’t Geregt van Diemen

Twee april 1728. Het is nacht. Jan Kleyn, zijn broer, neefje en dienstmeid liggen te slapen, als Jacob Gerritsz. het huis binnen sluipt. Jacob is Jan nog geld schuldig, maar wil niet betalen. Met een bijl vermoordt hij zijn vriend en diens huisgenoten en rooft al hun geld. Maar Jacob komt hier niet ongestraft mee weg. Hij wordt gepakt en komt voor ‘t Geregt van Diemen.

Het vonnis

Jacob Gerritz. wordt verhoord door de baljuw. Hij bekent meerdere moorden te hebben gepleegd. Het vonnis van ’t Geregt luidt dan ook: “enige tijd in de gevangenis, keel afgesneden en kop afgehakt”. En zo geschiedde. Op 15 april 1728 wordt het vonnis van Jacob voltrokken voor het Regthuys.

Langs de kustlijn, bij de Afloop van Diemen in de Diemer Buitendijkse Polder, bevond zich een plaats waar ter dood gebracht misdadigers naartoe werden gebracht om buiten de dorpskern te worden tentoongesteld. Ook het lichaam van Jacob Gerritz kwam hier terecht. Voor langsvarende schepen was dit een signaal dat in Diemen het recht gehandhaafd werd.

Dijkdieven

Het Hoogheemraadschap van Zeeburg en Diemerzeedijk had de bevoegdheid tot het uitoefenen van jurisdictie bij het moedwillig beschadigen van de dijk. Zij maakten geen gebruik van het Regthuys en galgenveld in Diemen, maar lieten een schavot bouwen op de Zeedijk voor het Gemeenlandshuis. Op diefstal van bouwmateriaal uit de Diemerzeedijk stonden zware straffen, van lijfstraffen tot de doodstraf.

Dijkdieven

Eenvoudige misdrijven werden bestraft met geldboetes. Als er strenger gestraft moest worden kwam de baljuw er aan te pas en werd hoge jurisdictie uitgevoerd. Hierbij hoorden lijfstraffen en verbanning. Voor het Regthuys in Diemen stond de justitiepaal, waar mensen publiekelijk gegeseld konden worden. In 1810 kwam hier een einde aan. Nederland werd bij Frankrijk ingelijfd en bestuur en rechtspraak werden gescheiden. Daarmee verdween de hoge rechtspraak uit Diemen.

Publicatiedatum: 29/05/2012