In 2019 werd dit unieke memorieboek ontdekt in een vestiging van het Belgische Rijksarchief in Mons. Maria van Nesse noteerde vrijwel al haar uitgaven, zowel grote als kleine. Het memorieboek was echter veel meer dan een eenvoudig kasboek. Maria beschreef ook belangrijke gebeurtenissen, legde recepten, huishoudelijke tips en medische adviezen vast en noteerde de afspraken die zij bij de aanstelling van haar dienstmeisjes maakte.
Hoewel de zeventiende eeuw intensief is onderzocht en geldt als een sleutelperiode in de Nederlandse geschiedenis, blijft ons beeld ervan fragmentarisch. Maria’s memorieboek vormt daarop een zeldzame uitzondering. Dankzij deze rijke bron kunnen we ons een levendig beeld vormen van het leven van een zelfstandige, ongehuwde vrouw in de zeventiende eeuw. Het memorieboek biedt nieuwe inzichten in het dagelijks leven, huishoudelijke consumptie en het functioneren van de katholieke kerk.

Plattegrond van Alkmaar. Links het wapen van Holland, rechts het wapen van Alkmaar en in het midden de titel. Rechtsonder legenda. Vervaardiger: Joan Blaeu, 1650. Collectie Regionaal Archief Alkmaar / Catalogusnummer PR 1005037.
Alkmaar
Het levensverhaal van Maria van Nesse speelde zich vrijwel geheel af in Alkmaar. Haar ouderlijk huis bevond zich in de Koorstraat. Daarnaast woonde Van Nesse lange tijd in een huis in de Langestraat. Afgezien van enkele korte uitstapjes, zoals naar Schagen, verliet zij Alkmaar nauwelijks. Binnen de stad wandelde zij langs vertrouwde routes: van haar huis naar dat van haar zus, naar de kerk van pastoor Kater en naar de woning en werkplaats van kunstschilder Claes van der Heck.
Maria groeide op in een groot gezin. Een jaar na het huwelijk van haar ouders werd zij in 1588 geboren. Daarna volgden Adriana (1591–1652), hun jong overleden broertje Hercules (1594–1601) en jongere broer Gijsbert (1599–1637). Uit eerdere huwelijken van haar ouders had zij bovendien een oudere halfbroer Cornelis van Nesse (1571–1637) en een oudere halfzus Lijsbeth van Alckemade (ca. 1578–1599). Het samengestelde gezin groeide op in het huis aan de Koorstraat.

Logement de Toelast, met de rijtuigstalling en brug over de Laat, klokkentoren en koor van de Grote Kerk in Alkmaar. Schets gemaakt op 3 Augustus 1803 door J.A. Crescent. Collectie Regionaal Archief Alkmaar, Catalogusnummer PR 1000242.
Een eigen huis
De oudste notities in haar memorieboek dateren uit 1623. Op dat moment woonde Maria al in het huis aan de Langestraat. Met uitzondering van het inwonende personeel en een korte periode waarin zij een nichtje opving, leefde zij daar haar hele leven alleen. In de context van de zeventiende-eeuwse Republiek was dat opmerkelijk. Als ongehuwde vrouw beschikte zij niet alleen over eigen middelen, maar had zij ook volledige juridische controle over haar woning, inkomsten en overige bezittingen.
De rijkdom aan details in het memorieboek zijn bijna overweldigend. Zo weten we bijvoorbeeld hoe zij haar nichtje probeerde te troosten na het overlijden van diens vader, welke tegenslagen zij als voortekenen zag en welke recepten zij gebruikte in de keuken. Ook haar gastvrijheid laat zich reconstrueren aan de hand van de gerechten die zij haar bezoekers voorzetten. In meer dan 3500 aantekeningen schetst ze een wereld waarin vrouwen een belangrijke rol speelden bij huwelijken, huishouden en dagelijkse routines. Als onafhankelijke, ongehuwde vrouw vervulde ze verschillende rollen: dochter, zus, tante, welgestelde consument, geestelijke maagd en mecenas. Naarmate ze ouder werd, richtte ze haar leven steeds meer op de katholieke kerk, waarbij haar rol als geestelijke maagd en beschermvrouwe groeide. Van 1623 tot 1646 was ze actief betrokken bij de kerk, zoals van ongehuwde vrouwen werd verwacht.

