Verhalen

Kareol (Bloemendaal)

Op het grondgebied tussen de Boekenrodeweg, de Van Lennepweg en het Van Vollenhovenlaantje in Aerdenhout stond, tot 1979, het landgoed Kareol. Daarvan zijn nu nog onder andere de vijver en een robuuste pergola de stille overblijfselen. De naam Kareol verwijst naar de gelijknamige burcht in de opera Tristan und Isolde van Richard Wagner. Kareol werd tussen 1908 en 1911 gebouwd door de Amsterdamse koopman, bankier en voorzitter van de Wagnervereniging Julius Carl Bunge. Bunge was de kleinzoon van een Duitse immigrant en zijn echtgenote, Lotte Meisner, was Duitse. In de korte geschiedenis van Kareol speelden migranten, vooral Duitsers, een belangrijke rol.

>

Luciaklooster (Bennebroek)

In het hartje van Bennebroek bevindt zich, sinds 1920, het Luciaklooster van de Zusters Franciscanessen. Het gebouw staat er echter al sinds 1896. In dat jaar bouwden de Soeurs du Sacré Coeur (in het Nederlands: de Zusters van het Heilig Hart) er een ‘pensionaat’. De pastoor van de Bennebroek had deze ‘Soeurs’ naar zijn parochie gehaald voor het verzorgen van katholiek lager onderwijs. De hoofdtaak van de Soeurs lag niettemin op een ander terrein. Hun kloosterorde hield zich in de eerste plaats bezig met het opvoeden van meisjes uit de gegoede katholieke burgerstand. Die opvoeding vond plaats binnen de muren van een kostschool. Zo kreeg Bennebroek niet alleen een katholieke dorpsschool, maar ook een Frans-katholieke dameskostschool.

>

Linnaeus (Bennebroek/Heemstede)

Het doen en laten van ‘grote mannen’ was eens het overheersende genre in de geschiedschrijving. Grote mannen waren staatslieden, veldheren of beroemde geleerden. De Zweedse plantkundige Linnaeus behoort zonder twijfel tot deze laatste groep. We weten daarom betrekkelijk veel over hem. Linnaeus bracht drie jaar van zijn leven door in Nederland, op de buitenplaats De Hartekamp.

>

Instituut Pollatz in Haarlem

Aan het Westerhoutpark in Haarlem dreef een Duits lerarenechtpaar in de jaren 30 en 40 een kostschool voor kindervluchtelingen uit Nazi-Duitsland.

>

Mariastichting (Haarlem)

Wat heeft Bismarck te maken met het voormalig rooms-katholieke ziekenhuis de Mariastichting aan de Kamperlaan? Indirect veel. Bismarck, kanselier van het koninkrijk Pruisen, ontketende in 1871 de zogenaamde ‘Kulturkampf’, in het Nederlands: ‘cultuurstrijd’. Pruisen had in de voorafgaande jaren grote delen van het Duitse rijk aan zich onderworpen. Bismarck wilde de interne eenheid van dit nieuwe rijk versterken. Het doelwit van deze strijd was vooral het katholieke volksdeel. Dit werd ervan verdacht eerder trouw te zijn aan Rome dan aan Berlijn. Nieuwe wetten beperkten de invloed van de katholieke kerk op het openbare leven. Eén slachtoffer daarvan was een franciscaanse zustergemeenschap in het Westfaalse stadje Salzkotten. Die gemeenschap mocht zich niet meer bemoeien met onderwijs en zocht nu een uitwijkplaats voor haar leden. Ze vond die onder andere in Nederland. Na zich eerst in enige andere plaatsen te hebben gevestigd, kwamen de zusters in 1885 ook naar Haarlem. Daar legden ze zich toe op verpleging van zieken.

>

Krelage’s Bloemhof (Haarlem)

Tussen de Kleine Houtweg en het Spaarne lag de bloemisterij van de firma Krelage. Het bedrijf droeg de naam ‘de Bloemhof’. De bloemisterij is allang volledig verdwenen. Ter plaatse herinneren nog de straatnamen Krelagestraat, Bloemhofstraat en Wintertuinplein aan wat hier ooit in volle glorie te bewonderen viel. De oprichter van deze bloemisterij was Ernst Heinrich Krelage, een Duitse immigrant die in het jaar 1804 als achttienjarige jongeman in Haarlem arriveerde. Voor zover bekend bestaat er niet zoiets als ‘de Nederlandse droom’ als tegenhanger van ‘the American dream’. Bestond die wel, dan zouden we zonder reserve kunnen zeggen dat Ernst Krelage hem realiseerde. Zijn levensverhaal was een success story.

>

Turkse Moskee in Haarlem

De Islam is al geruime tijd, na het christendom, de grootste religie in Nederland. In het straatbeeld is dat niet direct te merken. Kerken zien we er genoeg, maar moskeeën zelden. Pas in de laatste jaren verschijnen er in de Nederlandse steden moskeeën die je door hun architectuur direct als zodanig herkent. Maar meestal vinden we een moskee nog terug in een oud gebouw in al even oude stadswijken. Als je niet kijkt naar het naambordje naast of boven de deur, loop je er voorbij zonder er iets van te merken. Ze zijn vaak ook klein. Ook de Turkse moskee in Haarlem zit al meer dan twintig jaar in een dergelijk oud gebouw in de Koningsteinstraat. Het valt nu wat meer op, maar dat komt omdat er in de omgeving zoveel is afgebroken. De moskee heeft inmiddels zijn langste tijd op die plek gehad, nieuwbouwplannen zijn in een ver gevorderd stadium.

>

Cajanus in het Proveniershuis

In sprookjesboeken zijn reuzen heel gewoon, maar in het echt kom je ze zelden tegen. Het is dus logisch dat de Finse migrant Daniel Cajanus bij zijn komst in Haarlem meteen opviel. Wat wil je ook, met zijn lengte van zo’n 2,64(!) meter stak hij ver boven alles en iedereen uit.

>

De Lutherse Kerk in Haarlem

In een stille, tamelijk smalle straat, de Witte Herenstraat, ligt achter een gietijzeren hek een pleintje. De westelijke grens van dit pleintje wordt gevormd door de voorgevel van de Evangelisch-Lutherse kerk. De Haarlemse predikant, ds. D. Drijver, beschreef in 1925 de ontstaansgeschiedenis van zijn Lutherse gemeente. De eerste zin van zijn artikel zette de toon: “Evenals, op eene enkele uitzondering na in alle plaatsen van de Noordelijke Nederlanden, zijn ook te Haarlem de Lutherschen oorspronkelijk vreemdelingen geweest.” En zo was het. De ontstaanskern van de latere lutherse gemeenschap bestond uit een kleine groep Vlaamse vluchtelingen die zich na 1590 in Haarlem vestigden. De verdere groei ervan in de eerste tientallen jaren van de zeventiende eeuw kwam bijna geheel voor rekening van Duitse immigranten. Velen van hen waren uit Duitsland gevlucht voor het geweld van de Dertigjarige Oorlog, een uiterst bloedige godsdienstoorlog die pas in 1648 ten einde kwam. Anderen werden aangetrokken door de veel grotere welvaart in Nederland. De lutherse kerk werd een Duitse migrantengemeenschap die langzaam vernederlandste.

>

Brinkmann: ondergang van een imperium

Het Grand Café aan de Grote Markt en de daar achter liggende Passage dragen nog wel de naam, maar het oude ‘Brinkmann’ sloot al meer dan dertig jaar geleden voorgoed zijn deuren. Het was het treurig slot van een fameus stuk Haarlemse horecageschiedenis. Het originele horeca-etablissement was tot ver buiten Haarlem bekend. De geschiedenis van de onderneming begon in 1879 toen Joseph Otto Brinkmann en zijn broer Heinrich in het pand aan de Grote Houtstraat een café-restaurant openden. De combinatie van café en restaurant was toen nog zeer ongebruikelijk, maar de nieuwe formule sloeg snel aan. Al in 1881 verhuisde men het etablissement naar de Grote Markt. Het ging daar een periode van onstuimige groei tegemoet.

>

Müllerorgel: Duits orgelspel in Haarlemse St. Bavokerk

Iedere grote stad heeft ze of wil ze hebben: een uitzonderlijk gebouw, een beroemde kunstcollectie, een uniek standbeeld of een wereldberoemde geleerde. Een Olympisch kampioen(e) mag natuurlijk ook. Als we de objecten van Haarlemse stedentrots de revue laten passeren, valt op dat ze vaak scheppingen van migranten blijken te zijn. Denkt u maar aan de wereldberoemde portretschilderijen van de Vlaamse vluchteling Frans Hals en aan de Vleeshal, een creatie van de Vlaamse stadsarchitect Lieven de Key. In de Grote of St. Bavokerk bevindt zich nog zo’n wereldberoemde schepping van een migrant. Tussen 1735 en 1738 bouwde de Duitser Christian Müller daar het nieuwe grote orgel. Müller bouwde meer belangrijke orgels, maar het was het Haarlemse dat hem onsterfelijke roem bracht.

>

Wat In Droste Omgaat

In de eerste helft van de jaren zestig kampten bijna alle grote Nederlandse ondernemingen met personeelstekorten. Droste Cacaofabriek (nu Dutch Cocoa BV) aan de Harmenjansweg 129 in Haarlem was toen nog een van de grootste bedrijven van de stad. Ook Droste had meer vacatures dan haar lief was. Die vacatures betroffen voor het grootste deel werkzaamheden waarvoor weinig of geen opleiding nodig was. In de landen om de Middellandse Zee was de situatie geheel anders dan in Nederland. Daar heersten werkloosheid en armoede. Droste sloot zich daarom aan bij de snel groeiende rij Nederlandse bedrijven die personeel gingen aanstellen uit landen als Italië, Spanje, Joegoslavië, Marokko en Turkije. We kennen deze werknemers nu nog steeds als ‘gastarbeiders van de eerste generatie’. Bij Droste kwam veruit de grootste groep arbeiders uit Turkije.

>

Waalse Kerk in Haarlem: waar vluchtelingen terecht konden

Al meer dan vierhonderd jaar is er elke zondag een Franse preek te horen in de Waalse Kerk op het Begijnhof in Haarlem. De hervormde kerk is in het verleden belangrijk geweest voor twee groepen vluchtelingen die zich in Haarlem vestigden.

>

Casa Nostra: een stukje Italië in Haarlem

Het pleintje op deze foto heeft de wat onheilspellende naam ‘Donkere Begijnhof’. Op een bordje naast de groene deur in het midden van de foto staat ‘Italiaans Centrum’. Sinds 1961 is dit de vestigingsplaats van het zogenaamde Casa Nostra (Ons Huis). Casa Nostra was bedoeld als ontmoetingsruimte voor de eerste groep naoorlogse gastarbeiders in Haarlem. Dat waren Italianen die werkten bij bedrijven als Droste Cacaofabriek, Kousenfabriek Hin en de Koninklijke Hoogovens. In Casa Nostra konden ze zich ontspannen met kaarten en biljarten. Ze vonden er Italiaanse kranten en lectuur en konden tegen een kleine vergoeding Italiaanse maaltijden nuttigen. Er werd hulp geboden bij formaliteiten en bij persoonlijke problemen stond een maatschappelijk werker ter beschikking.

>

Amstelveen lokt forensen met parken

“Burgemeestertje, wat heb ik met u te doen.” Koningin-regentes Emma had medelijden met burgemeester Van Son van Nieuwer-Amstel. De gemeente verloor namelijk ongeveer 24.000 inwoners aan Amsterdam bij de annexatie van wijken die aan de uitdijende hoofdstad grensden. Het fraaie stadhuis aan de Amstel moest worden ontruimd en de raadsleden vergaderden nu in een cafézaaltje aan de Dorpsstraat. Amstelveen zakte weg in de vergetelheid. Het gemeentebestuur probeerde de gemeente nieuw leven in te blazen aan de hand van drie indrukwekkende parken.

>

Walden: de wereld verbeteren

De burgemeester van Bussum reikt elk jaar het beeldje van de Kleine Johannes uit aan een bijzondere vrijwilliger. De Kleine Johannes is de titelfiguur uit het beroemdste boek van Frederik van Eeden, voormalig inwoner van Bussum. In 1898 stichtte Van Eeden er de kolonie ‘Walden’, één van de idealistische initiatieven in het Gooi.

>