Frisse neus halen: code groen in Ankeveen

Voor Ankeveen geldt vandaag vast code groen. Een prima plek om een frisse neus te halen. Loop, fiets of reis gewoon op de bank thuis mee op een uitstapje van pakweg 10 km. Wel even afstand houden op smalle paadjes. Een ooievaar scharrelt rond in het groene polderland.

Zou het een Anke zijn geweest die ergens in het veen heeft geleefd? Eeuwen geleden. Je stelt je een struise boerin voor als ‘oervrouw’ van Ankeveen . Maar nee hoor, de gemeente Wijdemeren meldt dat de eerste keer dat de naam Ankeveen in de archieven opduikt, dateert uit 1290. En toen schreef men Tankeveen. Dat is vast een verschrijving geweest. Kortom, de oorsprong van de naam van Ankeveen is nog verborgen in de mist van het verre verleden.

Grensgeval

Het dorp is een grensgeval. Het ligt aan de rand van de bossen, in het overgangsgebied naar weilanden, plassen en meren. Het is lange tijd deels in handen geweest van de bisschop van Utrecht, deels behoorde het tot de graaf van Holland. Je hebt er het Stichts End en, inderdaad, verderop heet de weg Hollands End.

Rijke Amsterdammers zagen er in de Gouden Eeuw wel brood in om deze polders droog te malen en de zandgronden te ontginnen ten behoeve van de groei van Amsterdam. Het zand diende als basis voor de herenhuizen langs de grachten.
De boeren in ’t Gooi verzetten zich hiertegen, zij gebruikten de heidevelden van oudsher als weidegrond. Maar in 1634 kwam er een ontginningsovereenkomst en werd begonnen met het beter ontsluiten van dit gebied door een vaart aan te leggen, de ’s-Gravelandse Vaart.

De ’s-Gravelandse vaart, gezien vanaf het voetgangersbruggetje tegenover de buitenplaatsen van Natuurmonumenten. Links de Cannenburgerweg. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Berg en Vaart

De weg aan de Ankeveense kant van deze vaart is een goed startpunt voor het ommetje van vandaag. De Cannenburgerweg, op oude kaarten terug te vinden als de Rade. Wat nu een nette weg is, was eeuwenlang een modderig pad vol kuilen, totdat ene Willem Voorbeytel Cannenburg in 1903 met zijn gezin kwam te wonen op het landgoed Berg en Vaart.

Hij trok zijn beurs en liet op eigen kosten de Rade helemaal opknappen. Het gemeentebestuur van Ankeveen was hem zo dankbaar, dat het besluit viel de Rade om te dopen in Cannenburgerweg.

De buitenplaats Berg en Vaart had al een hele reeks bewoners achter de rug toen Cannenburg op het landgoed kwam wonen. De website van Rijksmonumenten meldt dat het Huis Berg en Vaart in de jaren 1779-1782 is gebouwd in opdracht van de Amsterdamse wijnhandelaar P.J. Eijma. De familie Eijma zou oorspronkelijk afkomstig zijn uit de Franse Bergerac. Het ontwerp van Huis Berg en Vaart is mogelijk van de hand van Jan Luyten. Eijma had de grond aan de Ankeveense kant van de ’s-Gravelandse Vaart gekocht van de overbuurman op landgoed Boekesteyn, Jan Dedel.

Het Huis Berg en Vaart (Cannenburgerweg 17-19) is volgens Rijksmonumenten van algemeen belang dankzij o.a. de ouderdom, de gaafheid van het exterieur en de kenmerkende ligging binnen de laat-18e eeuwse kleinschalige parkaanleg in vroege landschapsstijl.

Het Huis Berg en Vaart, half verscholen in het lommer, aan de Cannenburgerweg. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Tante Sara

Het landgoed Berg en Vaart was uitgestrekter dan het Huis en omliggende park. Naast het Huis staat nog een opvallend landhuis aan de Cannenburgerweg 13: Villa Nova. Dit is in de 19e eeuw gebouwd in opdracht van een tante van Pierre Joseph Eijma: Sara Dorothea Maria Eijma.

Villa Nova, gelegen aan de Ankeveense kant van de ’s-Gravelandse Vaart. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Herenboer Pierre Joseph Eijma bestierde op zijn landgoed ook een melkveehouderij. De voormalige hygiënische melkveehouderij/melkfabriek (Cannenburgerweg 11-b) dateert uit 1911. Opvallend is de ronde structuur van de stal, ontworpen door architect Th. Honders uit Nigtevecht.

De stal is rond, omdat je zo het beste efficiënt en hygiënisch kon werken. Voor ongeveer twintig koeien was hier plaats. Als die dames hadden kunnen lezen dan wisten ze dat op verschillende borden die eigenaar, herenboer Pierre Joseph Eijma (1875-1934), op had laten hangen teksten stonden als ‘Alleen van gezonde dieren kunnen wij bij krachtige voeding goede melk verwachten’. En: ‘Direct zuiveren, uitluchten en afkoelen bevordert de duurzaamheid der melk’.

