Kennemerland: hoogovens

De in IJmuiden voeren sinds 27 september 2010 de naam Tata Steel. Eerder heetten ze al Corus, Estel en helemaal in het begin ‘Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken’. Ondanks de naamwisselingen veranderde er voor Kennemerland weinig. De rokende schoorstenen tekenen zich al bijna een eeuw af tegen de horizon.

Komst Hoogovens in Kennemerland

De komst van de Hoogovens was een ingrijpende gebeurtenis voor Kennemerland. Van oudsher stond het gebied namelijk bekend om zijn visserij en aardbeienteelt. Het gemeentebestuur van Velsen was wel direct positief. De nieuwe industrie bood werkgelegenheid en nieuwe kansen.

Het was misschien een ongebruikelijke industrie voor dit gebied, maar de ligging was ideaal. Velsen lag aan de monding van het Noordzeekanaal, aan de overkant van IJmuiden. Het duingebied bood een stevige ondergrond voor de bouw van de zeer zware installaties. Bovendien wilde Amsterdam graag investeren in de bouw van de hoogovens en de vele benodigde arbeiderswoningen. De stad ging ervan uit dat IJmuiden en Velsen op termijn zouden worden geannexeerd. Dat is echter nooit gebeurd.

Hoogovens, voor de ‘afsteek’.

Hoogovens, voor de ‘afsteek’. Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Bouw Hoogovens

Voor de bouw van de Hoogovens maakte een bouwkundig ingenieur een eerste verkenningstocht op de bestemmingslocatie. Hij ontdekte een bosrijk gebied “vol van konijnen, die bij mijn nadering schichtig weg-zigzagden naar hun holen. Van patrijzen die vlak voor mijn voeten met vleugelslag als houtgeklapper omhoogschoten. En van fazanten-echtparen.” In 1920 werd in dat ongerepte en afgelegen duinlandschap in de gemeente Velsen begonnen met de aanleg van havens, sporen en wegen. Honderden werklieden waren in de weer om met stoomkracht, paarden en met de hand duinen af te graven en havens uit te baggeren.

Oprichting Hoogovens

Ingenieur H.J.E. Wenckebach heeft samen met de jonge ingenieur J.C. Ankersmit het initiatief genomen voor de Hoogovens. Hun doel was om minder afhankelijk te zijn van de import. De Eerste Wereldoorlog had duidelijk aangetoond hoe belangrijk dat was. Wenckebach wist het Nederlandse bedrijfsleven, de Staat, Amsterdam en particuliere ondernemers achter zijn plannen te krijgen. Op 20 september 1918 zijn de Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken (Hoogovens of KNHS) officieel opgericht.

Hoogovens in Velsen.

Hoogovens in Velsen. Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Eerste ijzerbroodjes uit Hoogovens

“Zoals een jonge moeder de luiers van haar eersteling bekijkt”, zo bestudeerde ingenieur Wenckebach naar eigen zeggen de eerste Nederlandse ‘ijzerbroodjes’. De stukken ruwijzer had men naar zijn ziekbed moeten brengen. De eerste directeur van de Hoogovens kon vanwege gezondheidsproblemen niet bij de opening op 22 januari 1924 aanwezig zijn. Zijn vrouw heeft de honneurs waargenomen. Om kwart over elf ‘s ochtends ontstak zij het vuur in Hoogoven 1. Hierdoor werd het bedrijf officieel in werking gesteld. Tevreden schreef Wenckebach in een telegram: “Zooals heden uit kleine vlam een groote brand, zoo ontstond uit kleine gedachte een groote schepping dank zij eendracht, samenwerking en groote toewijding.” De initiatiefnemers zouden de vruchten van de Hoogovens niet meer plukken. Ankersmit was in 1916 naar de VS vertrokken en overleed een maand na de opening.

Arbeiders van Hoogovens in hun vrije tijd.

Arbeiders van Hoogovens in hun vrije tijd. Beeld: Collectie Noord-Hollands Archief.

Gastarbeiders bij Hoogovens

Hoogovens was een van de eerste bedrijven die vanaf 1956 gastarbeiders naar Nederland haalden. Aanvankelijk kwamen die van het Italiaanse eiland Sardinië. De eerste jaren vonden zij onderdak bij particulieren en in pensions, vooral in Haarlem. Toen dat niet afdoende bleek, werd het oude passagiersschip ‘Arosa Sun’ tegen de kade afgemeerd. Op 21 april 1961 kopte het Algemeen Dagblad ‘Staalwerkers leven in voorbije luxe’.

Inmiddels was Hoogovens ook gastarbeiders gaan werven in Spanje. Vanaf 1963 overtrof het aantal Spanjaarden het aantal Italianen. De opvangcapaciteit van de Arosa Sun en de pensions schoot opnieuw tekort. Daarom liet men in 1965 op een ponton een vijf verdiepingen tellend hotel bouwen. Deze ‘Casa Marina’ werd naast de Arosa Sun afgemeerd. De gastarbeiders hadden sportterreinen tot hun beschikking en het bisdom Haarlem regelde Italiaans en Spaans sprekende priesters. Ondanks deze voorzieningen zal de geïsoleerde ligging van de boten de eenzaamheid van de migranten hebben vergroot. Eén kleine troost: na het ‘spaghetti-oproer’ in 1961 kregen de honderden arbeiders er voortaan mediterrane maaltijden voorgeschoteld.

Casa Marina, onderkomen voor werknemers van Hoogovens.

Casa Marina, onderkomen voor werknemers van Hoogovens. Beeld: Collectie Noord-Hollands Archief.

De staalindustrie en het milieu

De staalindustrie is verantwoordelijk voor een behoorlijke CO2-uitstoot. Het bedrijf probeert dat de laatste jaren drastisch terug te dringen. Duurzaam ondernemen is het sleutelwoord. Milieugroeperingen houden daarbij de ontwikkelingen nauwgezet in het oog. Hoewel de natuur te lijden heeft gehad onder de komst van het gigantische bedrijf, heeft de streek in economisch opzicht een flinke impuls gekregen. De multinational zet jaarlijks miljarden om. Het bedrijf is bijna een dorp op zich met een eigen spoorwegnet, orkest, brandweerkorps en museum. Tot 1995 had het ook een eigen netnummer, 02514.

Kinderen van Hoogovens-werknemers.

Kinderen van Hoogovens-werknemers. Beeld: Collectie Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 25/11/2010