Visser Klaas Stins

Het is nog aardedonker als bij visser Klaas Stins de wekker gaat. Hij staat op, schiet zijn kleren aan en rijdt even later met zijn blauwe bestelbus naar de net buiten Petten gelegen schuur waarin zijn boot is gestald.  Met een oude tractor sleept hij de brede, open vissersboot de dijk over, het water in. Het is vier uur in de ochtend, de zee ligt er kalm bij. Stins snuift de frisse ochtendlucht op, werpt een snelle blik op het water en kijkt hoe het getij loopt. Het belooft een mooie visdag te worden. ‘De meeste vis vang je achter een storm aan,’ zegt hij op gedempte toon. ‘Als de wind weer is gaan liggen, maar de golven nog rollen. Het water is dan rijk aan zuurstof en de vissen zijn in beroering'.n nOp de strandhoofden staat een klein laagje water, een enkele vis schiet weg. Hij draait zijn eerste shaggie van de dag en start de  buitenboord-motor, een 50 pk Yamaha. Een zeehond kijk verstoord op. Rustig schiet hij zo’n twaalf netten rond de kop van de basalten strandhoofden. De netten staan loodrecht in het water. Met een peddel geeft Stins een paar rake klappen op het water, in de hoop dat de opgeschrikte vis de netten inschiet. Het zijn geen gewone netten, zoals Stins geen gewone visser is. Hij is, had hij eerder uitgelegd, lid van de ‘geintegreerde visserij’. Een groep kustvissers met oog en hart voor de natuur. Stins en zijn collega’s vissen met zogenaamde kieuwnetten, netten met grotere gaten waarachter de vis met zijn kieuwen blijft haken. En niet te lang om de bijvangst zoveel mogelijk te reduceren. ‘Zo doen we de natuur nauwelijks schade. Grote vissers zeggen weleens- je moet de bodem van de zee omwoelen, net zoals een boer zijn akker ploegt. Mooi verhaal, maar er klopt niks van. Door die grootschalige, natuuronvriendelijke visserij, dreigt de zee op te raken'.n nNa een uurtje trekt hij met een lier de netten naar binnen, de dag licht op. Tevreden aanschouwt hij de vangst, flink wat zeebaarzen en verder wat harders en makrelen. Vroeger, in de tijd dat hij samen met zijn vader viste, waren de keren dat hij een zeebaars in de netten had op één hand te tellen. ‘We vingen toen veel harders en verder onder meer schol en griet. Maar schol zie je nauwelijks meer onder de kust, die zit tegenwoordig dieper op zee, terwijl het bestand aan zeebaars de laatste jaren goed is'. Waarom? Stins haalt zijn schouders op. Zo gaat dat in de natuur, die is onvoorspelbaar en altijd in beweging. Vertel hem wat, hij kijkt al tientallen jaren zijn ogen uit. Geloof nooit iemand die zegt de zee door en door te kennen, hij bluft, de zee laat zich niet kennen. Net als de godin Hera, lacht hij, ze was de mooiste op aarde, maar even onvoorspelbaar en onberekenbaar als de zee. Wat hij wel weet is dat alles met alles te maken heeft in de natuur. Dus als er straks zand voor de zeewering wordt gestort ter verdediging van de kust, zal dat van invloed zijn op de visstand. ‘Het zal een aantal jaren minder worden, dus zal ik moeten uitwijken naar de Waddenzee.’n nGert Hage/SLeMn 

Publicatiedatum: 25/07/2011