Toen de Stelling van Amsterdam werd aangelegd, bestond het Muiderslot al eeuwen. Muiden lag op een strategisch belangrijke plek aan de monding van de Vecht en langs de oude Zuiderzeedijk. Muiden en het Muiderslot zijn door de jaren heen onderdeel geweest van vier verschillende waterlinies.
Fort Hinderdam ligt op de grens van Noord-Holland en Utrecht, tussen Nederhorst den Berg en Weesp. Het forteiland is onderdeel van het Zuidoostfront van de Stelling van Amsterdam en verdedigde de Dammerkade en de Vecht met beide oevers.
Museum Weesp kondigt met veel trots aan dat de deuren zijn geopend van een nieuwe muzikale tentoonstelling die de kunst van vioolbouw belicht. Van zaterdag 13 april tot zondag 8 september 2024 kunnen bezoekers genieten van de vormen en klanken van dit prachtige ambacht. Daarbij worden ook de verschillen tussen de traditionele en de innovatieve bouw zichtbaar en hoorbaar.
Fort Uitermeer behoort tot zowel de Stelling van Amsterdam als de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het fort moest de landdoorgangen tussen het Naardermeer en de Vecht, de ‘s-Gravelandsevaart met weg en de spoorweg Amsterdam – Amersfoort beschermen.
Fort aan de Ossenmarkt is een torenfort dat onderdeel van de Vesting Weesp is en daarmee deel uitmaakte van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Het fort verdedigde de Vechtoevers en de spoorweg Amsterdam-Amersfoort.
64,6 meter aan chocoladegeschiedenis? Wel in het Noord-Hollands Archief. Daar is het oude bedrijfsarchief van cacao- en chocoladefabriek Van Houten te bezichtigen. Sommige stukken zijn echt ‘bedrijfsarchieverig’: contracten, verslagen van aandeelhoudersvergaderingen, financiële rapporten. Toch zijn er ook onverwachte pareltjes te vinden, zoals de persoonlijke herinneringen van fabrieksarbeider A.H. de Heus.
In het Rampjaar 1672 vielen de Fransen ons land binnen. Een groot gedeelte van Holland werd beschermd door de Oude Hollandse Waterlinie. Een aantal regio’s, waaronder de Gooi- en Vechtstreek, vielen net buiten deze bescherming. Dorpen, steden, kastelen en buitenplaatsen werden geplunderd en verwoest door Franse soldaten. Ter gelegenheid van de ‘Dag van het Kasteel’ lichten we een aantal van deze dramatische gebeurtenissen uit.
Noord-Holland kent veel plaatsen met bijzondere namen. Van sommige is de oorsprong snel vast te stellen, bij andere is het nodig om wat dieper te graven in het verleden. In deze serie verhalen onderzoeken we elke maand een andere regio van onze provincie, om achter de herkomst van de lokale plaatsnamen én bijnamen van de inwoners te komen. Deze maand: Gooi en Vechtstreek.
Dit jaar vieren we de schoonheid van het Noord-Hollandse landschap. Een landschap dat maar kaal zou zijn zonder haar molens. Ambassadeur Suzanne Brakenhoff deelt haar liefde voor molens en het molenaarschap. Wat begon als een maatschappelijke stage, werd de reden waarom ze Weesp nooit zou willen verlaten.
Voor Ankeveen geldt vandaag vast code groen. Een prima plek om een frisse neus te halen. Loop, fiets of reis gewoon op de bank thuis mee op een uitstapje van pakweg 10 km. Wel even afstand houden op smalle paadjes. Een ooievaar scharrelt rond in het groene polderland.
Even de spreekwoordelijke ‘frisse neus halen’ is er soms noodgedwongen niet bij. Maar loop of fiets dan in gedachten even mee met een mooi tochtje van de Berlagebrug in Amsterdam naar de Bullewijk in Ouderkerk aan de Amstel. Pakweg tien kilometer met verrassende verhalen. Deel 1: Berlage, Spyker en een vrijend paartje.
Voor jonkheer Henri Sypesteyn was de toekomst zijn verleden. In Loosdrecht bouwde hij een nieuw kasteel in oude stijl. Weilanden toverde hij om in een 17e-eeuws park. Naar eigen ontwerp. Bezoek kasteel-museum Sypesteyn en je betreedt de droom van de jonkheer.
Bier, jenever, chocolade – Weesp was er ooit wereldberoemd om. Trekschuiten met bier voeren af en aan naar Amsterdam. De jenever ging mee op de zeilschepen naar de Oost.
Waar de rivier ’t Gein samenstroomt met de Gaasp stond ooit een indrukwekkende buitenplaats. Passanten die er in de trekschuit langs voeren vergaapten zich, zoveel pracht en praal zag je daar. In Driemond.
Casparus van Houten, oprichter van het bekende cacao en chocolade merk, introduceerde in 1828 de zogenaamde ‘Hollandse methode’. Een uitvinding die het mogelijk maakte makkelijk oplosbare cacaopoeder te produceren zoals we die vandaag de dag kennen. Samen met zijn zoon Coenraad van Houten, zorgde Casparus voor een omwenteling in de chocoladewereld. Het begon bij een kleine chocolade fabriek in het Amsterdam van 1815.
‘Dit was de plaats waar zij de eeuwige en elkaar ontmoetten – tot ze zo maar weg waren.’ Je leest het op een gedenkplaat in de Hanensteeg in Weesp, op de zijmuur van de voormalige synagoge aan de Nieuwstraat. Op 29 april 1942 vertrokken de laatste joden uit het stadje. Gedwongen.
Het Polderhuis functioneerde vanaf 1651 tot 1913 als herberg waarvan de bovenkamer gereserveerd was als de werkkamer van het polderbestuur, waarvan destijds ook de schout-bij-nacht Cornelis Tromp deel uitmaakte. In verband met het verbreden en verhogen van de Loodijk werd in 1928 het oude Polderhuis gesloopt om plaats te maken voor een eigentijds café-restaurant in eigendom van Piet van Schie. Het bleef zijn functie behouden tot 1983 toen de naam ‘Polderhuis’ vervangen werd door ‘Restaurant De Chinese Muur’. Na vervolgens enkele wisselingen van de wacht werd het in 2010 plotseling verlaten. Verkeerstechnische aanpassingen en faunapassages hebben voor de komende generaties een totaal ander beeld in petto van dit historische stukje Ankeveen.
De buurgemeenten van Amsterdam waren in trek voor een uitstapje, en vanwege de goedkopere tarieven trouwden joodse Amsterdammers soms in Zaandam of Weesp. Koosjere boter en kaas werd veelal ingevoerd vanuit de ‘mediene’ – de benaming voor alle plaatsen buiten Amsterdam waar een joodse gemeenschap bestond. Op reis kon men eten en slapen in koosjere kosthuizen en pensions.
Het had niet veel gescheeld of Alkmaar was nu een universiteitsstad. In de jaren zestig bestonden er serieuze plannen om in de Schermer een vierde technische hogeschool te vestigen, na die van Delft, Eindhoven en Twente. Als de plannen waren gerealiseerd zou de uitbreiding van Alkmaar zich veel meer in oostelijke richting hebben voltrokken en was er van het polderlandschap van de Schermer weinig overgebleven.
“Word maar geen schilder. Leer maar een vak.” Dat kreeg Jan de Boer als jongeling te horen van leermeester Willem Jansen. De Boer volgde die raad op. Hij werd huisschilder.