Hoe de mythes van Etersheim werden doorgeprikt

Etersheim, een verdronken dorpje voor de kust van het huidige Etersheim in Waterland, kent verschillende mythes. Dat er een goudschat zou liggen, of dat er toch op zijn minst onder water nog kerkmuren overeind zouden staan. Maar die mythes zijn nu - helaas - doorgeprikt.

We zoeken dr. Wouter Waldus op in de stad waar hij woont: Leiden. Maritiem archeoloog Waldus – hij werkt bij ADC ArcheoProjecten – deed zowel in 2009 als in 2020 onderzoek naar het verdronken dorp Etersheim. Voor het gemak spreken we af bij de Starbucks in het station. Maar de medewerkster van deze koffieketen is onverbiddelijk. Alleen een coronatoegangspas en een mondkapje zijn niet voldoende, ze wil ook nog een identiteitskaart zien. Die heeft de verslaggever niet bij zich en daarom vindt het interview staande aan een tafel plaats, in het geroezemoes van de stationshal, terwijl boven ons af en toe een trein voorbij dendert.

Etersheim ligt bij Oosthuizen en valt onder de gemeente Edam/Volendam. Bij de ingang van het dorp wordt je welkom geheten met een bord waarop staat: ‘Welkom in het land van Dik Trom’, want de geestelijke vader van onze jongensboekenheld, C. Joh. Kieviet, was eerste hoofdonderwijzer van de dorpsschool in Etersheim. In de naastgelegen onderwijzerswoning schreef hij zijn eerste Dik Trom boek.

Wouter Waldus in duikuitrusting. Foto: archief Wouter Waldus.

Veentongen

Vroeger lag het dorpje Etersheim buiten de dijken. In de twaalfde eeuw trokken boeren het veengebied aan het Almere (voorloper van de Zuiderzee) in om er boerderijen, een kerk en een kerkhof te bouwen. Maar in de vroege middeleeuwen begon de zeespiegel te stijgen en drong het water van de Noordzee het veengebied in. Als gevolg van een reeks stormvloeden spoelden de akkers en de weiden aan de randen van de kust weg, waardoor de Zuiderzee ontstond.

Het vollopen van de Zuiderzee, die door de aanleg van de Afsluitdijk uiteindelijk het IJsselmeer ging heten, was natuurlijk een geleidelijk proces, dat in de vroege middeleeuwen begon en pas in de zestiende eeuw zijn beslag kreeg, zo legt Waldus uit: “Ooit was de Zuiderzee één groot merengebied met veeneilanden. Via allerlei stroomgeulen als Vlie en Marsdiep rukte het water langzamerhand op en zijn al die veentongen weggespoeld. Af en toe vinden we op de zeebodem restanten van verdronken nederzettingen, die omvangrijker zijn dan we aanvankelijk dachten.”

Tekening van Beeldsnijder uit 1575, waarop de kust van toen en nu staat aangegeven. Beeld: archief Wouter Waldus.

Verzwolgen

Zo is niet alleen het eerste Etersheim door het water verzwolgen. “Je hebt ook Gawijzend, dat in de buurt van Wieringen ligt. Dat is een hele beroemde nederzetting, waar hele mooie vondsten zijn gedaan.” Samen met het in de buurt gelegen Heerenkoog verdween Gawijzend in 1350 geheel onder water. “Bij Edam-Volendam moet ook nóg een verdronken nederzetting liggen, maar daar weten we nog weinig van. Dat moet nog onderzocht worden.”

In de zeventiende eeuw vonden de bewoners van het eerste Etersheim het een beetje te nat worden en bouwden ze binnen de dijk, die er al vanaf de veertiende eeuw ligt, een nieuw dorp.

Honderd meter van de dijk bij het huidige Etersheim werd zomer 2020 een ponton in het water geplaatst, met daarop allerlei apparatuur om onderzoek te kunnen doen naar de eerste, middeleeuwse nederzetting. Foto: archief Wouter Waldus.

Sarcofaag

Het verdronken dorp van Etersheim is geen onbekende voor Waldus. In 2009 haalde hij met zijn medewerkers een ruim twee meter lange, bijna duizend jaar oude sarcofaag uit de twaalfde eeuw uit het water. Inmiddels is die sarcofaag één van de pronkstukken van archeologisch museum Huis van Hilde, dat op loopafstand van het station van Castricum ligt. De sarcofaag heeft vermoedelijk als collectief graf gediend. Het deksel is met vroegchristelijke symbolen versierd, zoals een herdersstaf. “Ik noem het een pronkstuk, omdat de sarcofaag puntgaaf is. We hebben kunnen vaststellen dat hij ooit op een hoger punt heeft gelegen, maar bij een storm naar beneden is gegleden en in een oude geul terecht gekomen.”

De sarcofaag komt aan boord. Foto: archief Wouter Waldus.

Markermeerdijken

In 2020 keerden Waldus en zijn medewerkers terug naar de plek waar het eerste dorp Etersheim heeft gelegen. Aanleiding waren de plannen om de Markermeerdijken, een 33 km lange dijk tussen Amsterdam en Hoorn, te verzwaren en te verbreden. “De werkzaamheden zouden leiden tot een forse beschadiging van Etersheim en daarom werden wij gevraagd daar nog eens goed onderzoek te doen.”

Bij dat onderzoek werd een koperen muntje uit de zestiende eeuw gevonden, dat werd gebruikt tijdens de Spaanse overheersing. Dat riep herinneringen op aan de mythe van de Schat van Etersheim. Een rijke boer zou geweigerd hebben belasting te betalen aan de Spanjaarden, waarna hij zijn vermogen zou hebben begraven. De Nieuwe Hoornsche Courant schreef er in 1938 over en meldde dat een geheimzinnig baggerschip bezig was de goudkist op te baggeren. Dat trok natuurlijk veel publiek, tot men er achter kwam dat het om een 1 aprilgrap ging. In 2016 publiceerde de achterkleinzoon van Kieviet op verzoek van het schoolmuseum in Etersheim een modern Dik Tromverhaal: Dik Trom en de verdronken schat van Etersheim.

Het deksel van de sarcofaag, met daarop de herderstaf, was aanvankelijk gebroken, maar is inmiddels gerestaureerd en in het Huis van Hilde te bewonderen. Foto: archief Wouter Waldus.

Goudschip de Lutine

Waldus: “Het baggerschip van die aprilgrap was trouwens hetzelfde baggerschip, de Karimata, dat ook in 1938 een poging deed om het wrak van goudschip Lutine, dat in 1799 tussen Vlieland en Terschelling is vergaan, te bergen. De Lutine is misschien wel één van de beroemdste wrakken ter wereld.”

Omdat het schip, dat in een storm was vergaan, een lading goud en zilver aan boord had, werden er nadien verschillende pogingen ondernomen om de schat te bergen. In 1885 zogen twee schelpenzuigers het zand rond de Lutine weg, waarbij 3573 gouden en zilveren munten werden geborgen. Blijkbaar ontstond daardoor het idee dat er nog meer goud zou moeten liggen en sindsdien zijn er nog verschillende expedities geweest. Één daarvan vond op 9 juni 1938 plaats, toen de Karimata de zeebodem zorgvuldig afbaggerde, en daarbij een goudstaaf van 3,5 kg en vijf kanonnen uit het water haalde. De hele operatie had 442.544 gulden gekost, terwijl de opbrengst slechts 12.038 gulden betrof, zo meldt Wikipedia.

Ter plekke kun je door het IJsselmeerslib vaak niet verder dan een halve meter kijken. Foto: archief Wouter Waldus.

De geruchten

Terug naar Etersheim, waar nooit een goudschip is gezonken, maar waar wel veel gedoken wordt door amateurarcheologen. Zo kwamen er geruchten in de wereld dat er nog muren overeind zouden staan van het kerkje van het eerste Etersheim. “We wilden vooral weten of er nog iets van de voormalige nederzetting bewaard is gebleven. Zo’n nederzetting bestaat uit huizen, putten en greppels, die sporen achter laten in de bodem.”

Het onderzoek vond in de zomer van 2020 plaats, op zo’n honderd meter afstand van de dijk bij Etersheim. “Meestal is het zicht onder water niet meer dan een halve meter, omdat de bodem door een fijn soort slib is bedekt. Maar gelukkig hadden we een paar hele goede dagen, waardoor we onder water meer konden zien dan normaal. We hebben daarbij een nieuwe techniek gebruikt, fotogrammetrie, waarmee je scherpe 3D-opnamen van de meerbodem kunt maken alsof er geen water is.”

Vanaf een ponton in het water werden met een grijper allerlei voorwerpen boven water gehaald, die in een zeefinstallatie schoon werden gespoeld. Op die manier werd aardewerk uit de middeleeuwen gevonden en ook de resten van een baardmankruik. “Een baardmankruik is een soort bierpul van keihard aardewerk, die vanaf de zestiende eeuw in het gebied rondom Keulen werd gemaakt.” Naast menselijke botten werden er ook bakstenen gevonden van de kerk die er ooit heeft gestaan, wat de vraag oproept of we nu meer weten over het leven in dat inmiddels door de golven verzwolgen dorp.

