Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie
NL | EN

‘Ongerepte’ Breesaap van de kaart geschept

Wie kent nog de Breesaap? De opa van oud-premier Ruud Lubbers dreef er een uitspanning. Conny Braam schreef hoe haar voorouders zich in de Breesaap vestigden. Frederik Willem van Eeden bejubelde ruim anderhalve eeuw geleden dit ‘heiligdom der natuur’. En nu? Denderend verkeer. Een fabriek met de hoogste CO₂ uitstoot van het land. Wat is er met de Breesaap gebeurd?

Als je in IJmuiden op een oude duintop aan de Kanaalstraat staat, zie je een dynamisch stukje Noord-Holland. Een schip, hoog beladen met containers, komt over zee aan varen. Hoge windmolens. Hijskranen. Schoorstenen van Tata Steel blazen dikke wolken uit.

Uitgerekend in deze duinstreek wandelde de Haarlemmer Frederik Willem van Eeden (1829-1901). Hij vertelde in 1866: ‘Wij zijn hier in een heiligdom der natuur, waar de mensch zelden zijn invloed uitoefent; waar alles opkomt, groeit en vergaat volgens den loop der natuur; een waar oerwoud in het klein; zeldzaam in ons zoo digt bevolkt vaderland.’

Bij Wijk aan Zee, wist Van Eeden, is de duinrand ‘zeer smal en niet breeder dan tien minuten gaans.’ Hij zag in de Breesaperduinen alom verfbrem groeien. En toch… In feite was toen het vonnis over ‘dit heiligdom der natuur’ al geveld. Hier, bij Holland op z’n smalst, zouden werklui zich een weg graven door de hoge duinen. De Breesaap, een honderden hectaren grote open duinvallei, moest verdwijnen om Amsterdam een directe vaarverbinding met de Noordzee te geven.

Plantsoen in oud IJmuiden dat aan de vroegere Breesaap herinnert. De dennenbomen zijn van latere tijd. Foto: J.M. Pekelharing.

Pensions

Enkele eeuwen geleden bood de Breesaap een fraai afwisselend landschap met een tiental boerderijen. Over het toen nog uitgestrekte IJ voeren rijke Amsterdammers in de zomer van hun stinkende stad naar een zomerverblijf in de fraaie natuur van de duinstreek. De Breesaap, zo gaat het verhaal, zou zijn naam te danken hebben aan het brede water (sap) dat daar in de duinen lag.

De vlakte waarop boerderijen stonden, was volgens een kaart uit 1864 omringd door een sloot om het overtollige water af te voeren naar de Noordzee, of aan de andere kant naar het Wijkermeer. Deze ringsloot diende, vermoedt amateurhistoricus Jan Morren, ook om konijnen uit de velden te houden waar de boeren voedsel verbouwden. Vanwege het fraaie duinlandschap kwamen in de Breesaap enkele pensions. En opa Lubbers opende er zijn café.

In maart 1865 plofte, in de Breesaap, de eerste officiële schep zand in een speciale kruiwagen. Dit was de start van het ambitieuze Noordzeekanaalproject. Het kanaal werd dwars door de toen drooggemalen IJpolders en het Wijkermeer naar zee gegraven. Helemaal rechtuit naar zee liep het kanaal niet. Bij Driehuis was de duinstreek meer dan vier kilometer breed. Maar iets noordelijker, bij Wijk aan Zee, nog geen kilometer. Met een eerbiedige bocht groeven de werklui dus om Driehuis heen.

Uitsnede van een kaart met het gebied van het ontworpen Noordzeekanaal, 1866. Noord-Hollands Archief / Collectie van

Bik en Arnold

De vermogende heren Bik (1790-1872) en zijn zwager Arnold (1813-1886) hadden al in 1851 besloten een Maatschap op te richten om grond in de Breesaap op te kopen voor als het kanaal hier zou komen. Ze waren als het ware projectontwikkelaars, want ze verkochten later een deel van hun duinland aan de Amsterdamsche Kanaal Maatschappij. Op een ander deel van hun Breesaap lieten ze woningen bouwen en straten aanleggen. Daarmee waren ze de grondleggers van IJmuiden. Hun portretten hangen in het IJmuider Zee- en Havenmuseum.

Jan Willem Arnold (1813-1886), grondbezitter Breesaap, oprichter van IJmuiden, 1865. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Velsen, Inventarisnummer 10666.

Het was de journalist, politicus en later zelfs hoogleraar, Simon Vissering (1818-1888) die al in 1848 schreef over een denkbeeldige reis over een kanaal van Amsterdam naar de mond van het (toen nog uitgestrekte) IJ – naar wat hij IJmuiden noemde. Vissering had een vooruitziende blik, want dat kanaal kwam er in 1876. Het dorpje dat bij de zeesluis verrees, kreeg, met dank aan Vissering, de naam IJmuiden.

Zoals de IJmuider Courant in 1926 schreef werd IJmuiden geboren op de dag dat de waterweg Amsterdam-Noordzee met de zeesluizen een feit was. Op 1 november 1876 om 12.30 uur voer het stoomschip de Stad Breda met de koninklijke wimpel in top de sluizen binnen, meldde de Opregte Haarlemsche Courant. Begeleid door de fanfare van het muziekkorps van de Amsterdamse schutterij. Het weer was niet denderend, maar het klaarde wat op en de Stad Breda, met koning Willem III aan boord, maakte een tochtje op zee.

Mr. Simon Vissering (1818-1888), hoofdredacteur van de Amsterdamsche Courant. Bovenaan een gezicht op IJmuiden met de vuurtoren) en onderaan de Zuidersluis, 1888. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Velsen, Inventarisnummer 10694.

