Deze week komen vertegenwoordigers uit 12 landen samen in Den Haag om kennis en ervaring uit te wisselen rond de restitutie van geroofde kunstobjecten van Joodse eigenaren tijdens het naziregime. De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) is gastheer.
Waarom hebben we seks? Is het voor intimiteit, genot, of alleen om kinderen te krijgen? Is seksueel verlangen meer dan fysieke aantrekkingskracht? Hebben we recht op seksuele vrijheid? Sinds mensenheugenis worstelt de mensheid met dit soort vragen.
Zijne Majesteit de Koning opent zondag 10 maart het Nationaal Holocaustmuseum in Amsterdam. De Koning houdt tijdens de openingsbijeenkomst in de nabijgelegen Portugese Synagoge een toespraak. Vervolgens krijgt hij een rondleiding door het museum. Bij de opening zijn minister-president Rutte, staatssecretaris Gräper voor Cultuur en Media en staatssecretaris Van Ooijen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aanwezig. Ook de Oostenrijkse bondspresident Van der Bellen en de Duitse bondsraadvoorzitter Schwesig wonen de opening bij en zij houden een korte toespraak. Duitsland en Oostenrijk hebben financieel bijgedragen aan de totstandkoming van het museum.
Het boek ‘De Zure Stad’ is een biografie van een wijk, van haar bewoners, van een eetcultuur die de stadsgrenzen overschrijdt. Het boek was een groot succes, aan aandacht had het boek geen tekort. Het artikel over het boek was niet alleen het meest gelezen artikel op Oneindig Noord-Holland, maar kreeg nog een interessant staartje.
‘Nero moet er zo in z’n huiselijkste momenten uitgezien hebben’, schreef Etty Hillesum over Julius Spier. De charismatische therapeut maakte rond 1940 furore in joodse kringen in Amsterdam. Terwijl de Tweede Wereldoorlog om zich heen greep, kon de ‘Spierclub’ haar zorgen even vergeten tijdens avonden bij hem thuis.
Tot aan de Tweede Wereldoorlog, toen driekwart van de Joodse bevolking door de nazi’s werd uitgemoord, kende Amsterdam een levendige straathandel in zuur, zoals augurken en uitjes. Die merendeels Joodse straathandel, met zijn ‘augurkiesmannen’, is niet meer. Van de destijds tientallen Amsterdamse zuurinleggerijen is er nog maar één over.
Voor veel Joodse Amsterdammers was Kamp Westerbork op de Drentse hei hun laatste verblijfplaats in Nederland. Het doorgangskamp was door de nazi’s ingericht als een stad, waar het normale leven zoveel mogelijk door kon gaan. De gevangenen hoopten er zo lang mogelijk te blijven, want wie op het wekelijkse transport naar het oosten werd gezet, wachtte een inktzwarte toekomst.
Stadsarchief Amsterdam besteedt aandacht aan veertien componisten die in de Tweede Wereldoorlog werden vervolgd of vermoord. ‘Die componisten krijgen we niet meer terug, maar hun muziek moet klinken,’ vindt samensteller Eleonore Pameijer.
Bij twee razzia’s, op 22 en 23 februari 1941, worden 400 willekeurige Joodse jongemannen in de toenmalige Amsterdamse Jodenbuurt opgepakt. Het vormt de directe aanleiding tot de Februaristaking, die een paar dagen later uitbreekt.
Aan sommige familienamen kun je aflezen waar de voorvaderen hun brood mee verdienden: Groenteman, Turfkruier of Goudsmit. Tenzij je voorvaderen een olijke bui hadden toen ze hun achternaam opgaven bij de burgerlijke stand, want dan zit het nageslacht opgescheept met koddige namen als Zondergeld of Seldenthuis.
De voetbalvereniging in Volendam bestaat 100 jaar. Auteur Jan Schilder (Vik) blikt terug op het verleden van ‘zijn’ voetbalclub, waar hij al 62 jaar vaste supporter van is. De voetbalclub beleefde grote successen onder de joodse trainer Eddy Hamel, de populaire oud-voetballer van Ajax. Hij werd later bekend als het enige slachtoffer van de nazi’s, dat in het eerste elftal van Ajax heeft gespeeld.
In het kader van 75 jaar bevrijding geeft Oneindig Noord-Holland dit voorjaar een overzicht van de meest spraakmakende oorlogsobjecten uit Noord-Hollandse collecties. De voorwerpen hebben elke maand een ander thema. Van de knikkers van Anne Frank tot een laatste groet uit de trein, deze maand staat de jodenvervolging centraal.
Op zaterdag houden de Joden sabbat, zo ook op 22 februari 1941. In de Amsterdamse Jodenbuurt is het dus relatief rustig, tot om vier uur ’s middags legertrucks de straten in rijden.
Een middagje wandelen door de Schoorlse Duinen is natuurlijk nooit weg. Lekker een luchtje scheppen in de zon, omringd door een uitgestrekt natuurgebied. Verschillende wandel- en fietsroutes beginnen bij het bezoekerscentrum. Wat weinig mensen weten is dat dit centrum op een stuk grond staat dat een tragische geschiedenis kent.
Huize Glück, het restaurant en pension van Malvine Glück (1886-1942), was gevestigd aan het Oosteinde bij het Frederiksplein. Malvine Glück was niet alleen restaurant- en pensionhoudster. In 1932 schreef ze samen met Emma Bramson-Brest het Geïllustreerd Ritueel Kookboek met diëetrecepten.
Aan de Rapenburgerstraat in de Amsterdamse jodenbuurt staan de twee huizen waarin het Nederlands Israëlitisch Meisjes-Weeshuis (1861-1943) was gevestigd. Het Nederlands Israëlitisch Weesmeisjes Collegie bestond al vanaf 1761 en had als motto ‘tot de goede werken behoort de opvoeding van weesmeisjes’, zoals de gevelsteen op nummer 171 vermeldt. Meisjes kregen hier een orthodoxe opvoeding en les in huishoudelijke vakken opdat ze aan de slag konden als dienstmeisje of naaister.
Een prent uit 1725 laat zien hoe de viering van Pesach op sederavond bij de Portugees-Joodse familie Alvaro Nunes da Costa er aan toeging. De familie woonde op de Nieuwe Herengracht 49, niet ver van de synagoges bij het Waterlooplein. De viering van Pesach (Pasen) herinnert aan de uittocht uit Egypte. In de Tora wordt in het boek Exodus verteld dat Mozes de opdracht van God kreeg om de joden uit Egypte te leiden. De Farao wilde de joden, die als slaafgemaakten leefden, niet laten gaan. Pas nadat er tien plagen over Egypte gekomen waren, liet hij de joden vrij. Het is een opdracht om het verhaal van de uittocht uit Egypte van generatie op generatie over te leveren.
Gappen, geintje, schlemiel, mesjokke. Als dat geen algemeen-plat-Amsterdams is. Om preciezer te zijn, het is Jodenhoeks. Die Mokumse spreektaal is hier al eeuwen ingeburgerd. Maar waar komen die woorden en uitdrukkingen toch vandaan?
25 februari 1941. Nog voor zonsopgang komen de eerste reizigers het Amsterdamse Centraal Station binnenlopen. Het zijn werkverschaffingarbeiders, die op weg zijn naar Baarn en Amersfoort. Voor de ingang van het station hebben zij een stakingsmanifest gekregen.