Geraas en gedruis: de geluiden van de stad

Geluiden maken de stad. Wat zou Amsterdam zijn zonder rinkelende trambellen, de weemoedige klanken van een draaiorgel of het geroezemoes op de markt? Maar geluiden kunnen naast nostalgie ook irritatie oproepen. Denk aan de vaak beklaagde rolkoffers, overvliegende vliegtuigen of luide ringtones van mobiele telefoons. Welke geluiden hoorde men vroeger in de stad en wat was er toen anders dan nu?

>

Hoe werd je vroeger wakker zonder wekker?

Heb jij ook zo’n hekel aan je wekker? Aan die dwingende stem die je met grof geweld uit je slaap haalt? Terwijl jij niets liever wilt dan je weer lekker omdraaien en verder dromen. Hoe ging dat vroeger eigenlijk? Hoe kwam je ergens op tijd toen er nog geen wekkers, horloges en laat staan smartphones bestonden?

>

Manke Nelis: vijftig jaar levenslied

Manke Nelis is een Amsterdamse zanger van het levenslied. Hij treedt op met onder meer Tante Leen, Johnny Jordaan en André Hazes en speelt 41 jaar lang samen met zijn zwager, de accordeonist Johnny Meijer. Zijn grootste successen zijn Kleine Jodeljongen, Laat De Boel Maar Waaien en Tante Saar. Manke Nelis wordt in 1990 benoemd tot ereburger van Amsterdam.

>

Van het badhuis en de woonschool

Wassen in een teiltje, één keer per week douchen in het badhuis en uitgejouwd worden buiten de poorten van je eigen wijk. Tot in de jaren zeventig was dit dagelijkse kost voor de Vogeldorpers van Amsterdam-Noord. In de volksmond werden delen van Amsterdam-Noord ook wel ‘de rimboe’ genoemd. Hier zouden de asocialen wonen, dacht men.

>

Armoede in de Jordaan

Een dak boven je hoofd en een boterham in je hand zijn twee dingen die voor veel van ons vanzelfsprekend zijn. Zo’n honderd jaar geleden was dit echter heel anders. Nederland kende heel wat gebieden waar grote armoede heerste. Misschien wel het beroemdste voorbeeld hiervan is de Amsterdamse Jordaan. Deze volksbuurt, die volkszangers en volksverhalen voortbracht, werd een icoon voor de hoofdstad. Het plat Amsterdams dat hier gesproken werd, de Westertoren en Johnny Jordaan vormen het romantische beeld dat velen tegenwoordig van de Jordaan hebben. Wat in dit beeld echter vaak wordt weggelaten is de bittere armoede waarin de Jordanezen leefden.

>

Johnny Jordaan: Bij ons in de Jordaan

Johnny Jordaan is een van de grootste volkszangers van Amsterdam. Veel mede-artiesten erkennen de kwaliteit en de oorspronkelijkheid van zijn ongeschoolde, heftig vibrerende stem. Hij bereikt de status van superster op een wijze die tot dan toe niet eerder is vertoond in de Nederlandse lichte muziek.

>

Johnny Meijer: de man en zijn accordeon

‘Ik speel alles, behalve klaverjas’, zei hij Johnny Meijer ooit in een interview. De virtuoze Amsterdamse accordeonist is bij het grote publiek bekend als vertolker van meezingers en meedeiners en als de muzikale rechterhand van Manke Nelis. Slechts af en toe kan hij tussen de meezingers door laten horen dat hij een begaafd jazzsolist is. Hij verweeft met groot gemak complete Bach-passages in zijn solo’s.

>

Andre Hazes: Amsterdams wonderkind

André Hazes was als Amsterdamse vertolker van het levenslied een icoon van de Nederlandse amusementsmuziek. Hij zong zijn liedjes met veel gevoel voor blues en sprak daarmee een breed publiek aan. Ook na zijn vroegtijdige dood in september 2004 blijven het leven en de muziek van de volkszanger tot de verbeelding spreken.

>

Ons stadsdialect in de laatste eeuw

Buurtdialecten verdwenen in de loop van de twintigste eeuw en het overgebleven stadsdialect werd nationale folkore. Minder vaak gebruikt, maar nog wel een element in de moderne taal van het schoolplein. Dat alles zien we in dit slotverhaal van een korte serie (zie gerelateerde verhalen) over het Amsterdams door de eeuwen heen.

>

De taal van ’t vieze volcxken

Het aantal geboren Amsterdammers in de stad daalt en het opleidingsniveau stijgt. Het plat Amsterdams wordt daardoor steeds minder gesproken. Maar iedereen herkent het nog, al is het maar van het Jordaanfestival of een lied van André Hazes. Het volkse Amsterdams heeft niet altijd zo geklonken, vele invloeden van buiten gaven de stadstaal vorm. Zo was de invloed van immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden en uit de Duitse gebieden in de zeventiende eeuw aanzienlijk.

>