De Hoop te Diemen, een gedoogde kerk

Van buiten een gewoon huis. Van binnen een kerk met een prachtig interieur. Dat achter de eenvoudige voorgevel een kerk uit de 18e eeuw schuil gaat is iets dat je moet weten. Dat is nu zo, maar toen De Hoop gebouwd werd, was dat niet anders.

Schuilkerk

We schrijven 21 juni 1786. De rooms-katholieke geloofsgemeenschap in Diemen krijgt toestemming om een nieuw kerkhuis te bouwen. Ter vervanging van de oude schuilkerk in een boerderij in Overdiemen. Voorwaarde was, dat van buiten niet te zien zou zijn, dat het om een kerk ging. En dat niet door de ramen naar binnen gekeken kon worden. Dat waren toen gebruikelijke bepalingen voor katholieke kerkgebouwen.

Nu zijn die slechts te begrijpen tegen de historische achtergrond van die tijd. Want in het Nederland van de 17e en 18e eeuw was de gereformeerde godsdienst dominant. Dat was de uitkomst van de geloofstwisten in de 16e eeuw. Religieuze minderheden, zoals katholieken, doopsgezinden, lutheranen en joden waren overigens geheel vrij in hun geloofsbeleving, mits die niet al te openlijk werd beleden. Hun kerkdiensten vonden daarom plaats in onopvallende schuilkerken of kerkhuizen. Vaak ondergebracht in een boerderij of een pakhuis. De Amsterdamse schuilkerk ‘Ons Lieve Heer op solder’ is daar het bekendste voorbeeld van. Pas met de Bataafse omwenteling in 1795 kregen deze ‘gedoogde’ kerkgenootschappen gelijke rechten.

De Hoop in 1805, getekend door C. van Waardt en door J.L. van Beek gegraveerd

Bouw, brand en herstel

Bouwpastoor van De Hoop was de in 1753 geboren Joannes Hegeman. De bouwopdracht werd verleend aan meester-metselaar Willem van Wouw. Hij werd terzijde gestaan door timmerman Cornelis Westerwoud. Het stukadoorswerk in Louis XVI-stijl werd uitgevoerd door M. en J. de Wolff. Binnen een jaar was het kerkhuis voltooid. Op 7 februari 1787 gaven de Staten van Holland definitief toestemming aan de Diemense parochie om “hun Godsdienst daar, in alle stilte en zonder eenigen aanstoot te geven, te moogen uitoefenen”. In maart 1787 volgde de plechtige inwijding.

Toen in 1882 de naastgelegen pastorie gebouwd werd kreeg De Hoop een toren, met daarin een luidklok. In 1910 werd De Hoop vervangen door de nieuwe St. Petrus’ Bandenkerk. De voormalige schuilkerk bood sindsdien onderdak aan diverse katholieke verenigingen en vervolgens aan een meubel- en een huisorgelzaak. Het oorspronkelijke interieur verdween achter allerlei betimmeringen. Op 17 november 1990 werd De Hoop door brand zwaar beschadigd. Op initiatief van de Historische Kring Diemen en met steun van de gemeente, het bedrijfsleven, diverse fondsen en heel veel inwoners is in 1991 een actie voor restauratie in gang gezet. Stadsherstel Amsterdam bleek bereid om zowel het herstel als de exploitatie van De Hoop op zich te nemen. Op 27 februari 1998 kon De Hoop door mr. Pieter van Vollenhoven plechtig worden heropend.

Een weeldering interieur

Wie vandaag de dag De Hoop bezoekt, komt eerst in het voorhuis. Hier bevond zich vroeger de sacristie en mogelijk heeft dit huisgedeelte ook als pastorie gediend. Bij het binnen gaan van de kerkruimte valt het oog meteen op de fraaie galerij, aan weerszijden ondersteund door Toskaanse zuilen. Achterin overspant de galerij de kerkruimte over de volle breedte. Hier stond het in 1765 door Hendrik Blötz vervaardigde kerkorgel, dat nog uit de schuilkerk in Overdiemen afkomstig was. Dit prachtige orgel is in 1910 verkocht aan de gereformeerde kerk in Krabbendam, waar het nog steeds te beluisteren valt. Toen De Hoop nog als kerk in gebruik was kwamen de gelovigen overigens via de achterzijde naar binnen.

De oudste bekende foto van het interieur van De Hoop, ca 1890

Halfronde absis

Het meest indrukwekkende gedeelte van de kerkruimte is natuurlijk de koorpartij met de halfronde absis. Hier stond vroeger het altaar en in de nissen boven de deuren stonden beelden van Petrus (links) en Maria met kind (rechts). Boven de linker nis zien we een in stucwerk uitgevoerde voorstelling van het Lam Gods met een kruisvaandel, gelegen op het boek met de zeven zegels uit de apocalyps (het laatste Bijbelboek). Boven de rechter nis een pelikaan, die haar jongen voedt met haar eigen bloed, symbool voor de Christelijke naastenliefde.

Aan de achterwand van de altaarnis hangt sinds het jaar 2000 een door Johannes Voorhout (1647-1717) gemaakt schilderij van de opstanding van Christus. Het schilderij is afkomstig uit de Amsterdamse Begijnhofkapel. De altaarnis wordt bekroond met de vergulde letters IHS, in het Grieks de beginletters van Ièsous (Jezus) en een kruis. In het gewelf van de absis vinden we de in stucwerk uitgevoerde symbolen van geloof, hoop en liefde. Als symbool van de hoop houdt een op de kroonlijst gezeten engel een anker omklemd. In het gewelf links en rechts daarvan allegorische voorstellingen van het geloof (een kruis en een miskelk met hostie) en de liefde (een brandend hart). Nog hoger in het gewelf zien we tenslotte het oog Gods in een stralenkrans.

De schuilkerk De Hoop (het witte gebouw rechts) omstreeks 1888, met links de toen nieuw gebouwde, door A.C. Bleijs ontworpen pastorie en in het midden de klokkentoren.

Pseudo-transept

Vóór de halfronde absis strekt zich over de gehele breedte van de kerk het dwarsschip of transept uit (eigenlijk een pseudo-transept, omdat de plattegrond van De Hoop in feite geen kruisvorm heeft). Met aan weerszijden deuren en daarboven opnieuw nissen voor beelden, maar helaas is niet bekend van welke heiligen. Boven deze nissen zien we gestuukte symbolen van het Oude en het Nieuwe Testament. Bij die van het Oude Testament (rechts van de absis) gaat het om de tafel met de toonbroden bekroond door een lamp, met aan de ene kant een wierookvat en de stenen tafelen met de tien geboden (een verwijzing naar het priesterschap van Aäron en het wereldlijk gezag van Mozes) en aan de andere kant de kroon en scepter van koning David op diens mantel. Het Nieuwe Testament (links van de absis) wordt gesymboliseerd door een miskelk met hostie, een wierookbrander en een tiara (een pauskroon). Tegen de rechter zijwand van het transept stond voor een platte nis eveneens een heiligenbeeld. Thans hangt daar een uit 1716 daterend jeugdwerk van de schilder Jacob de Wit (1695-1754), waarop de wonderbaarlijke genezing door Christus staat afgebeeld.

In de nok van het dakgewelf zien we een aantal rozetten. Deze omlijsten de aanhanging van de 19e eeuwse kroonluchters, die overigens replica’s zijn. Het dakgewelf rust aan weerszijden op een z.g. architraaf, die op zijn beurt rust op de zuilen van de galerij. Deze architraaf is fraai versierd met trigliefen en met van rozetten voorziene metopen. De bovenzijde van de architraaf is afgewerkt met een kroonlijst, die zich doorzet in de absis. Net als de versieringen van deze architraaf zijn overigens ook de meeste andere stucdecoraties bij de restauratie van 1997/1998 en kort daarna nieuw vervaardigd. Deels aan de hand van oude foto’s, deels op grond van vrije interpretatie. Want in feite waren na de verwoestende brand van 1990 alleen nog de symbolen van het oude testament, het Lam Gods en delen van de architraaf met kroonlijst min of meer bewaard gebleven.

De Hoop nu

Sinds de heropening in 1998 vervult De Hoop vooral een sociale en culturele functie. De voormalige schuilkerk wordt gebruikt voor muziekuitvoeringen, diverse bijeenkomsten en voorstellingen. Dat kunnen huwelijken en recepties zijn, maat ook exposities, presentaties en discussiebijeenkomsten. Hiervoor kan men terecht bij Stadsherstel Amsterdam (www.stadsherstel.nl).Daarnaast organiseert de Stichting Vrienden van De Hoop (voortgekomen uit de actie voor de restauratie van De Hoop) een serie zondagmiddagconcerten, een jaarlijks kinderconcert en andere muziekuitvoeringen (zie www.schuilkerkdehoop.nl).

Publicatiedatum: 24/01/2011