Verknocht aan Molen de Vriendschap

Dit jaar vieren we de schoonheid van het Noord-Hollandse landschap. Een landschap dat maar kaal zou zijn zonder haar molens. Ambassadeur Suzanne Brakenhoff deelt haar liefde voor molens en het molenaarschap. Wat begon als een maatschappelijke stage, werd de reden waarom ze Weesp nooit zou willen verlaten.

Ode aan het Landschap

‘Ode aan het Landschap’ is het thema van 2021, een jaar waarin de schoonheid van het Noord-Hollandse landschap gevierd wordt. Een landschap, dat we zeker afgelopen jaar tijdens de vele coronawandelingen beter hebben leren kennen. De kans is groot dat je tijdens zo’n wandeling een molen bent tegengekomen. In Noord-Holland staan namelijk maar liefst 160 molens, waarvan 40 te bezichtigen te zijn. Ook in Weesp vormen drie molens bakens in de binnenstad. De molens steken met hun uitstekende wieken ver boven de historische bebouwing uit.

Molen de Vriendschap in Weesp is een van die molens. Deze molen is in 1900 waarschijnlijk vanuit Amsterdam overgekomen, nadat zijn voorganger uit 1694 in 1899 door blikseminslag afbrandde. De korenmolen aan de Vecht wordt draaiend gehouden door vier molenaars en een groep vrijwilligers. Hier wordt van graan meel en bloem gemaakt, wat wordt geleverd aan verschillende afnemers en aan de klanten in de molenwinkel. Suzanne Brakenhoff, een van de vier Weesper molenaars, is voor het Ode aan het Landschap-jaar spreekbuis voor de Noord-Hollandse molen, die door hun eeuwenlange bestaan vol verhalen zijn.

Molen de Vriendschap op een koude winderige dag. Foto: Inge Molenaar.

Verzeild geraakt bij de molen

Het kleine kantoortje bovenin de molen waar Suzanne me ontvangt, trilt met elke draai die de wieken maken. Het waait hard vandaag, aan het eind van de dag wordt een hevige ijzige wind verwacht. Op de tafel ligt een Perzisch tapijtje, erboven hangt een aan de hedendaagse tijd aangepaste olielamp. Door het kleine raam zijn de wieken te zien, die met een grote gang voorbij zoeven. In deze kleine ruimte warmen de molenaars en vrijwilligers zich kort met een kopje thee of koffie op, voordat ze weer de koude molen ingaan.

Suzanne Brakenhoff (21) is dik ingepakt vanwege het koude weer. In haar houten klompen draagt ze dikke wollen sokken. “De beste schoenen om mee te werken. Er kan zonder problemen een zak meel op je tenen terecht komen.” Afgelopen tijd heeft ze veel op de molen gewerkt, vanwege de groeiende afname en de bakdrukte rondom de decemberdagen. Sinds kort heeft ze een meer coördinerende rol, vertelt ze. Af en toe komt er iemand de koffiekamer binnen met een prangende vraag, waar Suzanne geduldig en professioneel antwoord op geeft. Of het nou gaat om het aantal kratten dat gevuld moet worden of hoe om te gaan met een gescheurde broek.

Suzanne staat nu al zeven jaar elke week op de molen. De molen kent ze al van kinds af aan, toen ze op jonge leeftijd hier met haar vader kwam om pannenkoekenmeel halen. Op zoek naar een maatschappelijke stage tijdens haar middelbareschooltijd in Bussum raakte ze bij deze zelfde molen verzeild, om de praktische redenen dat het bij haar in de buurt was en haar ouders Wouter (een van de molenaars) kenden. Haar maatschappelijke stage bestond voornamelijk uit vegen, op zaterdag van 10 tot 4. Na vier zaterdagen schoonmaken zat de stage erop. Het bleek lang genoeg te zijn om verknocht te raken aan de plek. Op het aanbod van Wouter om vaker langs te komen, ging ze gretig in: “Oké, mag ik volgende week weer langskomen?” Sindsdien is ze niet meer weggegaan.

“De beste schoenen om mee te werken. Er kan zonder problemen een zak meel op je tenen terecht komen.” Foto: Inge Molenaar.

