Lusthof bij Driemond

Waar de rivier ’t Gein samenstroomt met de Gaasp stond ooit een indrukwekkende buitenplaats. Passanten die er in de trekschuit langs voeren vergaapten zich, zoveel pracht en praal zag je daar. In Driemond.

Lees volgende verhaal

De allure die Driemond in de Gouden Eeuw uitstraalde, is verbleekt. Wie Driemond passeert, ziet niets meer van het herenhuis dat pronkte bij de plek waar de riviertjes Gaasp, Gein en Smal Weesp samenvloeiden. De buitenplaats die hier stond heeft ongetwijfeld  indruk gemaakt op reizigers die over de Gaasp aan kwamen varen. Dat het statige woonhuis zo opviel, was te danken aan Philips Vingboons. Gerbrand Anslo had in 1642 deze Amsterdamse architect aangetrokken om hier een buitenhuis neer te zetten.

Voor regenten en rijke kooplieden had Vingboons al menig herenhuis ontworpen. Vingboons’ creaties staan aan de Amsterdamse grachten, maar hij had ook naam gemaakt als ontwerper van buitenplaatsen aan bijvoorbeeld de Vecht. In de Gouden Eeuw creëerde Vingboons stadspaleizen in de toen populaire classicistische stijl. Die stijl zag je ook terug in het buiten bij Driemond.

Gerbrand Anslo heeft niet of nauwelijks van zijn paleisje aan de rivier kunnen genieten. Zijn weduwe verkocht in 1647, vier jaar, na zijn overlijden de buitenplaats. Op een gegeven moment kwam de buitenplaats in handen van Cornelis van Laer. De trotse eigenaar liet de lusthof in 1719 vastleggen in enkele prenten, die gepubliceerd werden in het boek De Zegepralende Vecht.

Buitenplaats, Driemont, Driemond, Cornelius van Laer, Noord-Hollands ArchiefDe buitenplaats Driemont in de tijd van Cornelius van Laer rond 1719. Beeld: Noord-Hollands Archief.

‘Plantagie’

Het was niet voor niets dat in de 17e eeuw werd gesproken van een grote ‘plantagie’ met een ‘huys’ die waren verrezen op een kwartier gaans uit de stad Weesp. Je kwam er van Weesp via het ‘Sant-pat ofte Vaert naer Amsterdam’. Trekschuiten op de route tussen Amsterdam en Weesp voeren over de Weesper Trekvaart en de Gaasp langs Driemond. Het Amsterdam-Rijnkanaal was toen nog niet gegraven. Dat kanaal ligt nu tussen Weesp en Driemond en doorsnijdt zodoende de oude vaarroute tussen beide plaatsen.

In 1748 kocht Jacob de Clerq de hofstede ‘Driemont’ met het koetshuis, stallen, tuinman- en koetsiershuis, speel- of tuinhuis, bijbehorende landerijen, hooibergen, moestuin, schuren. Bij de koop waren ook inbegrepen enkele fonteinen, een sloepje en twee bossen. In totaal een complex met een oppervlakte van meer dan vijftien hectare.

Driemond, Driemont, Buitenplaats, Noord-Hollands ArchiefHet buiten gezien van de voorzijde met op de voorgrond de tuin met grasparterres en hoge hagen. Daarvoor staan beelden op sokkels. Beeld: Noord-Hollands Archief.

Zweedse gast

Aan het Gein stonden meer mooie buitenplaatsen, maar ‘Driemont’ moet wel iets bijzonders zijn geweest. Jacob de Clerq was zo trots op zijn buitenplaats dat hij een bekende Zweedse astronoom er als zijn gast ontving. Deze Bengt Ferner sprak het bijzonder aan dat het grote twee verdiepingen tellende huis een plat dak bezat waaromheen een galerij was aangelegd. Hij kon daar ’s nachts uitstekend de hemel bestuderen.

De hele buitenplaats maakte indruk op de Zweedse gast. Hij beschreef hoe voor de woning een dure fontein spoot en hoe in de tuin aan de achterzijde nog een fontein was gebouwd. En dan was er ook een kleine waterval. Bengt Ferner vertelde hoe hij achter een grote visvijver een menagerie aantrof zoals hij nog nooit had gezien. Noch wat de vogels betreft die er rondvlogen, noch wat de gebouwen betreft en hun inrichting. In sierlijke onderkomens rond de vijver kon je als bezoeker naar de vogels kijken, maar je kon er ook kaartspelen. Het geheel harmonieerde uitstekend, vond de Zweed.

Kolfbaan

Wie een biljartje wilde leggen kon terecht in een biljartzaal in het woonhuis. Deze zaal lag bij de fonteinen en de grote vijverkom. Een kolfbaan vond je niet ver van de menagerie. Voor het onderhoud van de hele lusthof waren, zo had de Zweedse bezoeker van zijn gastheer begrepen, zeker tien mensen nodig.  Dat was geen probleem zolang Jacob de Clerq goede zaken deed. Maar bij het dalen van de inkomsten, drukten de jaarlijkse lasten van Driemond zo zwaar op het budget, dat in 1770 het besluit viel om de buitenplaats te veilen. Een oude gebeeldhouwde fontein van Driemond kwam zo in handen van de eigenaar van de buitenplaats Frankendael in de Watergraafsmeer.

Stallen, theekoepel, speelhuis, Driemond, Driemont, Buitenplaats, Noord-Hollands Archief.
Een blik op de stallen (links), behorend bij het Huis Driemont. Op de achtergrond staat het speelhuis met de theekoepel. Dit was het beeld rond 1917. Beeld: Noord-Hollands Archief.

Geinbrug

In de negentiende eeuw is de buitenplaats Driemond gesloopt. Maar de naam leeft voort in de naam van het dorp. Oorspronkelijk stond het buurtje bij de samenloop van Gein, Gaasp en Smal Weesp bekend als Geynbrugghe (Geinbrug).

De schrijver Nescio reed vaak vanuit zijn woning in Amsterdam langs de Gaasp naar Weesp. Hij passeerde dus Driemond – nu Amsterdams grondgebied, maar het behoorde in de tijd van Nescio nog tot de  gemeente Weesperkarspel. In zijn natuurdagboek noteerde Nescio op 23 oktober 1951 dat het kerkhofje van Weesperkarspel heel duidelijk Engelse romantiek ‘ademde’. Dat kerkhofje is naar alle waarschijnlijkheid de plek waar de buitenplaats van De Clerq heeft gestaan.

Een fietstocht langs ’t Gein was een van de favoriete ritjes van Nescio. Zo beschreef hij op 7 maart 1950 dat, terwijl hij langs  de noordkant van het riviertje reed, het mistig was met een zon ‘die erg zwoegde om er door te komen, maar voorloopig tevergeefs’.

Rond ’t Gein, dat van Abcoude naar Driemond kabbelt, hangt nog altijd een romantische sfeer.

 

Jan Maarten Pekelharing

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht