Het dansende licht van Emanuel de Witte

Omdat het 400 jaar geleden is dat meesterschilder Emanuel de Witte in Alkmaar werd geboren, zet het Stedelijk Museum Alkmaar hem nu in het zonnetje.

Lees volgende verhaal

Emanuel de Witte (1617-1692) werd bekend om zijn kerkinterieurs en wordt als een ‘meester van het licht’  gezien. Hij kon het binnenvallende daglicht laten dansen.

Tijdens de opening verklapte museumdirecteur Patrick van Mil dat hij de afgelopen dagen op een roze wolk had gezweefd. “Ik was er al trots op dat wij hier de allereerste overzichtstentoonstelling over het werk van deze 17e eeuwse meester maken. Dankzij genereuze bruiklenen uit binnen- en buitenland hebben we een uitgelezen selectie topwerken van Emanuel de Witte naar Alkmaar kunnen halen. Maar toen vorig week de eerste werken binnenkwamen, uit New York en Montreal,  begon ik helemaal te glimmen; de trots sloeg om in euforie. Dat klinkt misschien een beetje overdreven, maar van veel werken had ik alleen een afbeelding gezien. Hangen ze eenmaal op zaal, dan zie je dat ze in werkelijkheid veel mooier, rijker en intenser zijn.” Van Mil hoopt dat de bezoekers van de expositie dezelfde ervaring zullen hebben.

Emanuel de Witte werd vermoedelijk in 1617 in ‘Alckmaer’ geboren. Zijn vader was hoofd van de Franse school, waar Nederlands, Frans, rekenen en boekhouden werd onderwezen. Na tien jaar in Delft te hebben gewoond, vertrok Emanuel in 1651 naar Amsterdam, waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen. In Amsterdam legde hij zich toe op het maken van kerkinterieurs. Een architect, een koster en de kerkmeesters van de Oude Kerk gaven hem daartoe opdrachten. Zelfs de koning van Denemarken, Frederik III, bestelde bij hem een schilderij. Overigens zijn Wittes kerken zelden leeg: kinderen krijgen de borst, graven worden gedolven en hondjes lopen rond. Kerken hadden in die tijd zowel een rituele als een publieke functie.


Gezicht op het grafmonument van Willem de Zwijger in de Nieuwe Kerk te Delft, door Emanuel de Witte 1656. Palais des Beaux-Arts, Lille.

Niet saai
De Witte had allerminst een saai bestaan. Toen hij op de Keizersgracht woonde, kwam hij in de problemen omdat zijn 16-jarige dochter Jacomijntje en bij de buren uit stelen was gegaan. Haar stiefmoeder zou haar daartoe hebben aangezet. Uiteindelijk werd stiefmama voor zes jaar uit de stad verbannen en dochterlief tot een jaar Spinhuis veroordeeld.

De Witte zelf was een temperamentvol baasje, die een spoor van ruzies, conflicten en rechtszaken achter zich liet. Historici kunnen hem daar alleen maar dankbaar voor zijn, want eigenlijk weten we zo weinig van deze 400 jaar geleden geboren schilder, dat al die in verslagen vastgelegde conflicten een prachtige bron van informatie zijn.

Zo weten we dat Emanuel in 1692 op een nare manier aan zijn einde is komen. Nadat zijn huisbaas voor de zoveelste keer had gevraagd wanneer hij de huur dacht te voldoen, kregen de mannen ruzie en beende De Witte boos weg om zich aan een brugleuning te verhangen. Zijn geldproblemen – naast huurachterstand had hij ook flinke schulden – waren hem teveel geworden. Dat hij pas elf weken later gevonden werd, kwam omdat het touw geknapt was, waardoor hij in de gracht kukelde, die nog dezelfde nacht dichtvroor. Vervolgens werd hij op het Pestkerkhof ter aarde besteld, omdat zelfmoordenaars niet op een kerkhof in de stad begraven mochten worden.


Portret van Adriana van Heusden en haar dochter op de vismarkt in Amsterdam, door Emanuel de Witte, 1662/1663. The National Gallery, London.

Zonlicht
Bovenstaande zegt natuurlijk niets over ’s mans schilderkunst, want in de zeventiende eeuw werd hij in één adem genoemd met Rembrandt en Govert Flinck. Volgens Patrick van Mil, directeur van het Stedelijk Museum Alkmaar, wist De Witte als geen ander te spelen met het zonlicht dat door hoge kerkramen naar binnen valt en op zuilen en wanden reflecteert. Vandaar de ondertitel van de tentoonstelling: Meester van het licht.

Van De Witte zijn in totaal 130 kerkinterieurs bewaard gebleven. De Oude Kerk in Amsterdam schilderde hij het meest, maar ook de Nieuwe Kerk en de Portugese Synagoge werden door hem vereeuwigd. Maar hij schilderde niet alleen gebouwen; ook de levendigheid van vismarkten legde hij vast.

Het zeventiende eeuwse Amsterdam kende meerdere vismarkten. Zo had je  bij de Haarlemmersluis de Kleine of Nieuwe Vismarkt, die in 1662 in gebruik was genomen omdat de Grote vismarkt op de Damsluizen (op de plek waar nu het Nationale Monument staat) te klein was geworden. Volgens Ariane van Suchtelen, die er een apart hoofdstuk aan wijdt in de catalogus, brengt De Witte de vissen zeer levensecht in beeld: kabeljauw, steur, tong, kreeft, rog, schelvis, schol, zalm en tarbot. Levensecht, dat zeker, maar smakelijk, dat nou ook weer niet, aangezien die vissen er als heuse zeemonsters uitzien.

 

Interieur van de Portugese Synagoge in Amsterdam, door Emmanuel de Witte, circa 1680. Israel Museum, Jeruzalem.


Impasto
De tentoonstelling gaat vergezeld van een fraaie catalogus, zodat je de afbeeldingen thuis nog eens op je gemak kunt bekijken. De artikelen in de catalogus lijken echter vooral voor kunstkenners geschreven. In de bijdrage over de Wittes perspectief wemelt het bijvoorbeeld van de kruisingspijlers, verdwijn- en distantiepunten. Ook de andere artikelen hebben een hoog kunsttechnisch gehalte.

In de bijdrage over ‘licht, contrast en bevriende kleuren’ in het werk van Emanuel de Witte gaan de auteurs helemaal uit hun bol: ‘Alleen en ongemengd in een transparante glacislaag over het dekkende impasto van loodwit, geeft dit poeltjes van een intens helder geel.’ Het zijn van die observaties waarbij je alleen maar instemmend ja kunt knikken.

Maar het zijn wel dezelfde auteurs (Arie Wallert en Ilse Steeman) die aan het eind van hun artikel aardig weten samen te vatten wat Emanuel  de Witte zo de moeite waard maakt.

Allereerst constateren ze dat De Witte ons werelden voortovert, waar eigenlijk niets van deugt. ‘Kerken waarvan het perspectief helemaal niet klopt, maar waarin het licht zachtjes rondtinkelt, bestonden helemaal niet!’ Maar uiteindelijk nemen ze toch hun petje af voor de Alkmaarse meesterschilder:Door zijn fabelachtige beheersing van techniek verleidt hij ons om toch in zijn voorstelling te geloven. En dat is iets wat alleen een heel uitzonderlijk schilder kan.’

Auteur: Arnoud van Soest

 

De tentoonstelling ‘Emanuel de Witte, Meester van het licht’, die is samengesteld door gastcurator Ruud Priem (Hospitaalmuseum Brugge),  is tot en met 21 januari 2018 te zien. www.stedelijkmuseumalkmaar.nl

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht