Branieschopper Jan Klaassen staat garant voor plezier

In de zomer geeft poppenspeler Egon Adel voorstellingen op de Dam, maar tijdens de herfstvakantie speelt Jan Klaassen in het Scheepvaartmuseum zijn avonturen met een walvis na.

De herfstactiviteiten hebben elk jaar een ander thema, vertelt de poppenspeler. Dit jaar komt de walvisvaart en de overwintering op Nova Zembla aan bod. Jan Klaassen en Katrijn gaan dus op reis. “Voor de voorstellingen in het Scheepvaartmuseum neem ik twee speciale gasten mee: een walvis en een piraat. En er zit natuurlijk ook een achtervolging in, want Jan Klaassen is een licht hysterische figuur, dus die zorgt altijd voor véél hilariteit.”

In het zomerseizoen, van mei tot oktober, speelt Egon elke zondagmiddag op de hoofdstedelijke Dam. Dan geeft hij vier voorstellingen: het traditionele Jan Klaassenverhaal, plus drie door hem zelf bedachte verhalen. “Het is véél slapstick; dat hoort sowieso bij poppenkast. Jan Klaassen staat voor de gewone man. Hij is  een échte Amsterdammer die overal over klaagt. Als de kinderen hem roepen is hij al beledigd, waardoor ze meteen dubbel liggen. Jan Klaassen trouwt, krijgt een baby en moet van de generaal het leger in. Er zijn veel volksvertellingen aan hem gewijd. In één daarvan was hij trompetter in het leger van de prins; Rob de Nijs heeft er nog een liedje over gezongen.”

De poppenkast trekt vanouds een jeugdig publiek. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Pierlala

“Verder komt de Dood van Pierlala altijd langs, die ik met een lange witte stokpop speel. En uiteindelijk krijgt Jan Klaassen het aan de stok met de duivel. Dat klinkt misschien heftig, maar kinderen vinden het geweldig. Ze vinden het helemaal niet erg dat de duivel in elkaar wordt geslagen, want dat is toch maar Het Kwaad. Kortom, uiteindelijk overwint Jan Klaassen, oftewel de Man met de Pet, alles. Hij is door de eeuwen altijd een volks type geweest, in tegenstelling tot de prinsen en de ridders die het toneel in de schouwburg bevolkten.”

Het verhaal van Jan Klaassen wordt al 125 jaar op de Dam opgevoerd. In 1893 kreeg de poppenkast een vergunning, maar afgaande op ouwe prenten is het poppenspel al veel ouder. “Er is een boekje uit 1801, dat voor het eerst het welbekende Jan Klaassenspel beschrijft, dus dat moet er al een tijdje geweest zijn.” Egon staat zelf vanaf 2012 met zijn poppenkast op de Dam, inmiddels nog de enige straatpoppenkast waarin Jan Klaassen en Katrijn hun lief en leed etaleren.

Poppenkast op de Dam Amsterdam. Foto: Egon Adel, via De Telegraaf.

Jan Klaassen

Egon Adel studeerde aanvankelijk geschiedenis, omdat hij geïnteresseerd is in het vertellen van verhalen. Vijftien jaar geleden begon hij kindervoorstellingen te geven, op feestjes en op evenementen. “Op een gegeven moment heb ik een klein poppetje van Jan Klaassen gemaakt, want die kende ik natuurlijk uit mijn jeugd. Dat sloeg enorm aan, want Jan Klaassen is helemaal niet zo lief tegen de kinderen. Hij daagt ze uit en roept de hele tijd: ‘Jullie roepen niet hard genoeg.’

Kinderen mogen roepen, opspringen, kortom, alles wat eigenlijk niet mag. Het spel is spannend, maar af en toe ook grappig, zodat het weer niet al té spannend wordt. Verder zijn het eeuwenoude principes, zoals een achtervolging, elkaar met een stok slaan, tegen de muur aanlopen en je neus stoten. “Dat snapt iedereen, uit welke cultuur je ook komt, en het werkt altijd.”

Jan Klaassen en de generaal, en Egon Adel in het middel. Foto: Egon Adel.

