De Hoogovens

Op 20 september 1918 werden de Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken (Hoogovens of KNHS) officieel opgericht. De Eerste Wereldoorlog had aangetoond hoe belangrijk het was om als land zelfvoorzienend te zijn. Dit leidde bij de ingenieurs H.J.E. Wenckebach en J.C. Ankersmit tot het idee van de oprichting van de hoogovens.

Beide mannen wisten het bedrijfsleven, de gemeente Amsterdam, de Staat en particuliere ondernemers achter hun plannen te scharen en op 22 januari 1924 werden de Hoogovens geopend.

Een echtpaar met een hond bij de Hoogovens, in 1921

Een echtpaar met een hond bij de Hoogovens, in 1921 Bron: Beeldbank Noordhollands Archief

Oprichting

De komst van de hoogovens was een ingrijpende gebeurtenis voor de samenwerkingsregio Kennemerland. Van oudsher stond het gebied namelijk bekend om zijn visserij en aardbeienteelt. De gemeentebesturen waren echter direct positief, want de nieuwe industrie bood werkgelegenheid en nieuwe kansen. De ligging van het gebied was daarnaast ideaal: Velsen lag aan de monding van het Noordzeekanaal, aan de overkant van IJmuiden. Het duingebied bood een stevige ondergrond voor de bouw van de zeer zware installaties. Bovendien wilde Amsterdam graag investeren in de bouw van de hoogovens en de vele benodigde arbeiderswoningen.

De bouw

Amsterdam ging er vanuit dat IJmuiden en Velsen op termijn zouden worden geannexeerd. Dat is echter nooit gebeurd. Voor de bouw van Hoogovens maakte een bouwkundig ingenieur een eerste verkenningstocht op de bestemmingslocatie. Hij ontdekte een bosrijk gebied, “vol van konijnen, die bij mijn nadering schichtig weg zigzagden naar hun holen.” In 1920 werd in dat ongerepte en afgelegen duinlandschap in de gemeente Velsen begonnen met de aanleg van havens, sporen en wegen. Honderden werklieden waren in de weer om met stoomkracht, paarden en met de hand duinen af te graven en havens uit te baggeren.

Gezicht op de Hoogovens, in 1968

Gezicht op de Hoogovens, in 1968 Bron: Beeldbank Noordhollands Archief

Eerste ijzerbroodjes

Op 22 januari 1924 om kwart over elf ’s ochtends werd het vuur in de eerste Hoogoven voor het eerst ontstoken waarmee het bedrijf officieel in werking werd gesteld. “Zoals een jonge moeder de luiers van haar eersteling bekijkt”, zo bestudeerde Wenckebach naar eigen zeggen de eerste Nederlandse ‘ijzerbroodjes’. De stukken ruwijzer moest men naar zijn ziekbed brengen. De eerste directeur van Hoogovens kon vanwege gezondheidsproblemen namelijk niet bij de opening aanwezig zijn. Zijn vrouw nam de honneurs waar. Ankersmit was in 1916 al naar de VS vertrokken en overleed een maand na de opening. Beide initiatiefnemers hebben geen voordeel uit de Hoogovens kunnen halen.

Producten

Al in het midden van de jaren dertig waren de Hoogovens de grootste exporteur van ruwijzer ter wereld en begon het bedrijf het ijzer verder toe te passen. Zo werden er gietijzeren buizen geproduceerd, de staal- en aluminiumproductie kwamen op gang en er kwam een walserij. Vanaf 1925 werd in Velzen het kooksovengas voor huishoudelijk gebruik toegepast. De slak, die na de productie van ruwijzer overblijft, werd vanaf 1930 verwerkt tot cement.

Gastarbeiders van de Hoogovens in hun vrije tijd

Gastarbeiders van de Hoogovens in hun vrije tijd

 

Gastarbeiders

In 1956 haalden de Hoogovens als één van de eerste bedrijven gastarbeiders naar Nederland. Dit waren vooral Italianen en Spanjaarden. De eerste jaren woonden zij bij particulieren en in pensions. Toen dat niet toereikend bleek, werd het oude passagiersschip ‘Arosa Sun’ omgetoverd tot woonschip. Het Algemeen Dagblad kopte: “Staalwerkers leven in voorbije luxe.” Ook het schip bood echter niet genoeg woonvoorzieningen. Daarom werd in 1965 op een ponton een hotel gebouwd, de ‘Casa Marina’. De gastarbeiders hadden daar sportterreinen en het bisdom Haarlem regelde zelfs Italiaans en Spaans sprekende priesters. Na het spaghettioproer in 1961 kregen de gastarbeiders voortaan mediterrane maaltijden.

De woonschepen Arosa Sun en Casa Marina in 1973

De woonschepen Arosa Sun en Casa Marina in 1973 Bron: beeldbank Noordhollands Archief

Nu

In 1999 ging het bedrijf samen met British Steel en veranderde de naam in ‘Corus’. Sinds 2007 maakt het staalbedrijf deel uit van ‘Tata Steel’ in Europa. De Hoogovens heten sinds 2010 ‘Tata Steel’. Ondanks meerdere naamwisselingen blijft het beeld voor Kennemelanders stabiel; al meer dan 90 jaar roken de schoorstenen aan de horizon. Tata Steel produceert en bewerkt nog steeds hoogwaardig staal en is het op vijf na grootste staalconcern ter wereld.

Auteur: Veronique Rap

Dit verhaal is onderdeel van de IJdijkenroute. Amsterdam en haar achterland danken hun bestaan aan de dijken die grotendeels zijn aangelegd rond de dertiende eeuw. Ze bescherm(d)en het land tegen het water. Vandaag de dag zijn veel van deze dijken nog terug te vinden in het landschap. In de stad zijn het levendige stadsstraten geworden, vol bijzondere plekken en verhalen. Volg de route met Oneindig Noord-Holland en ontdek de verborgen verhalen van de IJdijken!

Publicatiedatum: 16/06/2011