Drijvende kracht achter de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal was koning Willem I. De nieuwe waterweg moest de bereikbaarheid van de zeehaven Amsterdam verbeteren en daarmee de zieltogende Nederlands economie vooruithelpen. Daarnaast had de vorst militaire motieven en hoopte hij de werkgelegenheid te stimuleren met de kanaalaanleg.
De ontwerper van het Noordhollandsch Kanaal was waterstaatinspecteur Jan Blanken Jansz (1755-1838), een timmermanszoon uit Bergambacht in de Krimpenerwaard. Ingenieur Blanken had een lange staat van dienst. Toen hij het kanaal ontwierp, had hij al de respectabele leeftijd van 65 jaar bereikt. Dit huzarenstukje van tachtig kilometer lengte met innovaties als vlotbruggen en waaiersluizen zou zijn levenswerk worden.

Poldergasten bij de afbraak van de Neckerpoort te Purmerend tijdens de aanleg van het Noordhollands Kanaal, circa 1820. Collectie RCE.
Van Amsterdam naar Den Helder
Voor Amsterdam, de belangrijkste havenstad van Nederland, was een goede zeeverbinding onontbeerlijk. Het Noordhollandsch Kanaal bood een veilig alternatief voor de bestaande route over de onberekenbare Zuiderzee. Duizenden grondwerkers uit alle windstreken baanden zich bij de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal een weg door modder en slijk. Onderbetaald en geplaagd door slechte leefomstandigheden en huisvesting konden de spanningen soms hoog oplopen. In 1823 werd een aannemer zelfs gelyncht door zijn woedende werkvolk.
Voor de Waterlandse steden langs de route bracht de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal grote veranderingen teweeg. Purmerend had er zelfs een economische bloeiperiode aan te danken. Naast dit profijt kleefden er ook nadelen aan de nieuwe waterweg: zo verdween een deel van het architectonische erfgoed van Alkmaar door sloop. De komst van het kanaal schudde Alkmaar wakker, maar betekende een opoffering van het oude stadshart.

Zeilschepen op het bevroren Noordhollandsch kanaal bij Purmerend, 1830. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.
Veer over het kanaal
Ook bracht het kanaal de noodzaak van nieuwe oversteekpunten met zich mee. Langs de route werden op verschillende plaatsen veerdiensten in het leven geroepen om personen van de ene naar de andere kant van het water over te zetten. In de Kop van Noord-Holland ontbrak die verbinding de eerste jaren na de aanleg van het kanaal, maar dat veranderde met de bedijking en inpoldering van de Anna Paulownapolder vanaf 1845. Toen ontstond de behoefte aan een verbinding tussen Het Koegras, het al eerder ingepolderde gebied waar Julianadorp ligt, en het nieuwe Anna Paulowna.
Halverwege de negentiende eeuw werd op initiatief van het polderbestuur een veer gerealiseerd. De dagelijkse uitvoering lag in handen van een ‘veerbaas’, die de pont bediende. Later is de exploitatie en het beheer van de veerpont overgegaan naar de provincie Noord-Holland. Naast Pont Westeinde beheert de provincie ook Pont ’t Schouw bij Landsmeer, die eveneens personen over het Noordhollandsch Kanaal vervoert. Per overtocht betaal je een vergoeding, maar kun je ook gebruik maken van een persoonlijke of zakelijke veerpontpas.

Pont Westeinde tussen Julianadorp en Anna Paulowna. Foto: Dolfy, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.
Tekst: Redactie Oneindig Noord-Holland
Publicatiedatum: 22/06/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.