Met Harm van de Poel (41) lopen we langs de fraaie zwartwit-foto’s die hij op een oude, ambachtelijke manier maakte. Voor zijn foto’s maakt hij gebruik van een statief en in zijn camera zitten negatieven van een groot formaat, waarmee hij verstilde foto’s maakt.
De multimediale tentoonstelling, die zo heet omdat er ook video en geluidsfragmenten in zijn verwerkt, begint niet voor niets met een portret van regiojournalist Bart Vuijk, die zes jaar over Tata Steel schreef. Het gesprek met de journalist was ‘een openbaring’ voor hem. Met zijn kritische artikelen zorgde hij er mede voor dat er verschillende actiegroepen zijn opgericht die zich te weer stellen tegen de gezondheidsproblemen die het staalbedrijf veroorzaakt.
Het stoort de journalist duidelijk dat Tata Steel, net als Schiphol, ‘met alles wegkomt’. De boetes die het staalbedrijf heeft gekregen zijn volgens hem niet meer dan speldenprikken, maar zorgen er volgens hem wel voor dat Tata Steel ‘de enige fabriek met een strafblad is.’

Regiojournalist Bart Vuijk schreef zes jaar lang artikelen over de gezondheidsproblemen die de staalfabriek veroorzaakt. Foto: Harm van de Poel.
Gigantische hallen
Even verderop hangen een paar fraaie, bijna onheilspellend donkere foto’s die Harm van de Poel in de staalfabriek heeft genomen. “Het zijn gigantisch grote hallen met een enorm stelsel van buizen,” vertelt hij. “Het is alsof je een andere wereld binnenstapt. Zo’n pan met kokend staal van wel vijf meter hoog is best indrukwekkend.” Om er meteen aan toe te voegen: “Maar overal zit wèl een dikke laag stof op.”
En dat is alleen nog maar de binnenkant. In de jaren zeventig en tachtig waren de Hoogovens berucht om de grafietregens, “waardoor Wijk aan Zee helemaal glinsterde”, zoals de fotograaf het verwoordt. Dat is nu verleden tijd, omdat een deel van het fabriekscomplex is overdekt, maar daar bleef het niet bij. In 2021 daalde door een harde oostenwind in de omgeving ‘zwarte sneeuw’ neer, die losgewaaid was van een kolenhoop. Dat is overigens niet de enige reden waarom hij zijn tentoonstelling ‘Black Snow’ heeft genoemd. “De titel refereert vooral aan een symbolische deken die over de IJmond hangt en roept de vraag op hoeveel vervuiling toelaatbaar is.”

Fotograaf Van de Poel maakte fraaie, donkere opnames in de uit enorme hallen bestaande staalfabriek. Foto: Harm van de Poel.
Keur aan interviews
Om daar achter te komen, interviewde de fotograaf voor ‘Black Snow’ een keur aan betrokkenen: de voorzitter van de centrale ondernemingsraad van Tata Steel, andere werknemers, omwonenden, journalisten, politici, een huisarts en een toxicoloog. In een folder kun je dat allemaal teruglezen en als bezoekers hun smartphone tegen een qr-code houden, kunnen ze korte fragmenten uit die gesprekken beluisteren.
Een kleine greep uit de interviews: de vrouw van een inmiddels overleden werknemer vertelt dat Tata Steel altijd een goede werkgever is geweest, maar ze heeft ook oog voor de troep die de fabriek uitstoot. ‘Als het hier regent, is alles zwart.’

Hoogovens bij nacht, 1992. Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Velsen, inventarisnummer 12811.
Stoompluimen
Omwonende Dirk is blij dat de stoompluim die elk kwartier uit de blustorens opstijgt inmiddels minder troep bevat, maar soms wil er nog wel eens een zwarte wolk uit de schoorsteen ontsnappen. Als hij dan de oorzaak probeert te achterhalen, krijgt hij meestal een ‘warrig verhaal’ te horen. Werknemer Stefan daarentegen vindt dat de staalfabriek wel degelijk investeert ‘om het beter te doen.’
Gemeenteraadslid Mendes Stengs, die bijna dertig jaar bij de staalfabriek wekte, maar ook milieu-inspecteur is geweest, vindt dat de ‘Omgevingsdienst IJmond’, een overheidsinstantie, jarenlang heeft weggekeken. ‘Als mensen klaagden, kregen ze meestal te horen: ja, we weten het, ze hebben het gemeld. En dan was het klaar voor ze, maar die mensen zaten in de stank of hadden last van stof.’
En dan is er nog journalist Daan Dekker, die vanuit zijn werkkamer op de staalfabriek uitkijkt. Hij verdiepte zich in Tata Steel en schreef er een boek over, ‘Het eeuwige vuur’, dat in de museumshop verkrijgbaar is. Dekker beaamt dat Tata Steel altijd goed is geweest voor zijn personeel, maar niet voor de omgeving. ‘Ze deden nèt genoeg om er mee weg te komen.’

