Het Steenen Coopmanshuys in Edam

Dit huis werd in 1550 gebouwd en was het eerste stenen koopmanshuis van Edam. Het was voor Edam in die tijd een bijzonder 'rijk' huis. Prominent gelegen aan de Damsluis is het oudste stenen huis van Edam een indrukwekkende verschijning. Al meer dan een eeuw is hier het Edams Museum gevestigd.

Het Steenen Coopmanshuys aan het Damplein 8.

Het Steenen Coopmanshuys aan het Damplein 8. Beeld: Uitgeverij Vind Hoorn

Cuypers in Edam

Zeldzaam zijn de natuurstenen kozijnen in de voorgevel, de muren van baksteen en de verdieping. In 1893 werd het zeer vervallen pand door de gemeente aangekocht en als museum ingericht. Het gebouw werd gerestaureerd door de architect P.J.H. Cuypers, welbekend door zijn ontwerpen van het Rijksmuseum en Centraal Station van Amsterdam. Daarbij, evenals bij de bouw van het Rijksmuseum, bemiddelde Victor de Stuers, onderminister van Kunsten en Wetenschappen, in zijn functie als Rijksopdrachtgever.

Pierre Cuypers (zittend) en Victor de Stuers in overleg.

Pierre Cuypers (zittend) en Victor de Stuers in overleg. Beeld: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Gemeente tast diep in buidel

Op 8 augustus 1893 werd het Steenen Coopmanshuys openbaar geveild, nadat de laatste eigenaar was overleden. Aangezien sloop van het sterk verwaarloosde pand niet denkbeeldig was, kocht de gemeente Edam het pand aan, hoewel zij er een lening voor moest aangaan. De directeur van de Gemeentelijke Teekenschool kreeg voor zijn gezin de bovenetages als (voorlopige) woonruimte aangeboden. Aanvankelijk werd het huis in 1895 als een stadsmuseum ingericht, hoewel men ambities had uit te groeien tot een Waterlands Museum.

 

De gevel van het Coopmanshuys na de restauratie van Cuypers.

De gevel van het Coopmanshuys na de restauratie van Cuypers. Tekening van S. Voets uit 1895. Beeld: Edams Museum

Drijvende kelder

Vóór het Edams Museum ligt de Damsluis. Het zeewater van de Zuiderzee kwam tot op dit punt Edam binnen en de getijdewerking had grote invloed op het grondwaterpeil. Het was om die reden noodzakelijk de kelderbak van 3x3x2 meter vrijelijk te laten bewegen. Het huis is tot in het buitenland bekend om zijn  ‘drijvende kelder’, waar je het water kunt horen klotsen. Volgens overlevering zijn huis én kelder echter gebouwd door een zeekapitein, die zo nu en dan in de kelder plaatsnam om zich weer op zee te wanen.

De drijvende kelder van het Steenen Coopmanshuys, nu het Edams Museum.

De drijvende kelder van het Steenen Coopmanshuys, nu het Edams Museum. Beeld: Edams Museum

Comptoirke

Als winkel/ontvangstruimte diende de voorkamer en vandaar leidde een steil trapje naar het ‘comptoirke’, het opkamertje. Van dit woord is ons moderne ‘kantoor’ afgeleid.

Het comptoirke in het Steenen Coopmanhuys.

Het comptoirke in het Steenen Coopmanhuys. Tekening door W.O.J. Nieuwenkamp. Beeld: collectie Edams Museum.

Dirk Aardappel heeft zaagsel in zijn bovenkamer

In het tijdschrift Eigen Haard van 1896 nummers 25 en 26 heeft W.J. Tuyn als trotse eerste directeur van het Edams Museum beschreven welke “aanzienlijke hoeveelheid zaagsel waarmee Dirk Aardappel zijn handelsartikel (aardappelen) vorstvrij hield, en daarmee de ruimte tussen wanden (enkel steens muur) en aangebrachte schotten opvulde” moest worden opgeruimd. Nagenoeg de gehele koopmanswoning, ook de bovenverdieping, werd voor aardappelopslag gebruikt.

Auteur: Robert J. Lammers (Edams Museum).

Portret van wethouder W.J. Tuyn.

Portret van wethouder W.J. Tuyn. Schilderij door Ludwig Noster, 1882. Beeld: rkd.nl

Publicatiedatum: 08/05/2014