Gravure van de Waag en Kaasmarkt te Alkmaar, toegeschreven aan Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum, objectnummer RP-P-AO-9A-6.
Huishouden
Van Nesse biedt in haar memorieboek niet alleen inzicht in haar eigen leven, maar ook in dat van de mensen om haar heen. In het huishouden waren doorgaans twee dienstmeisjes werkzaam. Hun taken bestonden uit handwerk zoals naaien, breien en stoppen, maar ook uit het dagelijkse huishouden: wassen, poetsen en schoonmaken. Op vrijdagen en zaterdagen werd, zowel bij Maria als bij haar zus Adriana, het hele huis grondig afgestoft en schoongemaakt.
Hoewel Van Nesse voor voedingsmiddelen en huisraad uitsluitend lokaal winkelde, liet ze regelmatig stoffen en accessoires uit Haarlem en Amsterdam komen. In Alkmaar werd immers alleen linnen van mindere kwaliteit geproduceerd; de stad fungeerde vooral als marktstad, terwijl Haarlem bekendstond om zijn textiel en in Amsterdam vrijwel alles te verkrijgen was. Wat geen geld kostte, noteerde Maria vrijwel nooit in haar memorieboek. Daardoor is er bijvoorbeeld weinig informatie over het handwerk dat zij en haar dienstmeisjes maakten.

Anonieme kunstenaar, Portret Adriana van Nesse, 1611. Valenciennes (Nord) – Musée des beaux-arts, inv.nr. P.46.1.1 52. Er is helaas geen portret van Maria van Nesse bekend. Beeld via Wikimedia Commons, Vervaardiger: Patrick from Compiègne, France, CC BY-SA 2.0.
Opmerkelijke kledingstukken
Maria van Nesse bezat onder andere Spaanse schoenen. Een soortgelijk schoentje uit die tijd werd in 2015 gevonden in de beerput van Maria Tesselschade Roemers Visscher, die ook in de Langestraat woonde. Het schoentje van Maria Tesselschade is zwaar beschadigd, terwijl het paar zwartleren schoenen in het Rijksmuseum goed bewaard is. Ook Van Nesses schoenen waren zwart, maar de bijbehorende linten ontbreken bij beide voorbeelden.
Op koude of regenachtige dagen droeg Maria een huik: een wijdvallende, donkere mantel die ook het hoofd bedekte. Ze bezat meerdere huiken, onder andere één voor regen en één om naar de kerk te dragen, die in een huikenpers werd bewaard. Haar beste huik liet ze in 1626 opnieuw in kleine plooien vouwen. Uit haar aantekeningen kunnen we opmaken dat Maria niet de laatste mode volgde. Maar gezien haar uitgebreide garderobe, en het onderhoud daarvan, zal ze er zeker verzorgd en elegant hebben uitgezien.
Maria’s welvaart bleek niet alleen uit haar kleding, maar ook uit haar overvloed aan sieraden. Naast zilveren, gouden en diamanten ringen en armbanden, bezat ze ook parels en juwelen van bloedkoraal en barnsteen. Ze bezocht hiervoor goud- en zilversmeden in Alkmaar, Haarlem en Amsterdam. Uit haar aantekeningen kunnen we opmaken dat ze ook nieuwe sieraden liet maken, waarvoor ze gouden erfstukken liet omsmelten. Zo gebruikte ze haar “eigen goud”, zoals ze het noemde, om bijvoorbeeld een gouden handvat aan een stokwaaier te laten vervaardigen. Maria gaf ook juwelen door aan familieleden, met name aan haar nichtjes Anna en Catharina.

Damesschoen van runderleer, versierd met sierstiksels, perforaties en kartelrand, ca. 1600-1630. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: BK-NM-13147-A
Aan het eind van haar leven
Van Nesse hoopte dat anderen haar voorbeeld zouden volgen, zoals blijkt uit het gezegde dat ze opschreef: “De kaars die voorgaat, licht het best.” Daarom liet ze legaten na aan haar ongehuwde nichtjes Catharina en Anna, wat voor welgestelde vrouwen destijds niet ongebruikelijk was. Ze bepaalde dat de goederen pas na vier generaties verkocht mochten worden, zodat haar nichtjes verzekerd waren van stabiele inkomsten. Zo bood Van Nesse hen de mogelijkheid hun leven zelfstandig in te richten en bleef ze, zelfs na haar dood, een beschermende rol spelen.
Auteur: Judith van Amelsvoort
Bronnen:
- Judith Noorman en Robbert Jan van der Maal, Het unieke memorieboek van Maria van Nesse 1588-1650, Amsterdam.
- Sija van den Beukel, Maria van Nesse: De best gedocumenteerde vrouw van de zeventiende eeuw, Folia, 2022.
- Codart, Rich & Independent. Maria van Nesse 1588-1650
Publicatiedatum: 19/01/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.