Een stal is, vond Eijma, namelijk geen bergplaats, maar een woning voor het vee.

Hygiënische boerderij Berg en Vaart aan de Cannenburgerweg. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Flessen

Ook vernieuwend voor die tijd was dat deze melkinrichting de melk in flessen leverde. Hier kwam de melk vandaan die patiënten in tbc-klinieken in de buurt kregen voorgezet. In de tijd dat er nog geen antibiotica als medicijn beschikbaar waren, was het van groot belang dat de zieken zo zuiver mogelijk geproduceerde melk dronken. Deze melkinrichting is voortgekomen uit een boerderij die van oudsher bij de buitenplaats hoorde.

In 1925 stopte de herenboer met zijn modelboerderij. In dagblad De Gooi- en Eemlander verscheen een advertentie waarin P.J. Eijma wegens opheffing van zijn bedrijf in Ankeveen te koop aanbood: een woonhuis met bijbehorende gebouwen, waaronder een boerderij-bedrijf met groot erf, genaamd Berg en Vaart en de daarbij gelegen en verhuurde herenhuizen Oud-Berg en Vaart en Villa Nova, met koetshuis, stalgebouw, bergschuur, grote tuin, tuinmanswoning, moestuin en boomgaard. Verder nog ruim 31 ha ‘uitmuntend weiland’ en een stuk grond met een woonhuis. Alles samen meer dan 35 ha.

Berg en Vaart kwam in andere handen, het buitenverblijf is niet zo lang geleden fraai gerestaureerd.

Kozakken

In een woning op het landgoed Berg en Vaart, op Cannenburgerweg 11, heeft enige tijd Pieter Gerardus van Os (1776-1839) gewoond. Een schilderij dat hij in 1817 in opdracht van de Amsterdamse koopman Herman Waller heeft gemaakt van de ’s-Gravelandse Vaart hangt in het Rijksmuseum. Waller ook een eigen buitenhuis in ’s-Graveland.

Verderop aan de vaart, maar dan in een bescheiden huisje, woonde sinds 1809 de plaatselijke geneesheer, een van mijn voorvaderen. En blijkbaar is hij bevriend geweest met Van Os, want voor hem schilderde Van Os ‘De Kozakken te ’s Graveland’. De kozakken waren toen (1813) in het land bij het verjagen van de Fransen en zij kwamen regelmatig in de apotheek van geneesheer Pekelharing. De kozakken speelden dan graag met de kleine Guurtje die hier in de wieg lag.

De Kozakken met baby Guurtje, in 1813 vastgelegd door Pieter Gerardus van Os; collectie Pekelharing.

Van Os laat op zijn schilderij enkele kozakken de baby wiegen bij een boom. Van Os heeft ook kozakken getekend en geschilderd bij de vesting van Naarden. De schilder had zich daar als vrijwilliger (kapitein van het korps) aangesloten bij de troepen die Naarden in 1813-1814 belegerden, omdat de Fransen soldaten zich in de vestingstad hadden verschanst.

Het waren toen onmiskenbaar spannende tijden.

Sfeerverschil

Er is een duidelijk verschil in sfeer tussen beide kanten van de vaart. Dat is niet iets van de laatste jaren, want Keetje Hooijer-Bruins (geboren in 1817) vertelt in het boek over haar jeugd als domineesdochter in ‘s-Graveland: ‘Groot was de afscheiding tusschen de Oost- en de Westzijde. Ze spreidde zich uit in alles. In het oosten de geriefelijke hechte huizen, koel des zomers, warm in het vóór- en najaar door de dikke, hechte muren; in het westen de tochtige slecht gebouwde woningen met smalle reepjes grond, nauwelijks tuintjes te noemen, met hekjes en steigertjes uitkomende aan een breede vaart, die naar Amsterdam liep en waarlangs elken dag ettelijke trekschuiten op en af voeren.’

Grandeur aan de kant van imponerende buitenplaatsen als Boekesteyn en Schaep en Burgh. Aan de westelijke zijde, op de Cannenburgerweg, oogt het ook nu nog allemaal gemoedelijker.

Tekening van Johan Diederik Cornelis Veltens van ’s-Graveland in 1886; collectie Noord-Hollands Archief Inventarisnummer NL-HlmNHA_359_1192.

Stichtse Kade

Waar de Cannenburgerweg op de Stichtse Kade uitkomt, is het kiezen geblazen. Je kan het smalle pad nemen tussen de plassen, weilanden, en broekbosjes. Een prachtige route (ongeveer 1,5 km) door het groen, met hopelijk als bonus een ooievaar die een snack zoekt in het weiland. Deze Stichtse Kade leidt naar het hart van het dorp Ankeveen.

