Zelfs de burgemeester spreekt nu ‘Jodenhoeks’

Gappen, geintje, schlemiel, mesjokke. Als dat geen algemeen-plat-Amsterdams is. Om preciezer te zijn, het is Jodenhoeks. Die Mokumse spreektaal is hier al eeuwen ingeburgerd. Maar waar komen die woorden en uitdrukkingen toch vandaan?

Invloeden op het Amsterdams: ‘De mazzel, gabber!’

Zonder het te beseffen spreekt iedere Nederlander wel eens ‘Jodenhoeks’, een van de negentien Amsterdamse buurttalen die de negentiende-eeuwse stadshistoricus Jan ter Gouw meende te kunnen onderscheiden. Dat buurtdialect ontleende zelf veel aan het Jiddisch, een taal die hier inmiddels bijna uitgestorven is.

Jiddisch

Tot de weinige Nederlanders die nog moeiteloos Jiddisch spreken, behoort prof. dr. Shlomo Berger (1953), sinds 2004 bijzonder hoogleraar Jiddische taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is met Jiddisch opgegroeid in Tel Aviv: zijn beide ouders, afkomstig uit Polen, gebruikten het als omgangstaal. Als hoogleraar leest Berger nog steeds veel oud en modern Jiddisch, en laat zijn studenten horen hoe het klinkt, maar een informeel Jiddisch koffiepraatje zit er niet meer in. Want in Amsterdam spreekt niemand het meer – behalve, zo schijnt het, op de ultra-orthodoxe joodse school Cheider in Buitenveldert. Wie op straat Jiddisch wil horen moet daarvoor tegenwoordig naar de joodse buurt van Antwerpen, en anders naar New York – of naar Israël, natuurlijk.

Rijnland

In Amsterdam werd in de eerste helft van de negentiende eeuw nog volop Jiddisch gesproken. En rond het Waterlooplein klonk de taal al sinds het begin van de zeventiende eeuw. Maar wat is Jiddisch nu eigenlijk en waar komt het vandaan? Velen denken dat het verbasterd Hebreeuws is, maar dat is grotendeels een misverstand, legt Berger uit. Het lijkt nog het meest op Duits. Geen wonder, want de taal ontstond rond het jaar 900 in het Duitse Rijnland. Daar woonde toen een betrekkelijk grote groep joden die de lokale Duitse streektaal spraken.

Geschiewes (schatje), beeldje door Joseph Mendes da Costa.

Geschiewes (schatje), beeldje door Joseph Mendes da Costa. Beeld: Amsterdam Museum.

Hebreeuwse woorden

Die Duitse joden waren eenvoudige lieden, die niet echt Hebreeuws kenden, maar wel zo nu en dan een woordje uit die taal oppikten van een net iets geletterderde rabbijn. Die verhaspelde Hebreeuwse woorden mengden ze vervolgens door hun eigen dialect. Vooral als het ging om religieuze voorwerpen, gebruiken of begrippen waarvoor geen Duits woord bestond, zoals koosjer en mezoeza. Doordat ze als gemeenschap tamelijk geïsoleerd leefden, veranderde hun Duits zozeer dat hun christelijke streekgenoten het op den duur als een taal apart beschouwden.

Slavische invloeden

Dat effect werd versterkt door de opkomst van de boekdrukkunst en het groeiende opleidingsniveau van een klein deel van de Jiddisch-sprekenden. De aparte status van het Jiddisch bleek ook uit het feit dat het werd opgeschreven in Hebreeuwse letters: de oudste geschreven Jiddische tekst die bewaard bleef, dateert uit 1275. In de loop van de middeleeuwen verhuisden grote groepen Rijnlandse joden naar het oosten, tot in Polen toe. Ze vluchtten voor geloofsvervolging of waren op zoek naar werk of klandizie. Hun mengtaal namen ze me. Gaandeweg onderging het Jiddisch van deze ‘Polakken’ heel wat slavische invloeden, zodat op den duur weer een onderscheid ontstond tussen West- en Oost-Jiddisch. Al kreeg ook de westerse variant licht slavische trekjes: dat geldt bijvoorbeeld voor ‘Nederlandse’ woorden als gappen en nebbisj.

Asjkenazische joden

Vooral dat West-Jiddisch was de taal van de tweede golf joodse migranten die Amsterdam in de zeventiende eeuw bereikte. Ze waren opnieuw op de vlucht vanwege anti-joodse rellen, maar ook vanwege het voortdurende tumult van de Dertigjarige Oorlog. Asjkenazische joden werden deze joden uit Duitsland en oostelijker streken genoemd.

Bron

Dit is een bewerking van een artikel op www.onsamsterdam.nl

Publicatiedatum: 22/07/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.