Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) wist Nederland zijn neutraliteit te behouden. Zo zijn honderdduizenden slachtoffers en een mogelijke annexatie van Nederland voorkomen. Wel is Nederland als enige niet-oorlogvoerende land gedurende de hele oorlog gemobiliseerd gebleven. Waar soldaten in andere landen vrolijk naar het front trokken om te vechten voor volk en vaderland, heerste deze sfeer in Nederland aanzienlijk minder. Nederland besefte dat het maar een klein land was en voelde weinig voor het vechten voor roem en heldendom, zoals dat in de andere Europese landen wel het geval was.

Toch moest Nederland in actie komen. Het land was erg bang dat Duitsland als winnaar uit de oorlog zou komen en dan zou het moeilijk zijn om de Nederlandse onafhankelijkheid te behouden. Zo’n 200.000 soldaten werden in rap tempo gemobiliseerd en Nederland bereidde zich voor op een verdedigingsoorlog. Als Nederland bedreigd werd, stonden de jongens klaar om terug te vechten. In de praktijk betekende dit echter dat men in de forten niets anders deed dan afwachten. Tijdens de mobilisatie waren de soldaten ingekwartierd in de forten van de Stelling van Amsterdam. Dit was een 135 km lange verdedigingslinie die tussen 1880 en 1920 werd gebouwd om Amsterdam te verdedigen met behulp van onze grote vriend en vijand: het water.

Verhalen

Stoommeelfabriek ‘Vrede’

Aan de sluispolderweg te Zaandam ligt de voormalige stoommeelfabriek 'Vrede', zo genoemd omdat het werd opgeleverd toen de Eerste Wereldoorlog net ten einde was gekomen. Het zicht op het enigszins sinister overkomende staatsmonument wordt tegenwoordig echter versperd door het, bij het complex gevestigde 'Containers Terminal Vrede'.

>

Nederland in de Eerste Wereldoorlog

Terwijl de bloem van de Belgische, Franse, Engelse en Duitse natie de dood vond in de loopgraven, wist Nederland zijn neutraliteit te behouden. Zo zijn honderdduizenden slachtoffers en een mogelijke annexatie van Nederland voorkomen. Wel is Nederland als enige niet-oorlogvoerende land gedurende de hele oorlog gemobiliseerd gebleven.

>

Soldaten in de Beemster

Vier dagen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, op 1 augustus 1914, kondigde de Nederlandse regering de mobilisatie af. Binnen een paar dagen werden 200.000 man onder de wapenen gebracht. De Stelling van Amsterdam kreeg een bezetting van zo'n 10.000 man. De soldaten die de forten gingen bemannen, werden voor een groot deel ingekwartierd bij particulieren.

>

Fort Coehoorn: gedroomd fort luidt einde van de Stelling van Amsterdam in

Ondanks modernisering van de vesting van Muiden en Weesp aan het eind van de negentiende eeuw, bleef de Nederlandse legertop twijfels houden over de defensieve kracht van deze oude vestingstadjes. Om het Zuidoostfront van de Stelling van Amsterdam te versterken werd in 1912 besloten tot de bouw van een modern fort langs de Zuiderzeedijk bij Muiderberg. Fort Coehoorn,  zou het eerste fort uit gewapend beton zijn geweest, als het zou zijn afgebouwd. Echter, in 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en werd de bouw van forten gestopt. De aardwerken, fundering en opzichterswoning waren toen al gereed. Na de oorlog werd Fort Coehoorn niet meer voltooid. De verwoestende werking van de Eerste Wereldoorlog had aangetoond dat een kringstelling bestaande uit forten inmiddels een achterhaald militair concept was gebleken. Wel werd in de jaren daarna veelvuldig gebruik gemaakt van gewapend beton bij kleine verdedigingswerken binnen de Stelling van Amsterdam.

>

Damsluizen in de Liniewal Aagtendijk – Zuidwijkermeer

Damsluizen hebben in tegenstelling tot schutsluizen (voor scheepvaart) en inlaatduikers een zuiver militaire functie. Damsluizen dienen tegen te gaan dat water uit een inundatiegebied stroomt of om juist te voorkomen dat bepaalde stukken land tijdens inundatie onder water komen te staan.

>

Een onbekende Soldaat van Oranje

Een van de meest aansprekende verhalen die schuilgaan achter de tentoongestelde vliegtuigonderdelen in het Assendelftse luchtoorlogmuseum is dat van de verongelukte Spitfire van Ab Homburg. Deze Engelandvaarder en ‘Soldaat van Oranje’ wist tot twee keer toe uit bezet Nederland naar Engeland te ontsnappen. De eerste keer als burger in een roeibootje van de Hoogovens, de tweede maal als spion voor de Britten. Na aankomst in Engeland sloot Homburg zich aan bij de Nederlandse brigade binnen de Britse strijdkrachten. Hij werd als spion boven Noord-Brabant ‘gedropt’, maar verraden door bezoek aan een bevriende tandarts. Hij wist op miraculeuze wijze een dag voor zijn executie uit het Oranjehotel, de beruchte gevangenis in Scheveningen, te ontsnappen. Wederom wist hij via IJmuiden de overtocht over het Kanaal te maken. Terug in Engeland werd hij opgeleid als piloot voor het 322 ‘Dutch Squadron’ van de RAF.

>