Schoorl

De heilloze tocht na de eerste grote razzia van Nederland

Met Jan Feith aan zee (1933)

Deze zomer neemt Jan Feith je mee op reis door onze provincie. Zijn historische teksten uit het album ‘Zwerftochten door ons land: Noord-Holland’ (1933) geven een beeld van zonnige duinen, drukke pleinen en pittoreske polders. Deze week: ‘In den zeewind langs onze Noordzee-kust’.

>

Kamp Schoorl: de woelige geschiedenis van de Schoorlse Duinen

Een middagje wandelen door de Schoorlse Duinen is natuurlijk nooit weg. Lekker een luchtje scheppen in de zon, omringd door een uitgestrekt natuurgebied. Verschillende wandel- en fietsroutes beginnen bij het bezoekerscentrum. Wat weinig mensen weten is dat dit centrum op een stuk grond staat dat een roerige geschiedenis kent.

>

Middeleeuws kasteel ontdekt in Schoorl?

Woensdag 13 juni trokken zeven enthousiaste leerlingen van basisschool d’Oosterkim uit Schoorl er op uit om, onder begeleiding van een archeologe, met behulp van moderne archeologische methodes het weiland van boer Jeroen Dekker te onderzoeken. Deze boer uit Schoorl vond enige tijd geleden enorme bakstenen op zijn land, die vele eeuwen ouder blijken dan in eerste instantie gedacht. Mogelijk zijn deze dertiende-eeuwse stenen resten van een versterking van Willem II.

>

Strandkuil

De benen, die gestrekt uit het gangpad van vlucht HV 695 steken verraden een zeer hoog gehalte bergschoenen. We kijken elkaar aan, die van ons liggen thuis, zegt ze. La Palma is een wandeleiland. Vulkanisch, woest met diepe kloven en hoge toppen. De stoere kuiten die eindigen in bruin soepel leer geven een rust die nieuw voor ons is. Geen dreinende kinderen. Geen baby’s die moeten worden verschoond, maar een grijze gloed die de hoofden kleurt. De meeste wandelaars behoren tot de bovenlaag van de gemiddelde levensverwachting. Gelijk met het dichtslaan van mijn oren informeert de intercom ons over de naderende landing. Twee kleine schokken laten ons voelen dat we contact hebben met het beton. Een enkeling klapt, maar die komt uit een ander tijdperk. Er is op ons gerekend. Hoog boven de grijze gloed toont een blonde mevrouw kranig een bordje, dat zegt dat we bij haar moeten zijn. Na een klein uur vol haarspeldbochten, ravijnen en onoverzichtelijke situaties komen we op onze bestemming: ‘Puerto Naos. Het weer is aangenaam (25°) en zal onze hele vakantie zo blijven.nWeer een nieuwe ervaring. Het strand is zwart en geeft niet af. Meters hoge golven beuken er op, maar het blijft zwart. Zwembaden, ligbedden, diverse bars en de zee. Het is allemaal elf dagen van ons. Als we de eetzaal binnentreden, pakken we een bord, nemen wat we lekker vinden een zoeken een plaats op het terras. De Duitssprekende gasten doen dat niet. Zij lopen direct naar het terras. Deponeren een kledingstuk op een stoel bij een leeg tafeltje en gaan dan over tot het bunkeren. Dit geeft een aangezicht van een halfvol terras, dat toch vol is.nIn het zwembad dobberen de volle buiken van een paar Duitse gasten. Één van hun dobbert nu al een paar minuten met zijn gezicht gericht op de bodem van het zwembad. Zeker erg mooi daar beneden. Ik kan me niet druk maken over onze oosterburen. Dat superachtige, “die manschaft” (ben nog steeds niet over het verlies van 1974 heen), het zich toe-eigenen wat niet van hun is. Mijn gedachten dwalen af naar de zomer van 2009. Een mooie dag op het strand van Schoorl. We lopen langs een lege kuil. Het bouwwerk is robuust en heeft een middenlijn van zeker drie meter. Een meter of tien opzij van de kuil vinden we een stek. Het duurt niet lang of een Nederlands gezin trekt erin. Alles is vredig totdat de vermoedelijke bouwers van de kuil zich melden. Het blijken Duitsers te zijn die hun creatie komen opeisen. Het lukt ze ook nog. Het Nederlandse gezin gaat op zoek naar een andere plek. Met moeite onderdruk ik de neiging er op af te gaan. Mijn tijd komt nog wel, denk ik.nEn die tijd is vandaag 20 januari 2010 La Palma, Puerto Naos.nMijn blik loopt opnieuw vast op de Duitser, die nog steeds de bodem bewondert. Nieuwsgierig begeef ik me in zijn richting en raak hem vol in zijn zij. Hij dobbert van me af. Als iemand aan de andere kant van het zwembad gaat zitten kunnen we hem over laten varen, denk ik vol leedvermaak. Ik haal harder uit. Er ontstaat een kleine boeggolf als hij naar voren schiet. Die had je nog van me tegoed: ‘ van die kuil. Voldaan keer ik terug naar mijn ligbed.n We hebben nog een paar dagen, genieten van de zon, reizen nog wat en kijken naar volle gasten. Dan komt voor ons het onvermijdelijke. We nemen afscheid van La Palma. Volgend jaar wordt het weer Schoorl. Misschien is de kuil er nog.n nFerry Berges

>