Tegeltje, tegeltje aan de wand

Wie is het mooiste van het land? Dat moeten haast wel de zeventiende-eeuwse tegels zijn uit het huis aan de Sint Annastraat 27 in Alkmaar. Tijdens een archeologische opgraving in 2021 werden er hier een enorme hoeveelheid tegels en scherven gevonden. Archeologen Nancy de Jong-Lambregts, Rob Roedema en Peter Bitter stonden versteld van de kleurenpracht en de bijzondere voorstellingen. In deze periode werden met name plinten, vuurplaatsen en keukens betegeld. Dat maakt de vindplaats, in een kleine kelder onder een bedstede, extra raadselachtig…

Book 8 min

Scherven brengen geluk

Vanwege een grote verbouwing werden in maart 2021 de vloeren van het kleine pand aan de Sint Annastraat 27 weggehaald. Dit moment greep de Gemeente Alkmaar aan om in twee dagen een bouwhistorisch en archeologisch waarneming uit te voeren. Hieruit bleek dat schijn bedriegt en dat zich achter de zeventiende-eeuwse trapgevel een huis uit 1935 bevindt. Het pand werd in de jaren 1930 herbouwd en voorzien van verschillende uitbreidingen.

Tijdens de archeologische opgraving werd er vlak onder de vloer een gedempte bedsteekelder gevonden. Dit is een kleine ondiepe kelder onder een bedstede. De hele kelder was van onder tot boven gevuld met gebroken tegels, geglazuurde tegels en biscuit tegels. Bijna alle gevonden tegels zijn circa 8 mm dik en gemaakt van een donkergeel baksel met hier en daar roodachtige verkleuringen. Aan de dikte van een tegel kan men de ouderdom aflezen. De diktes kunnen variëren van 21 mm uit circa 1600 tot 6 mm uit circa 1900. Toch betekent dit niet automatisch dat elke dikke tegel uit het begin van de zeventiende eeuw stamt. Zo werden in latere periodes speciaal voor het betegelen van een haard dikkere tegels (dobbele) vervaardigd. Het grootste gedeelte van de tegels uit de bedsteekelder zijn vervaardigd rond 1700.

De kratten vol met tegels die in de kelder zijn gevonden. Rechts biscuit, linksboven met witte glazuur, en linksonder gemarmerde tegels. Foto: © Gemeente Alkmaar.

Halffabricaten en misbaksels

De tegelvondst bestaat voornamelijk uit een grote partij biscuit van wandtegels. Biscuit is keramiek dat nog maar één keer is gebakken. Hierna wordt de tegel beschilderd met glazuur en nogmaals gebakken bij een hogere temperatuur. De wandtegels in biscuit-vorm zijn dus eigenlijk nog maar een halffabricaat, zonder een gebakken glazuurlaag zijn ze onbruikbaar en poreus. Wandtegels werden in twee fasen gebakken, eerst de ruwe tegel (het zogenaamde ‘biscuit’) die daarna werd bedekt met een tinoplossing en beschilderd met blauwe of kleurige verf. Vervolgens ging de tegel een tweede keer in de oven om het glazuur en de beschildering te bakken. Enkele biscuits uit de bedsteekelder zijn bedekt met een (nog zachte!) tinpasta.

Naast de biscuit tegels zijn er ook geglazuurde tegels gevonden, waaronder een aantal misbaksels. Hierop zijn onder andere kinderspelen, landschappen, bloemenvazen en pastorale scenes afgebeeld. De verschillende decoraties zijn uitgevoerd in blauw, paars of blauw met paarse trek. Voor blauw werd er kobalt gebruikt en voor donkerpaars mangaan. Naast de blauw/witte tegels koos men soms voor donkerpaars. Of er werd een paarse contourlijn getekend die blauw werd ingekleurd. Dit noemde men ‘paarse trek’.

De tegel met een herderin met ontblote borsten, in de hoeken ‘spinnetjes’. Foto: © Gemeente Alkmaar

Zonder blikken of blozen

Op een wandtegel is een herderin afgebeeld met ontblote borsten. Een verrassende voorstelling voor moderne ogen. Tegelverzamelaar en expert Frans Klein vertelt ons dat dit motief wel vaker werd gebruikt. In de zeventiende eeuw waren pastorale scenes in de kunst ongekend populair. Welgestelde burgers lieten zich portretteren als een herder of herderin in de natuur of zagen dit onderwerp graag terugkomen op hun wandtegels.