Charmant Ankeveen. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Deze Stichtse Kade was ooit de grens tussen Utrecht, het land van de bisschop, en Holland, het terrein van de graaf. Aan het eind van de Stichtse Kade in Ankeveen sta je op het punt waar het Stichts End naadloos overgaat in het Hollands End
Maar je kan aan het eind van de Cannenburgerweg ook rechtsaf gaan, in de richting van de Noordersluis van de ’s-Gravelandse Vaart. Van de Noordersluis leidt de vaart langs de Loodijk naar de Vecht.

Loodijk

Ga bij de Noordersluis in gedachten even terug in de tijd en je ziet de trekschuit aan komen over de ’s-Gravelandse Vaart. Toen de oudste zoon van de plattelandsgeneesheer naar Amsterdam vertrok voor zijn studie, deed zijn vader hem uitgeleide naar de trekschuit. Het oude dijkje langs de vaart was modderig en zat vol gaten. Over het jaagpad werd de schuit met passagiers door het weidse polderland getrokken. De Loodijk is pas in 1929 serieus opgeknapt en is inmiddels gepromoveerd tot een provinciale weg.

Aan de Loodijk passeer je de Colonie, van oudsher een plek voor drank en spijs. Dat de dijkweg niet kaarsrecht loopt, komt vermoedelijk omdat bij het graven van de vaart graag gebruik werd gemaakt van al bestaande watertjes bij het Naardermeer. Het natuurgebied van het Naardermeer is dankzij enkele recente faunapassages uitnodigend aangesloten op het natuurgebied van de Ankeveense Plassen.

Molen Hollandia aan de Loodijk, getekend in 1964; collectie Noord-Hollands Archief Inventarisnummer NL-HlmNHA_359_4262.

Hollandia

In de verte zie je de wieken al van Hollandia, een achtkante poldermolen uit 1640. Met zijn scheprad hield deze molen aan de Loodijk de Hollands-Ankeveense polder droog. Er werd uitgewaterd op de ’s-Gravelandse Vaart.
Als gevolg van het winnen van turf in Ankeveen, kreeg de molenaar het overigens steeds makkelijker. Door al het weggraven en baggeren van de veengrond bleef er namelijk steeds minder polderland over dat de molenaar droog moest houden. Midden 19e eeuw was er van het oorspronkelijke ruim 380 ha polderland dat bemalen moest worden, slechts ruim 80 ha over. De Hollandia is nu met pensioen, in 1931 nam een elektrisch gemaal het werk over.

Wie in 1940 in Ankeveen kwam, kreeg het beeld van een ingeslapen dorpje te midden van water, plassen, petgaten en weilanden; collectie Noord-Hollands Archief Inventarisnummer NL-HlmNHA_559_001673.

Neem van de Loodijk de afslag naar Hollands End. Je zou het nu niet zeggen, maar hier stond tot 1928 het Polderhuis. Eeuwenlang was dat een herberg met op de bovenverdieping een werkkamer waar het polderbestuur bijeenkwam. Het Polderhuis moest wijken toen de smalle Loodijk werd verbreed en ingrijpend werd opgeknapt. Hier kwam een nieuw etablissement.

Kooibrug

Je passeert op het Hollands End de Kooibrug. Oorspronkelijk lag hier een andere brug, maar die is door de Duitse bezettingstroepen in 1945, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, vernield. De naam van de brug verwijst naar de eendenkooi hier in de Hollands-Ankeveense Polder. De Kooibrug van nu is overigens de vroegere Noordersluisbrug uit ’s-Graveland die hier uitstekend tot zijn recht komt.

De Kooibrug in het Hollands End. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Hollands End wordt vanzelf Stichts End. Geen tolhuis (Stichts End 4) meer waar je moet betalen om verder te reizen. Het natte land hier kwam in 1080 in bezit van het kapittel van Sint Marie te Utrecht. En hier verrees rond 1250 een parochiekerkje. Het Regthuys, Stichts End 1, dateert vermoedelijk uit de tweede helft van de 17e eeuw. De ingang met de trap heeft een dubbele Empiredeur.

Aquarel van een onbekende schilder van het vroegere Regthuys in Ankeveen, geschetst in 1977; collectie Noord-Hollands Archief.

Dit pand is eigendom geweest van de ambachtsvrouwe Maria Elisabeth de Walé. Later kwam het in bezit van de burgemeester. Uiteindelijk verloor het oude Rechthuis zijn officiële positie. Het dwarshuis met een pannen zadeldak raakte in particuliere handen. Het is een rijksmonument.

