de Wieringermeer, een enorme polder direct onder Wieringen.

Luchtfoto van de Amsteldiepdijk aan de Wieringer kant, 1926. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.
Wieringen geen eiland meer
Wieringen was sinds de twaalfde eeuw een eiland. Het werd beschermd tegen het water van de Zuiderzee door de Wierdijk, die van De Haukes tot aan Den Oever loopt. Deze dijk was gemaakt van zeegras, een belangrijke plant voor de inwoners van Wieringen. Veel eilandbewoners werkten vroeger in de wierindustrie, waar ze betrokken waren bij het oogsten van het wier op zee, het drogen op het land en het persen en opslaan in de kenmerkende zwart geteerde wierschuren. Verder was de visserij natuurlijk een van de belangrijkste bestaansbronnen voor de eilandbewoners.
Dankzij de Amsteldiepdijk, die een permanente verbinding met het vasteland vormde, was Wieringen voortaan geen eiland meer. Dat had grote gevolgen voor het leven van de inwoners. Het eiland kreeg plotseling te maken met geïnteresseerde bezoekers. De traditionele wierindustrie en visserij kwamen ten einde met de aanleg van de Afsluitdijk, die van de zilte zee een zoetwatermeer maakte. En na de inpoldering van de Wieringermeer verdween het laatste onderscheid tussen het oude Wieringen en het vasteland.
Wieringen wordt daarom ook wel ‘het geheime Waddeneiland’ genoemd: dezelfde weidse uitzichten, watervogels en een echte eilandsfeer, maar dan nét iets makkelijker bereikbaar.

Prentbriefkaart met vogelvlucht van Westerland. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.
Tekst: Redactie Oneindig Noord-Holland
Omslagfoto: Amstelmeer en Amsteldiepdijk, 2015. Foto: Bjoertvedt, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
Bronnen:
Publicatiedatum: 24/08/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.