Veel tegels en scherven zijn, net als de tegel met de herderin, in de hoeken versierd met een spin of spinnetje. Na het midden van de zeventiende eeuw wordt dit type hoekornament veel toegepast, voornamelijk omdat hij eenvoudig was om te maken. De spinnetjes worden in het begin sierlijk uitgevoerd, maar naarmate de tijd vordert worden ze kleiner en strakker weergegeven. Een ander hoekmotief wat veel voorkomt zijn de ossenkopjes. Dit is verreweg het meeste toegepaste hoekmotief op de Hollandse tegel. Het motief is rond 1620 ontstaan vanuit een gestileerde lelie. De eerste voorbeelden zijn grof en fors uitgevoerd, tegen het einde van de zeventiende eeuw zijn de ossenkoppen net als de spinnetjes veel kleiner geworden.

Archeologen Rob Roedema en Nancy de Jong-Lambregts spoelen ter plaatse de inhoud van de kelder en bergen de diverse tegelfragmenten. Foto: © Gemeente Alkmaar

De tegelbakkerij van Alkmaar

Maar hoe zijn al deze tegelfragmenten onder de bedstede aan de Sint Annastraat 27 terecht gekomen? De verklaring ligt aan de overzijde van de straat. Tegenover het pand zat namelijk tussen 1671 en 1808 een tegelbakkerij. Voor het grootste gedeelte van de tijd was dit de enige van de stad en wordt er in bronnen simpelweg gesproken over ‘de tegelbakkerij’. Dankzij deze grote tegelvondst is er nu meer bekend over wat de tegelfabriek precies produceerde. De bedsteekelder was namelijk opgevuld met een lading afval van de tegelbakkerij. Van alle stadia in het productieproces zijn er voorbeelden teruggevonden: van de biscuit tegels tot aan het beschilderde en geglazuurde eindproducten toe. Een aantal bijzondere tegels tussen het puin vallen op. Zo is er een tegel waarop de tegelbakker bestellingen noteerde en een paar tegelfragmenten met kindertekeningen erop. Naast de vierkante tegels zaten er ook randtegels (halfjes) tussen.

Tegeltableau met de tegel- en aardewerkfabriek in Bolsward, anoniem, ca. 1745 – ca. 1765. Dit grote tableau werd gemaakt ter herinnering aan de oprichting van de Bolswardse tegel- en aardewerkfabriek in 1737. Het tableau toont een dwarsdoorsnede van een fabriek, met onderin de stokers, de schilders en de kleimolen. Daarboven zijn de draaierszolder voor het aardewerk en de steenmakerszolder voor de tegels te zien. Over de hele lengte van het tableau loopt de grote stookoven. Collectie Rijksmuseum objectnummer BK-NM-5853.

In het Regionaal Archief Alkmaar vinden we meer informatie over de werknemers van de tegelfabriek. Zo komen we dankzij het historisch kadaster van Alkmaar   erachter dat ‘de tegelbakkerij (huis) met schuur daarachter, hebbende met gemene steeg een uitgang in de Nieuwstraat’ in 1730 van eigenaar wisselt. Jacob Boot (gestorven op 16 maart 1762) werkte pro deo bij de tegelbakkerij, en liet na zijn dood ‘kinderen na’. Francijntje Bant (of Baardt) was de ‘huijsvrouw van Pieter Korver in de tegelbakkerij’. Toen zij stierf op 17 september 1755 liet ook zij kinderen na.

Fragment uit het Nieuw Noordhollandsch Dagblad : voor Alkmaar en omgeving, 29 maart 1947. Beeld: Regionaal Archief Alkmaar.