Verknocht aan de Vriendschap

Molenaar word je niet zomaar. Suzanne begon net als de andere vrijwilligers ‘beneden’ in de molen, waar het meel wordt verpakt, in kratten gestopt en in de winkel verkocht. Hier ligt de voorraad die door de molenaars vakkundig wordt geproduceerd op de zaterdagen. Al snel kreeg ze meer verantwoordelijkheden en mocht ze ‘boven’ gaan werken. Boven in de molen kwam ze in aanraking met het echte werk, zegt ze glunderend. Hier leerde ze van de molenaars het opzeilen (het oprollen van de zeilen op de wieken), het builen (het zeven van het meel) en het malen van het graan.

Op haar achttiende behaalde ze het molenaarsdiploma, waarmee ze de bevoegdheid ontving om zelfstandig de molen te laten draaien. Sindsdien behoort ze officieel tot het Weesper molenaarsteam. Ze glundert als ze vertelt over het werk als molenaar op de Vriendschap, waarbij geen dag hetzelfde is. Het gestroomlijnde (soms woordeloze) samenwerken met de molenaars. De wisselvalligheid van het weer, de molen zelf en de smaak van de klanten. Het gevoel dat ze elke zaterdagochtend weer heeft als het team de dag start. “Het opzeilen van de molen aan het begin van de dag en het op de wind draaien van de molen. De eerste bezoekers die in de ochtend de molen komen binnendruppelen. Dat gevoel dat alles lekker in elkaar loopt.”

Suzanne is ‘boven’ in haar element. Foto: Inge Molenaar.

Delen kennis

Ook het rondleiden van bezoekers hoort bij het takenpakket van de molenaars. Iets wat haar met haar enthousiasme voor het molenaarsvak goed afgaat. Via de smalle trappetjes leidt ze de mensen naar boven, waar ze de molenaars aan het werk zien. Hier draaien de molenstenen die het graan vermalen tot meel wat in constante witte stroom in grote zakken glijdt. Een verdieping lager staat de zeef, die het meel zeeft tot de bloem overblijft. De molenaars kleuren naarmate de dag vordert steeds witter.

Het valt haar op dat mensen tegenwoordig weinig weten over het voedsel wat op hun bord ligt. Wat het verschil is tussen meel en bloem en dat bloem nooit volkoren kan zijn. Ook het beroep van molenaar is nog bij velen onbekend. “Mensen hebben geen idee wat een molenaar doet. Ze weten wel wat een politieagent of een boer doet, maar een molenaar…..” verzucht ze.

Volgens Suzanne moeten molens weer midden in de maatschappij komen te staan. Zelf geeft ze presentaties op haar oude middelbare school en probeert ze erachter te komen hoe ze meer jongeren kan betrekken bij dit erfgoed. “Het onderwijzen van de nieuwe generatie is nodig.”

Suzanne laat het gemalen meel zien. Foto: Inge Molenaar.

Een baken van rust aan de oever van de Vecht

De molens in het landschap worden nog te vaak voor lief genomen, vindt deze jonge molenaar. Mensen vinden ze mooi, maar bezoeken vaak pas voor het eerst een molen als ze familie of kennissen uit het buitenland op bezoek hebben. Het behoud van de molens is hard werken. Het draaien, het onderhouden, het vertellen van het verhaal.

Maar Suzanne zou niet anders willen. Het is voor haar de hoofdreden dat ze nooit uit Weesp is weggegaan. “En hopelijk nooit uit Weesp weg zal gaan. Althans, niet te ver weg.” Een dag de molen niet zien, is voor haar geen optie. “Ja, dag.” Zelfs niet toen ze op het punt stond een studie in Dronten te volgen. Waar andere leeftijdsgenoten nog zoeken naar een weg in het leven, heeft zij haar weg gevonden. Deze plek aan de oever van de Vecht geeft haar rust en stabiliteit.

Ode aan het Landschap is ook een ode aan degenen die voor dit landschap zorgen. Mensen zoals Ode-ambassadrice Suzanne, die zich elke week weer belangeloos voor de molens inzet. Voordat ik ga, drukt Suzanne nog een pak pannenkoekenmeel in mijn handen. Het pakje meel waar het voor haar allemaal mee begon.

Auteur: Inge Molenaar

Lees hier meer over het themajaar Ode aan het Landschap en Het geheime genootschap van 21 molens in Noord-Holland.

Publicatiedatum: 15/02/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.