‘Weltevreden’

Met het realiseren van het Noordzeekanaal kwam er na lange tijd weer een verbinding tussen de Noordzee en het IJ. Die directe relatie was zo’n tweeduizend jaar geleden verbroken door de vorming van een duinstrook. Als gevolg van het graafwerk in de duinen en de bouw van wat de Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken ging heten, bleef van het door Van Eeden ooit bejubelde ‘heiligdom der natuur’ vrijwel niets over.

Het gebied van, zoals Conny Braam zei, ‘wandelend duin en zandverstuivingen’ ging letterlijk op de schop. Politicus Ruud Lubbers (1939-2018) heeft het pension-café van zijn opa in de Breesaap niet gekend. Dat Breesaperhof had al lang tevoren moeten wijken voor uitbreiding van de sluizen. Maar in zijn persoonlijke herinneringen schrijft Ruud Lubbers dat de ‘kiem van mijn geboorte, en die van mijn acht broers en zussen, in de Breesaap (is) gelegd.’ Als laatste boerderij in de Breesaap ging ‘Weltevreden’ in 1922 tegen de vlakte.

Bouw van de eerste twee loskranen aan de Buitenhaven van Hoogovens. Links de uitspanning Het Hof van de familie Lubbers, kort erna gesloopt, 1920-1922. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Velsen, Inventarisnummer 12893

‘Weinig gebieden in ons land zijn zo van karakter veranderd als de omgeving van IJmuiden. Waar in 1860 nog een ongerept duingebied lag, lag 25 jaar later een kanaal met sluizen, een visserijhaven en een dorp met enkele duizenden mensen’, constateerde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Pension “Het Breesaperhof” aan de Hoflaan in de Breesaap rond 1900. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Velsen, Inventarisnummer 14401.

IJzer en staal

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland neutraal bleef, bleek hoe belangrijk het was in eigen land een staalfabriek te hebben. Dan was je niet volledig afhankelijk van staal uit het buitenland. Enkele ondernemende heren, onder wie de aan de Koninklijke Militaire Academie opgeleide genie ingenieur H.J.E. Wenckebach (1861-1924), kwamen met een ambitieus plan. Ze stelden voor, een hoogovencomplex te bouwen bij de monding van het Noordzeekanaal. Met een eigen haven aan zee (voor de aanvoer van steenkool en ijzererts) en dankzij het kanaal een goede verbinding met Amsterdam. Aanvankelijk was Rotterdam nog even in de race als vestigingsplaats voor het hoogovencomplex, maar IJmuiden won. In de duinen was de ondergrond stabieler dan bij Rotterdam.

Alle voorbereidingen voor de bouw van de hoogovens waren in 1918 afgerond. Het nodige kapitaal voor de Hoogovens was bijeengebracht door de Staat, gemeente Amsterdam, Nederlandse ondernemingen en particulieren. Honderden hectaren duingrond werden gekocht. Het werk kon beginnen.

De eerste hoogoven werd begin 1924 ontstoken. Ir Wenckebach kon daar vanwege ziekte niet bij aanwezig zijn. Hij overleed datzelfde jaar.

Hoflaan in de Breesaap, prentbriefkaart uit 1918. Noord-Hollands Archief / Collectie van prentbriefkaarten van de Provinciale Atlas Noord-Holland, Inventarisnummer 43816

Zwevende gele damp

Rond de zeesluizen van IJmuiden groeide een immens industrieel complex. Het maakt nu deel uit van Tata Steel. Bij Tata Steel in IJmuiden werken ongeveer negenduizend mensen. En zo’n kolossaal bedrijf heeft vanzelfsprekend effect op de buren. Met name omwonenden eisen maatregelen om de nadelige gevolgen voor de volksgezondheid te beperken. Het hoogovencomplex is de grootste uitstoter van stikstof en van CO₂ in ons land.

Dat is wel wat anders dan in de tijd dat Van Eeden zijn botanische wandelingen maakte. Toen, anderhalve eeuw geleden, constateerde hij: ‘Over het duin zweeft een gele damp, veroorzaakt door het stuivende zand. Hier verheft zich het gemoed, en te midden van de grootheid der natuur vergeten wij de kleinigheden des levens.’

Zandtrein bij doorgraving van de duinen van de Breesaap, nabij de Kralenberg, 1920. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Velsen, Inventarisnummer 13707.

De gele damp van het stuivende zand is nadien als het ware weggeblazen door uitstoot van de fabrieken die hier zijn gebouwd. Is er echt helemaal niets meer van dat oude Breesaap terug te vinden? Volgens streekkenner Jan Morren moet je daarvoor naar het plantsoentje op de hoek van de Kanaalstraat en de Kerkstraat in IJmuiden gaan. Maar de Breesaap leeft vooral voort in de (familie)verhalen van opa Lubbers, of de voorouders van Conny Braam. En van mijn oma, Nanny Mauve. Zij stapte in 1908 vanuit haar toenmalige ouderlijk adres in de Breesaap het huwelijk in.

Auteur: Jan Maarten Pekelharing

Bij het schrijven is dankbaar gebruik gemaakt van o.a. ‘Onkruid, botanische wandelingen’ van E.W. van Eeden. En van informatie op internet van het Historisch Genootschap Midden Kennemerland, Conny Braam in ‘De Stilte van de Breesaap’ van de VPRO, ‘Persoonlijke herinneringen’ van Ruud Lubbers, en natuurlijk krantenarchief Delpher.

Publicatiedatum: 11/12/2023

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.