Enkele van de op bodem van de voormalige Zuiderzee aangetroffen voorwerpen. Foto: archief Wouter Waldus.

Welvarende boeren

Waldus: “Het moeten redelijk welvarende boeren zijn geweest, zo maken we op uit de materialen die we hebben gevonden. Maar we hebben geen restanten van huizen gevonden.” En ook van de kerk stond geen één steen meer op de andere, zodat we niet weten hoe die kerk er uit moet hebben gezien. “Het middeleeuwse Etersheim lag op een veenkussen, dat omgeven was door greppels. De omgeving daarvan was verdeeld in percelen volgens een verkavelingsysteem.”

Het onderzoek van 2020 leverde nog iets anders op. “We hebben ook tufstenen gevonden. Dat is vulkanisch gesteente waarmee werd gebouwd voordat in de twaalfde eeuw bakstenen in zwang kwamen. Tufstenen werden in Eifelgebied ‘gemijnd’ en met schepen aangevoerd. De meest vroege kerken in de tiende eeuw werden met dat natuursteen gebouwd, wat een aanwijzing is dat er in de tiende eeuw nog een oudere nederzetting moet zijn geweest.”

De baardmankruik. Foto: archief Wouter Waldus.

Fantasiefundamenten

Maar met het onderzoek van 2020 kon vooral het hardnekkige gerucht uit de wereld worden geholpen dat er nog fundamenten van de kerk overeind zouden staan. Allerlei verhalen over uit de bodem stekende muren bleken dus op fantasie te berusten. Of dat niet vreselijk jammer is, vragen we Waldus, die daar echter nuchter tegenaan kijkt. “Dat is ook een beetje onze job: er wordt veel gedoken bij Etersheim en vissers hebben daar hun netten verloren. Er zijn in de loop der tijd dus allerlei verhalen en mythes ontstaan. Maar het is onze taak om vast te stellen hoe het nou écht zit. En het is ook niet logisch om te verwachten dat er nog kerkmuren overeind staan, want de middeleeuwers waren grote recyclers. Ze zouden nergens muren laten staan, alles werd hergebruikt.”

Met een grijper wordt de bodem afgezocht. Foto: archief Wouter Waldus.

Amateurarcheologen

Overigens is Waldus zeer te spreken over de amateurarcheologen die in het gebied hebben gedoken. “We hebben veel hulp gehad van een amateur die met een metaaldetector lepels en andere metalen gebruiksvoorwerpen heeft gevonden. Ook van andere amateurarcheologen heb ik vondsten kunnen verzamelen, zodat ik nu één groot, samenhangend verhaal kan maken over Etersheim. Dat doe ik in opdracht van het Hoogheemraadschap en de provincie Noord-Holland. In de loop van volgend jaar hoop ik dat te kunnen publiceren.”

Waldus noemt Etersheim één van de meest tot de verbeelding sprekende onderwater vindplaatsen. “Het is niet voor niets een hele favoriete duikstek geweest. Goed, die goudschat was een gerucht, maar het staat wél in allerlei bronnen vermeld.”

Een droom die archeologen nu dus wel mooi in duigen hebben geslagen, houden we de maritiem archeoloog voor. Waldus glimlacht en neemt nog maar eens een slokje van zijn koffie, terwijl boven ons hoofd weer een trein doordendert.

Een duiker gaat met fotoapparatuur het water in. Foto: archief Wouter Waldus.

Tekst: Arnoud van Soest. Met dank aan Wouter Waldus.

De Archeologische Kroniek van Noord-Holland 2020 wijdt een hoofdstuk aan het hierboven beschreven onderzoek van 2020 in Etersheim. Op de Academia-website is het rapport te downloaden over de opgraving van de sarcofaag in 2009.

Publicatiedatum: 09/12/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

2 reacties
  • Jetty Voermans schreef:

    Wat een ontzetten leuk en interessant artikel! Ben ontzettend benieuwd naar de publicatie van Wouter Waldus over het verdronken dorp.

    Een kleine opmerking bij de 2e alinea:
    Meester kieviet was de 1e hoofdonderwijzer van de dorpsschool in Etersheim. In de naastgelegen onderwijzerswoning schreef hij zijn 1e Dik Trom boek.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.