Een verborgen schat onder al het puin

Onder al dit afval kwamen de archeologen op de vloer van de bedsteekelder oude majolicategels tegen met gekleurde mythologische- en jachtscènes. Op de tegels staan afbeeldingen van dieren, jagers, eenhoorns en stadsgezichten, ieder geplaatst binnen een cirkelband met in de hoeken een kwartrozet. De afmetingen van de tegels zijn 13,5 x 13,5 x 1,5 cm. Dit type tegel is te dateren op 1590/1620. Het waren gebruikte en daarna gesloopte tegels, met de mortel nog aan de achterzijde. Van deze oude tegels zat er geen enkele scherf tussen het stortafval. Omdat ze over de vloer van de kelder waren uitgespreid, denken de archeologen dat de kelder voordat hij werd gedicht al enige tijd geen dienst meer deed. De relatie tussen de huiseigenaar en de tegelbakkerij is nog onduidelijk, maar waarschijnlijk heeft hij het afval van de overbuurman gebruikt om de kelder te dichten. Tijdens het slopen van oude huizen werden veel tegels vernield. Het is bekend dat veel kades in Holland zijn opgehoogd met bouwafval, op deze plekken worden daarom nog regelmatig oude tegelfragmenten teruggevonden.

Gekleurde majolica jacht tegels van 13,5 x 13,5 x 1,5 cm, Beeld: Erfgoed Alkmaar.

Een bed van aardewerk

De tegels in Alkmaar werden gevonden in een bedsteekelder. Tot aan het begin van de twintigste eeuw werden bedsteden veel gebruikt in Holland. Het is in feite niet meer dan een slaapplaats in de vorm van een kast, die afgesloten kan worden met deurtjes of een gordijn. Hierdoor is een aparte slaapkamer overbodig, aangezien hij in de woonkamer kan worden ingebouwd. Een ander groot voordeel was dat er door de kleine ruimte weinig hoefde te worden gestookt, de slapers hadden genoeg aan hun lichaamswarmte. Bedsteden kunnen gezien worden als iets ‘typisch’ Nederlands, nergens anders in de wereld was het gebruik zo wijdverbreid of werd het zo lang toegepast. Volgens de bronnen hebben buitenlandse reizigers naar ons land zich daar altijd over verbaasd. In 1716 noemde de Fransman Chrisostome Matanasius de Hollandse bedstede met zijn deuren een guichet, ofwel een loket. Hij sliep volgens hem in een lit de Faïence (een aardewerken bed): de bedstee waarin hij had geslapen was helemaal betegeld.

Een moeder onderzoekt haar kind grondig op luizen. Ze zitten in een sober Hollands interieur, met Delfts blauwe tegels en een bedstee. Vervaardiger: Pieter de Hooch, ca. 1660 – ca. 1661. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: SK-C-149

Tegels zijn goed schoon te houden. In de zeventiende eeuw werden ze daarom in grote getalen toegepast in keukens, kelders, vuurplaatsen, het souterrain en plinten. Keukens werden betegeld van de vloer tot aan het plafond. De meest geproduceerde tegels van Holland waren echter de ‘witjes’. Aan het eind van de zeventiende eeuw verloor de gedecoreerde tegel aan populariteit, hierbij speelde mode en de lage prijs een grote rol. In veel oude huizen zijn de kelders, keukens en gangen nog steeds betegeld met deze ‘witjes’.

Volgens deze auteur een betreurenswaardige ontwikkeling, gezien de prachtige en kleurrijke majolicategels op de vloer van de bedsteekelder van een eeuw eerder. Gelukkig is de decoratieve tegel, mede dankzij StoryTiles, tegenwoordig weer aan een comeback bezig.

Meer lezen over de archeologische vondsten die in 2021 in Noord-Holland zijn gedaan? Alle archeologische ontdekkingen worden jaarlijks verzameld in de Archeologische kroniek van Noord-Holland. In het boek staan foto’s en beschrijvingen van bijzondere opgravingen en spectaculaire vondsten.

Auteur: Judith van Amelsvoort, met dank aan Nancy de Jong-Lambregts, Peter Bitter en Frans Klein.

In januari 2023 verschijnt deel 25 in de reeks Rapporten over Alkmaarse Monumenten en Archeologie met daarin o.a. een volledig uitgewerkt archiefonderzoek naar de geschiedenis van de tegelbakkerij.

Bronnen:

Publicatiedatum: 12/12/2022

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

1 reactie
  • Hans Ruiter schreef:

    Het tegeltje met de olifant wil ik wel als leen kunstobject hebben.
    Tenminste als dat mogelijk is.
    Heb zelf een paar jaar geleden een paar tegeltjes uit de 17e en 18e eeuw aan de vereniging baduhenna gegeven.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN