Verhalen

Krelage’s Bloemhof (Haarlem)

Tussen de Kleine Houtweg en het Spaarne lag de bloemisterij van de firma Krelage. Het bedrijf droeg de naam ‘de Bloemhof’. De bloemisterij is allang volledig verdwenen. Ter plaatse herinneren nog de straatnamen Krelagestraat, Bloemhofstraat en Wintertuinplein aan wat hier ooit in volle glorie te bewonderen viel. De oprichter van deze bloemisterij was Ernst Heinrich Krelage, een Duitse immigrant die in het jaar 1804 als achttienjarige jongeman in Haarlem arriveerde. Voor zover bekend bestaat er niet zoiets als ‘de Nederlandse droom’ als tegenhanger van ‘the American dream’. Bestond die wel, dan zouden we zonder reserve kunnen zeggen dat Ernst Krelage hem realiseerde. Zijn levensverhaal was een success story.

>

Turkse Moskee in Haarlem

De Islam is al geruime tijd, na het christendom, de grootste religie in Nederland. In het straatbeeld is dat niet direct te merken. Kerken zien we er genoeg, maar moskeeën zelden. Pas in de laatste jaren verschijnen er in de Nederlandse steden moskeeën die je door hun architectuur direct als zodanig herkent. Maar meestal vinden we een moskee nog terug in een oud gebouw in al even oude stadswijken. Als je niet kijkt naar het naambordje naast of boven de deur, loop je er voorbij zonder er iets van te merken. Ze zijn vaak ook klein. Ook de Turkse moskee in Haarlem zit al meer dan twintig jaar in een dergelijk oud gebouw in de Koningsteinstraat. Het valt nu wat meer op, maar dat komt omdat er in de omgeving zoveel is afgebroken. De moskee heeft inmiddels zijn langste tijd op die plek gehad, nieuwbouwplannen zijn in een ver gevorderd stadium.

>

Cajanus in het Proveniershuis

In sprookjesboeken zijn reuzen heel gewoon, maar in het echt kom je ze zelden tegen. Het is dus logisch dat de Finse migrant Daniel Cajanus bij zijn komst in Haarlem meteen opviel. Wat wil je ook, met zijn lengte van zo’n 2,64(!) meter stak hij ver boven alles en iedereen uit.

>

De Lutherse Kerk in Haarlem

In een stille, tamelijk smalle straat, de Witte Herenstraat, ligt achter een gietijzeren hek een pleintje. De westelijke grens van dit pleintje wordt gevormd door de voorgevel van de Evangelisch-Lutherse kerk. De Haarlemse predikant, ds. D. Drijver, beschreef in 1925 de ontstaansgeschiedenis van zijn Lutherse gemeente. De eerste zin van zijn artikel zette de toon: “Evenals, op eene enkele uitzondering na in alle plaatsen van de Noordelijke Nederlanden, zijn ook te Haarlem de Lutherschen oorspronkelijk vreemdelingen geweest.” En zo was het. De ontstaanskern van de latere lutherse gemeenschap bestond uit een kleine groep Vlaamse vluchtelingen die zich na 1590 in Haarlem vestigden. De verdere groei ervan in de eerste tientallen jaren van de zeventiende eeuw kwam bijna geheel voor rekening van Duitse immigranten. Velen van hen waren uit Duitsland gevlucht voor het geweld van de Dertigjarige Oorlog, een uiterst bloedige godsdienstoorlog die pas in 1648 ten einde kwam. Anderen werden aangetrokken door de veel grotere welvaart in Nederland. De lutherse kerk werd een Duitse migrantengemeenschap die langzaam vernederlandste.

>

Brinkmann: ondergang van een imperium

Het Grand Café aan de Grote Markt en de daar achter liggende Passage dragen nog wel de naam, maar het oude ‘Brinkmann’ sloot al meer dan dertig jaar geleden voorgoed zijn deuren. Het was het treurig slot van een fameus stuk Haarlemse horecageschiedenis. Het originele horeca-etablissement was tot ver buiten Haarlem bekend. De geschiedenis van de onderneming begon in 1879 toen Joseph Otto Brinkmann en zijn broer Heinrich in het pand aan de Grote Houtstraat een café-restaurant openden. De combinatie van café en restaurant was toen nog zeer ongebruikelijk, maar de nieuwe formule sloeg snel aan. Al in 1881 verhuisde men het etablissement naar de Grote Markt. Het ging daar een periode van onstuimige groei tegemoet.

>

Müllerorgel: Duits orgelspel in Haarlemse St. Bavokerk

Iedere grote stad heeft ze of wil ze hebben: een uitzonderlijk gebouw, een beroemde kunstcollectie, een uniek standbeeld of een wereldberoemde geleerde. Een Olympisch kampioen(e) mag natuurlijk ook. Als we de objecten van Haarlemse stedentrots de revue laten passeren, valt op dat ze vaak scheppingen van migranten blijken te zijn. Denkt u maar aan de wereldberoemde portretschilderijen van de Vlaamse vluchteling Frans Hals en aan de Vleeshal, een creatie van de Vlaamse stadsarchitect Lieven de Key. In de Grote of St. Bavokerk bevindt zich nog zo’n wereldberoemde schepping van een migrant. Tussen 1735 en 1738 bouwde de Duitser Christian Müller daar het nieuwe grote orgel. Müller bouwde meer belangrijke orgels, maar het was het Haarlemse dat hem onsterfelijke roem bracht.

>

Wat In Droste Omgaat

In de eerste helft van de jaren zestig kampten bijna alle grote Nederlandse ondernemingen met personeelstekorten. Droste Cacaofabriek (nu Dutch Cocoa BV) aan de Harmenjansweg 129 in Haarlem was toen nog een van de grootste bedrijven van de stad. Ook Droste had meer vacatures dan haar lief was. Die vacatures betroffen voor het grootste deel werkzaamheden waarvoor weinig of geen opleiding nodig was. In de landen om de Middellandse Zee was de situatie geheel anders dan in Nederland. Daar heersten werkloosheid en armoede. Droste sloot zich daarom aan bij de snel groeiende rij Nederlandse bedrijven die personeel gingen aanstellen uit landen als Italië, Spanje, Joegoslavië, Marokko en Turkije. We kennen deze werknemers nu nog steeds als ‘gastarbeiders van de eerste generatie’. Bij Droste kwam veruit de grootste groep arbeiders uit Turkije.

>

Waalse Kerk in Haarlem: waar vluchtelingen terecht konden

Al meer dan vierhonderd jaar is er elke zondag een Franse preek te horen in de Waalse Kerk op het Begijnhof in Haarlem. De hervormde kerk is in het verleden belangrijk geweest voor twee groepen vluchtelingen die zich in Haarlem vestigden.

>

Casa Nostra: een stukje Italië in Haarlem

Het pleintje op deze foto heeft de wat onheilspellende naam ‘Donkere Begijnhof’. Op een bordje naast de groene deur in het midden van de foto staat ‘Italiaans Centrum’. Sinds 1961 is dit de vestigingsplaats van het zogenaamde Casa Nostra (Ons Huis). Casa Nostra was bedoeld als ontmoetingsruimte voor de eerste groep naoorlogse gastarbeiders in Haarlem. Dat waren Italianen die werkten bij bedrijven als Droste Cacaofabriek, Kousenfabriek Hin en de Koninklijke Hoogovens. In Casa Nostra konden ze zich ontspannen met kaarten en biljarten. Ze vonden er Italiaanse kranten en lectuur en konden tegen een kleine vergoeding Italiaanse maaltijden nuttigen. Er werd hulp geboden bij formaliteiten en bij persoonlijke problemen stond een maatschappelijk werker ter beschikking.

>

Amstelveen lokt forensen met parken

“Burgemeestertje, wat heb ik met u te doen.” Koningin-regentes Emma had medelijden met burgemeester Van Son van Nieuwer-Amstel. De gemeente verloor namelijk ongeveer 24.000 inwoners aan Amsterdam bij de annexatie van wijken die aan de uitdijende hoofdstad grensden. Het fraaie stadhuis aan de Amstel moest worden ontruimd en de raadsleden vergaderden nu in een cafézaaltje aan de Dorpsstraat. Amstelveen zakte weg in de vergetelheid. Het gemeentebestuur probeerde de gemeente nieuw leven in te blazen aan de hand van drie indrukwekkende parken.

>

Walden: de wereld verbeteren

De burgemeester van Bussum reikt elk jaar het beeldje van de Kleine Johannes uit aan een bijzondere vrijwilliger. De Kleine Johannes is de titelfiguur uit het beroemdste boek van Frederik van Eeden, voormalig inwoner van Bussum. In 1898 stichtte Van Eeden er de kolonie ‘Walden’, één van de idealistische initiatieven in het Gooi.

>

Het verhaal over de Larense dorpsomroeper en de Amerikaanse schilder

In de tentoonstelling Dutch Utopia in het Singer Museum in Laren in 2010 viel me het schilderij van de Larense omroeper Jan de Leeuw en zijn gezin uit 1905 op. Het bijna twee meter hoge schilderij vertelt een hoofdstuk uit het verhaal over het Gooise kunstenaarsdorp. Wie was Jan de Leeuw en waarom werden hij en zijn gezin door de Amerikaanse kunstenaar Joseph Raphael uitgekozen voor het grote groepsportret?

>

Kennemerland: de Atlantikwall

Een lang lint van bunkers, kanonnen en mijnenvelden. Grote en kleine betonnen verdedigingswerken wisselden elkaar af. Aan de kust zijn overal nog resten terug te vinden van de Atlantikwall. Deze meer dan 5000 kilometer lange verdedigingslinie liep van Noorwegen, via Denemarken, Duitsland, Nederland en België tot aan de grens met Spanje, en werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters gebouwd.

>

Strijd om woningen

Sinds 1 oktober 2010 is kraken een misdrijf. De stad Amsterdam heeft (tevergeefs) gepleit voor een gedoogbeleid: er zijn immers nog maar zo’n twee tot driehonderd ‘echte’ krakers en het gebruik van geweld is bovendien grotendeels verdwenen. Dat was in de hoogtijdagen van de kraakbeweging wel anders.

>

Amstelland en Meerlanden: de Stelling van Amsterdam

De Stelling van Amsterdam kent een bijzondere geschiedenis en is een typisch Hollands staaltje militair vernuft. De voormalige verdedigingslinie van wel 135 kilometer lang, werd tussen 1880 en 1914 rond de hoofdstad aangelegd. Vele forten en batterijen, liniedijken, genieloodsen, sluizen en munitiemagazijnen moesten ervoor zorgen dat de hoofdstad behouden bleef als in een oorlog het leger gedwongen was de gewone verdedigingslinies op te geven. De Stelling heeft hiermee zelfs de Werelderfgoedlijst gehaald! Toch is het nog relatief onbekend bij het grote publiek.

>

Vechten op de Zuiderzee

Begin juli is het feest in Monnickendam. Tijdens de jaarlijkse Jan Haringrace op het IJsselmeer zeilen tjalken, botters en andere schepen om de snelste tijd. De race is vernoemd naar Jan Haring, dé held van de Slag op de Zuiderzee in 1573. Deze slag was bepalend tijdens de Nederlandse opstand.

>