Branie schoppen

Dat branie schoppen en lol trappen vindt hij nog steeds het leukst om te doen. “Eigenlijk zijn de kinderen de held van de voorstelling. Maar daardoor kan een voorstelling ook álle kanten op gaan. De boef steelt bijvoorbeeld een kussen van Jan Klaassen. Dan kan het zijn dat de kinderen ineens helemaal op de hand van de boef zijn, waardoor het een totáál ander verhaal wordt, en je ineens een héle andere held krijgt. En soms doen kinderen suggesties. ‘Nee, je moet je niet verstoppen; je moet nét doen alsof je slaapt.’ Dat probeer ik dan uit en dat houdt mij weer fris.”

Egon heeft zich verdiept in de karakters van het Klaassen en Katrijn. “Ik ken ze door en door, wat helpt bij het improviseren. En het klinkt misschien wat abstract, maar timing is het belangrijkste bij poppenspel. Als je een klap uitdeelt met een klapstok (twee houtjes die je op elkaar slaat, wat een hard geluidseffect geeft), moet je het zó doen dat het grappig en grotesk is, dus dat je Pong!!! hoort, terwijl de pop nog een beetje nastuitert.”

Janus Cabalt was de eerste poppenspeler op de Dam. Hij begin in 1893. De foto stamt uit het begin van de jaren dertig. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Uit de hand lopen

Om de Jan Klaasentraditie levend te houden geeft hij regelmatig cursussen met zijn Jan Klaassen Academie. Zijn voorganger op de Dam, Wim Kerkhove, is daarmee begonnen. Eén van de dingen die Egon leert is om de zaak niet uit de hand te laten lopen. “Dat is best moeilijk, want soms laten de cursisten filmpjes zien waarin je ziet hoe kinderen de boel overnemen en de poppenspeler er niet meer tussen komt.”

Dat zal Egon niet snel overkomen. Hij vindt het leuk om in de openbare ruimte, zoals op pleinen, te spelen. “Dan komt er van alles langs, zoals straatschoffies, die van alles beginnen te roepen. Maar omdat Jan Klaassen zelf een branieschopper is en daar op inhaakt, gaan ze in de voorstelling mee. Vaak is poppenkast het eerste theater waar ze mee in aanraking komen. Dan stel ik tevreden vast: dat heb ik toch maar mooi bereikt. Alleen van dronken volwassenen heb je wel eens last.”

Egon Adel en enkele boeken die aan het aloude poppenspel zijn gewijd. Foto: Arnoud van Soest.

Hilarisch

Uiteraard heeft Egon zich ook in de geschiedenis van Jan Klaassen verdiept. “Het is bijna zeker dat Jan Klaassen en Katrijn écht hebben geleefd, in de 17e eeuw, in de Jordaan. Het Stadsarchief bezit een mooi plakkaat van de kerkenraad die Jan Klaassen en Katrijn op het matje roepen, omdat ze de openbare orde verstoren met hun ruzies en dronkenschappen. Volgens de overlevering ging Jan Klaassen zelf poppenkast spelen en verwerkte hij de ruzies die hij met Katrijn had in zijn voorstellingen. Dat vonden de mensen hilarisch. Poppenkast was oorspronkelijk vermaak voor iedereen, dus niet alleen voor kinderen.”

Dat hij de Jan Klaassentraditie graag levend wil houden, met zijn cursussen en zijn voorstellingen, komt ook om ongeveer de helft van de kinderen Jan Klaassen niet meer kent. “En dat is jammer, want het geeft altijd plezier.”

De herfstvakantie-activiteiten in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum, van 19 tot en met 27 oktober 2019, staan dit keer in het teken van de expeditie die Willem Barentsz ruim 400 geleden naar de Noordpool maakte. Een expeditie waarbij de mannen vast in het ijs kwamen te zitten. Kinderen kunnen niet alleen de walvispoppenkastvoorstelling van Egon Adel bijwonen, maar ook luisteren naar winterse voorleesverhalen. Ze kunnen een aflevering van ‘Welkom in de Gouden Eeuw’ bijwonen, meetekenen aan het groot PoolPanorama op de binnenplaats en een kijkje nemen aan boord van een echte ijsbreker. Meer informatie is hier te vinden.

Tekst: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 04/10/2019