Harm van de Poel te midden van de foto’s die hij voor ‘Black Snow’ maakte. Foto: Arnoud van Soest.
Mongolië
Harm van de Poel (41) heeft van alles gedaan voordat hij zich op de fotografie stortte. Zo trok hij te paard door Mongolië en Tibet, werkte hij als politieagent en ambulancechauffeur, maar uiteindelijk vond hij zijn bestemming als fotograaf. Hij deed de Amsterdamse Foto-Academie en werkte als assistent bij de wereldvermaarde portretfotograaf Koos Breukel. Inmiddels geeft hij fotografie-les op scholen en maakt hij portretten.
Vijf jaar geleden betrok hij een studio in het Witte Theater in IJmuiden, vanwaar hij op de staalfabriek uitkeek. Met zijn camera verkende hij de omgeving en gaandeweg verdiepte hij zich in het wel en wee van de staalfabriek. Een aantal van die foto’s belandden op zijn website en zo kreeg Claire Hoogakker, tentoonstellingsmaker bij het Verwey Museum, ze onder ogen. Ze vroeg hem een expositie over Tata Steel te maken.
Van de Poel wilde het alleen niet bij foto’s laten, maar maakte er een project van. Hij ging met een aantal betrokkenen praten. “Toen ik aan dit project begin, probeerde ik grip op het onderwerp te krijgen. Die fabriek ruikt en stinkt, je auto is smerig en dan lees je ook nog eens dat de uitstoot van lood slecht is voor het IQ van kinderen. Ik ben zelf vader van twee jongetjes, dus daar wilde ik meer van weten, vandaar dat ik me er in ging verdiepen. Dan is het best wel schokkend als je er achter komt hoe het management de regels aan zijn laars lapt.”

Een werknemer van Tata Steel, één van de foto’s die op de tentoonstelling Black Snow is te zien. Foto: Harm van de Poel.
Eén grote bak ellende
Echt nieuw was dat overigens niet voor hem. “Ik heb wel vaker fotoreportages over bedrijven gemaakt en dan merk je dat de economische belangen vaak zwaarder wegen dan de volksgezondheid. Ik snap dat er een bepaalde productie nodig is, maar de ruimte die aan grote bedrijven als Tata Steel wordt gegeven is véél te groot. Het lood dat ze hebben uitgestoten, de kwik in het water, de zwarte sneeuw en cokesfabrieken die al jaren zo lek als een mandje zijn; het is één grote bak ellende.”
Het heeft hem kritisch gemaakt, dat zeker, maar het heeft hem er niet van weerhouden om zoveel mogelijk kanten van de staalfabriek te belichten. “Ik heb een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld proberen te schetsen van wat hier aan de hand is. Ik heb dus ook met werknemers gesproken om een beeld te krijgen van hoe zo’n fabriek werkt, want het is één groot pijpenfestijn. Maar ik heb ze natuurlijk ook kritisch bevraagd. Ze erkennen dat er overlast en uitstoot is, maar ze zeggen dat ze er weinig aan kunnen doen. Ze zijn maar werknemer, en sterker nog, ze zitten in de eerste linie van al die ellende.”

‘It’s your lucky day’ is een foto van een afgedankte grijpautomaat. Foto: Harm van de Poel.
Een goede werkgever
“Je hebt ook mensen die zeggen dat het allemaal wel meevalt. En dat je je ramen schoon moet maken omdat ze zwart zijn, ach, daar zijn ze wel aan gewend. Vergeet niet dat Tata Steel altijd een goede werkgever is geweest: ze betalen hun mensen goed, ze zorgden er voor dat je goedkoop boodschappen kon doen en ze hadden een villa waar je met vakantie naar toe kon, om maar eens wat te noemen.”
Maar dat gold niet voor de omwonenden. “In Wijk aan Zee heb je clubs als FrisseWind.nu die de uitstoot helemaal zat zijn. Zij hebben een advocaat in de arm genomen en zijn een massaclaim van anderhalf miljard euro tegen Tata Steel begonnen.”
Opinieblad De Groene maakte ooit een reportage over wat je met de grond waarop de staalfabriek staat allemaal zou kunnen doen. Zo ver is de fotograaf nog niet. “Nee, ik vind niet dat de fabriek plat moet, maar ik vind wel dat de productie aan banden moet worden gelegd; het mag niet ten koste gaan van de volksgezondheid.”

Black Snow, 2021. Foto: Harm van de Poel.
Vergroenen
We vragen hem hoe groot hij de kans inschat dat de staalfabriek ooit nog eens gaat vergroenen. Niet zo groot, maken we uit zijn antwoord op. “Dat groene staalplan, dus om niet met kolen, maar met elektriciteit staal te maken, daar praten ze al sinds 2021 over. En nog steeds dubben ze over de vraag of ze daar het geld voor hebben. De overheid is om twee miljard gevraagd en de Indiase eigenaar zou dan vier of vijf miljard bij moeten passen.” Of dat geld er gaat komen, wordt zeer betwijfeld. “Economen die daar hun licht over hebben laten schijnen, zeggen dat de Indiase eigenaar zich aan het terugtrekken is.”
“De werknemers van Tata Steel willen graag vergroenen en als je door de fabriek loopt, snap je ook waarom, zeker als je een technisch hart hebt. Maar om die ommezwaai te kunnen maken, van kolen naar groen staal, moeten ze een waterstoffabriek bouwen en dat vergt gigantische investeringen. Dat is financieel niet haalbaar, zeggen de experts. Ze denken in ieder geval niet dat ‘India’ daar voor gaat betalen. De vraag is dus of we een staalfabriek voor Nederland willen behouden, waarvan de winstgevendheid toch al niet zo groot is. Daar heb ik een hard hoofd in.”
“Maar wat ik met deze expositie vooral wil aankaarten,” besluit hij, is de discrepantie tussen economische belangen en volksgezondheid. Blijkbaar is de lobby van bedrijven als Tata Steel heel machtig; ze lopen de deuren plat in Den Haag en Brussel. De omwonenden hebben veel minder macht; in die zin is het eigenlijk een soort klassenstrijd.”
De multimediale tentoonstelling ‘Black Snow’ is tot en met 28 juni 2026 in het Verwey Museum in Haarlem te zien. Naast het werk van Harm van de Poel worden er ook bruiklenen van het Hoogovensmuseum getoond. In juni verschijnt van zijn hand een boek over zijn Tata Steel-project.
Auteur: Arnoud van Soest
Publicatiedatum: 22/01/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.