Wieringen was van oorsprong geen eiland. De basis van dit stukje Noord-Holland werd al zo’n 150.000 jaar geleden gelegd, tijdens de voorlaatste ijstijd. Oprukkend landijs duwde een grote massa zand, leem en keien voor zich uit. Wat overbleef, was een stevige keileembodem.
Het hoogste punt van die keileembult vind je vlakbij Westerland, net naast de Nicolaaskerk. Tegenwoordig is dit een aardkundig monument. Vroeger stak de heuvel nog een meter of vijf hoger uit boven het landschap, maar een latere ijstijd heeft het land flink afgevlakt. Omdat keileem amper water doorlaat, kon Wieringen eeuwenlang standhouden tegen de zee. Texel en het voormalige eiland Schokland hebben overigens precies zo’n zelfde taaie ondergrond. Als je nu vanuit de Wieringermeerpolder aan komt rijden, zie je nog steeds goed hoe het oude landschap iets boven de polder uitsteekt.

Wieringen, buitendijkse abrasievlakte van keileem. Lutjestrand met fossiel klif, kerk Westerland op achtergrond. Westerland, Hollands Kroon, 2014. © Paul Paris/ Documentaire foto-opdracht Provinciale Atlas Noord-Holland 2014.
Van veenmoeras naar eiland
Lange tijd was Wieringen gewoon een verhoging in een uitgestrekt en drassig veengebied. In de vroege middeleeuwen lag de noordkant al wel tegen een waddengebied aan. Vanaf de twaalfde eeuw veranderde het landschap compleet. De zeespiegel steeg, en zware stormvloeden in met name de dertiende eeuw sloegen het veen tussen Noord-Holland en Friesland weg. Zo ontstond de Zuiderzee en kwam Wieringen definitief in het water te liggen.

Wandelpad langs de oude zeedijk bij De Haukes. Links klotst het Amstelmeer, het vroegere Amsteldiep. Foto: redactie Oneindig Noord-Holland.
Een haven met stroming
Aan de zuidwestkant van het eiland lag De Haukes. Hier, in het voormalige Amsteldiep (het huidige Amstelmeer), kwamen de Waddenzee en de Zuiderzee samen. Voor reizigers vanaf het Noord-Hollandse vasteland was de haven de meest logische plek om aan land te gaan. Ook de postboot legde er aan.
Varen was hier overigens niet altijd eenvoudig. Door eb en vloed werd het zeewater met aanzienlijke kracht door het smalle stuk tussen Wieringen en het vasteland geperst. De zeebodem sleet daardoor sterk uit. Op oude negentiende-eeuwse stafkaarten wordt deze opvallend diepe geul heel toepasselijk het ‘Schuitengat’ genoemd. Om de scheepvaart in goede banen te leiden, stond er destijds een vuurbaak op de Westlanderdijk. Deze dijk, en het smalle pad dat er nu nog ligt, herinneren aan de tijd dat De Haukes in directe verbinding stond met open zee.
Tekst: In 2026 herzien door de redactie van Oneindig Noord-Holland.
Publicatiedatum: 16/04/2014
Vul deze informatie aan of geef een reactie.
2 reactiesBen nieuwsgierig , wil op de hoogte blijven van deze polder !
Ben op zoek naar de exacte aanlegplaats van de vaste wal verbinding voordat de Haukes daarvoor werd aangewezen ( dat was in 1892)