Ooievaars

Op het wit gepleisterde pand tegenover de Stichtse Kade staan de wapens van de vroegere gemeente Ankeveen (nu deel uitmakend van gemeente Wijdemeren) en dat van Weesperkarspel. Weesperkarspel was een uitgestrekte landelijke gemeente, waarvan het gemeentehuis in Weesp stond. De bouw van de Bijlmermeer leidde tot het opheffen van de gemeente Weesperkarspel. Het grondgebied werd aan aangrenzende gemeenten en Amsterdam toegewezen. Ankeveen en Weesperkarspel droegen een ooievaar in hun wapen.

De vroegere gemeentewapens van Ankeveen (links) en Weesperkarspel (rechts) met beide een ooievaar. Hier gaat het Hollands End naadloos over in het Stichts End. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Aan rijksmonumenten geen gebrek: het dwarshuis op Hollands End 2, het uit de 17e of 18e eeuw daterende gepleisterde pand met zadeldak op Hollands End 5, en het gebouw op nummer 9, 13, 24 om slechts enkele te noemen. En dan passeren we ook nog enkele gemeentelijke monumenten. Vertraag de pas en wandel onthaastend door dit hoekje openluchtmuseum.

Theater in de kerk

Op Stichts End 57 zie je een hervormd dorpskerkje uit 1907 dat in 2014 een doorstart maakt als theater De Dillewijn. Het theater is genoemd naar de Hilversumse architect van de kerk, J. van Dillewijn. De dorpelingen van Ankeveen wilden hun kerk, nadat in 2006 de laatste eredienst hier had plaatsgevonden, als ontmoetingscentrum behouden. Dat was alleen mogelijk, dankzij de inzet van tal van vrijwilligers, in de vorm van een theater, expositieruimte en plek om feesten te houden.

In de tijd voordat het coronavirus toesloeg, stonden er jaarlijks ruim dertig (jeugd)voorstellingen, concerten en films op het programma. En tot tevredenheid van de Ankeveners klinkt bij speciale gelegenheden het vertrouwde geluid van de kerkklok nog.

De Dillewijn als doorstart van het kerkje aan Stichts End in Ankeveen. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

De eerste kerk van het dorp werd vermoedelijk in de tweede helft van de 13e eeuw gesticht. Met Martinus als beschermheilige, tot in 1606 het rooms-katholieke kerkje werd overgedragen aan de protestanten. De vervening van het land rond Ankeveen leidde tot een verlaging van het grondwaterpeil en dat leidde tot verzakking van het toenmalige kerkgebouw. Vandaar dat in 1907 architect Van Dillewijn in de arm werd genomen om een nieuwe kerk te ontwerpen.

Het dorpje Ankeveen in 1745; collectie Noord-Hollands Archief Inventarisnummer NL-HlmNHA_359_0307.

Bergse Pad

Het Stichts End wordt tegen het eind van de bebouwde kom van Ankeveen doorkruist door het smalle Bergse Pad en het Verlengde Bergse Pad. Dat Verlengde Bergse Pad leidt dwars door de weilanden van de Stichts-Ankeveense Polder terug naar de Cannenburgerweg en de ’s-Gravelandse Vaart. Het Verlengde Bergse Pad is alleen een wandelroute, wie in het zadel een frisse neus haalt kan over het Stichts End verder fietsen en bij de aansluiting met de Middenweg (door de Horstermeer) linksaf slaan: de Herenweg op.

Hier liep vroeger de Ankeveensche Vaart. Een serieuze verbinding uit 1640 tussen de ’s-Gravelandse Vaart langs de Herenweg en het Stichts End naar de Vecht bij Nederhorst den Berg. Behalve zand uit het Gooi ging ook turf uit deze streken per trekschuit naar Amsterdam. Zo ontstonden in en rond Ankeveen uitgestrekte plassen met daarin lange, smalle legakkers (om de turf op te laten drogen). De schepen die de turf naar de stad brachten, namen op de terugweg huisvuil mee. Hiermee konden de boertjes de arme zandgrond bemesten. De Ankeveensche Vaart heeft tot 1940 dienst gedaan.

Hooibouw van weleer aan Stichts End. Foto: Jan-Maarten Pekelharing.

Van de Ankeveensche Vaart zie je nu vrijwel niets meer, hoogstens een slootje. Over de ’s-Gravelandse Vaart ligt de ‘Grote Klapbrug’, hier kon je van de Ankeveensche Vaart de ’s-Gravelandse Vaart op varen.
En hier zijn we terug bij het startpunt van ons ommetje. Met, inderdaad, een frisse neus.

 

Auteur: Jan Maarten Pekelharing

Bij het verzamelen van informatie is dankbaar gebruik gemaakt van artikelen van plaatselijke historische verenigingen en verhalen op Oneindig Noord-Holland.

 

Publicatiedatum: 03/08/2020