Stolpverhaal uit Schoorl

Een waterig zonnetje prikt door de grijze voorjaarswolken, die over de toppen van de duinrand het Schoorlse buurtschap Catrijp binnen waaien. Stolp ’t Witte Paard staat hoog en droog langs de Heereweg ter plaatse. De rode tinten van het schilderwerk stralen je tegemoet als de vlammende herfsttinten van de ‘Indian summer’. 

Stolpboerderij in Schoorl Foto Mart Groentjes

Stolpboerderij in Schoorl Foto Mart GroentjesStolpboerderij in Schoorl Foto Mart Groentjes

Het verdwenen witte paard

Het brede erf van deze stoere stolp voert nog verder omhoog en dat levert – als je je omdraait – een voor (Noord)-Hollandse begrippen duizelingwekkend uitzicht op. Over de meters lager gelegen kustpolder tot ver voorbij het Noordhollands kanaal. De Westfriese Omringdijk en Warmenhuizen liggen in het verschiet. Met 6 meter boven NAP lijkt het alsof je op een alpentop te staan. Het prachtige, nauwelijks beplante erf wordt begrensd door twee rijen machtige leilinden, die zo oud en volgroeid zijn, dat ze als enorme kalkoenpoten omhoogsteken als waren het voorwereldlijke wachters van de stolp en hun vriendelijke bewoners.
Eenmaal binnen in de met smaak ingerichte woonkamer verklaart familie Kouw dat de monumentale zwarte linden zeker 200 jaar oud zijn. Bij de statige zwart marmeren schoorsteenmantel met strakke grijze sierstrippen vertellen de bewoners Riet en Kees en vierkantdeelster Annelies opgewekt over de grootscheepse vernieuwbouw van ’t Witte Paard, een project dat ongeveer in 2000 begon. In het kort gezegd, is de boerderij een erfenis van Oom Henk en dateert de bouwgeschiedenis van de boerderij zeker tot 1720. De verklaring van de naam van de stolp lijkt een legende. Ooit raakte een boer een wit paard kwijt, maar kon geen bewijs leveren van de lokale daders. Om hete kolen op de schuldige hoofden te laden, schilderde hij als publieke vermaning een groot wit paard op de (naar de wegzijde gekeerde) darsdeuren.

Tante Kee

De vernieuwbouw en het meervoudig woongebruik is bijzonder geslaagd en dat merk je aan het enthousiasme van de familie en aan hun deskundige inzet tijdens de plannenmakerij en de uitvoering, die jaren in beslag nam. Gelukkig, zo zeggen ze zelf, hadden ze een goede architect en een vakbekwame aannemer. Hij gaat met grote stappen door de verbouwing. Hoe de fundering is opgelost, toen eenmaal bleek dat het houten vierkant -helaas- niet meer hergebruikt kon worden. Dat werd op staal, ook toen bleek dat onder zes meter duinzand eerst een acht meter dikke laag jonge zeeklei verborgen zat voor men weer op zand stuitte. Een erfenis uit het roerige kustverleden. De zorg voor de detaillering valt op. Alles is bijna perfect uitgedacht en dito uitgevoerd. Nog steeds is de familie Kouw doende sfeeronderdelen terug te brengen in de stolp. Daarvan getuigen de schoorsteenmantel, het gezandstraalde glas in de schuifdeuren, de bedstee op de voormalige lange regel, de geborduurde stoelzittingen en het gietijzeren rooster in de voordeur. “Deze kantgekloste valletjes voor de T-ramen zijn nog van tante Kee geweest”, komt Riet tussenbeiden, “mijn tante was nogal bewaarderig ingesteld en haar collecties zijn voor ons een dankbare inspiratie om onderdelen daarvan te tonen. De oude koestal is een sprekend voorbeeld. De uitstalling boerengebruiksgoed is niet alleen perfect, maar van elk onderdeel is het gebruik bekend. Bijna een klein museum, dat desgevraagd op aanvraag is te bezichtigen. Maar er is meer, veel meer. De zogenaamde blikkenkamer is er een van. Wat dat betekent moet u zelf maar gaan zien. Een ding is zeker, tante speelt de hoofdrol.

 

De bedstee is nog intact Foto Mart Groentjes

De bedstee is nog intact    Foto Mart GroentjesDe bedstee is nog intact Foto Mart Groentjes

Het fort

In de uiterste hoek van de koestal is een stookgelegenheid om voer voor het vee (de varkens) te kunnen koken. Daarachter bevindt zich de buitenplee, die loosde op de gierkelder. Erboven priemt de schoorsteen naar de hemel. Het fort heet deze bijzondere hoek van de stolp. Marlies is voor minstens een derde vierkantdeler van ’t Witte Paard; deze eerste vorm van dubbele woonbestemming diende als voorbeeldfunctie in het beleid van de nieuwe gemeente Bergen. Onder het dak van de stolp heeft ze haar eigen atelier en het appartement (als je dat al zo mag noemen) heeft dezelfde intieme sfeer en vooral de verzorgde afwerking als het andere deel van de stolp. ’t Witte Paard is een geslaagd voorbeeld van hergebruik met bewoners die traditie en moderne toepassing op een plezierige en deskundige manier weten te mixen.

Publicatiedatum: 12/08/2013

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.