Watersnood 1916

Het was een angstige en woeste nacht, van dertien op veertien januari 1916. Een zware storm loeide over Noord-Holland en zorgde voor dijkdoorbraken in de provincie. Een grote watersnood was het gevolg. Door de overstromingen kwam een gebied van 14.000 hectare grond onder water te staan: Waterland, Volendam, Purmerend, Amsterdam-Noord, de Zaanstreek en de Anna Paulownapolder verdwenen in de golven. Huizen spoelden weg, veestapels verdwenen en er waren negentien slachtoffers te betreuren. Pas in maart 1916 waren de gaten in de dijken gedicht, en daarna moest het land worden drooggelegd. De gevolgen van de ramp zie je tot op de dag van vandaag, bijvoorbeeld in de Afsluitdijk of het veranderde aanzicht van plaatsen zoals Andijk.

Verhalen

Droge voeten in Hotel Spaander

Verschillende leden van koninklijke families, beroemde kunstschilders, en de echtgenote van de Amerikaanse president. Zomaar een aantal gasten van het Volendamse Hotel Spaander van vóór 1916.

>

Op de vlucht voor het water

Veel mensen kunnen de slaap niet vatten in de nacht van 13 op 14 januari 1916. Een grote noordwesterstorm raast over het land. De wind beukt met grof geweld tegen de huizen en het vee klinkt onrustig in de stallen. Als alles het maar houdt!

>

In de armen van Amsterdam

In 1921 worden zeven Waterlandse dorpen onderdeel van de gemeente Amsterdam: Holysloot, Ransdorp, Schellingwoude, Durgerdam, Nieuwendam, Zunderdorp, en Buiksloot. Tot dan toe behoren ze tot de drie zelfstandige gemeenten Buiksloot, Nieuwendam en Ransdorp. De annexatie komt niet zozeer voort uit de expansiedrift van Amsterdam, maar uit de wens van de plattelandsgemeenschappen zelf zich aan te sluiten bij de hoofdstedelijke gemeente. Maar waarom?

>

Kerken door Zuiderzeewater verwoest

Toen de dijken van de Zuiderzee in januari 1916 na dagenlang stormweer op verschillende plaatsen doorbraken, overstroomde het water snel het laaggelegen Waterland, het oostelijke gedeelte van de Zaanstreek en de Anna Paulownapolder. De inwoners moesten in allerijl het vege lijf zien te redden.

>

‘Ik wil water zien, ook al staat het op mijn achtererf’

In het fraai uitgegeven boek 'De Waterwolf in Waterland' wordt een vrij gedetailleerd beeld gegeven van de watersnood die in januari en februari 1916 heel Waterland, de oostkant van de Zaanstreek en bijna de hele Anna Paulownapolder onder water zet. Waterschapshistoricus Diederik Aten beschrijft het hele proces van dijkdoorbraak tot dijkherstel, terwijl Frouke Wieringa de herinneringsboekjes die aan de watersnood van 1916 zijn gewijd onder de loep neemt.

>

Strijd om droge voeten begon na de watersnood pas goed

Na de watersnood van 1916 ging de bezem door het versnipperde landschap van de dijkwaterschappen. Daarvoor in de plaats kwam één groot en professioneel waterschap dat samen met Provinciale Waterstaat de strijd met het oprukkende water aan ging.

>

Watersnoodmedaille

Het onderscheidingsteken voor degenen die zich op een bijzondere manier verdienstelijk hebben gemaakt tijdens de watersnoodramp van 1916, werd in maart 1916 door koningin Wilhelmina bij koninklijk besluit ingesteld. De medaille werd uitgereikt aan reddingswerkers en hulpverleners als beloning van ijver, moed, beleid en zelfopoffering. Het ereteken bestaat nog steeds en wordt in de officiële draagvolgorde van de Nederlandse onderscheidingen als twintigste vermeld.

>

Na de watersnoodramp: wrakhout, slib en muggen

Donkere wolken dansende muggen krioelden boven stilstaande plassen, dikke lagen slib ruïneerden het land en ontzagwekkende kluiten veen lagen verspreid over de langzaam droogvallende weilanden. Toen het voorjaar kwam, diende de ene na de andere plaag zich aan in het gebied dat in januari 1916 werd getroffen door de watersnoodramp. Het water daalde en vele poeltjes met brak water in een grote wildernis bleven over. Waterlanders vreesden dat hun landerijen onbruikbaar waren geworden en er vond een grote evacuatie van ronddobberende eenden plaats. "Over alles ligt de vale dood gespreid", aldus de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 7 mei 1916.

>

De wandelende huisjes van Andijk

Water, overal water. In de nacht van 13 op 14 januari 1916 raasde er een grote storm over Nederland waardoor verschillende delen van Noord-Holland blank kwamen te staan en veel schade aanrichtte. Eén van de plaatsen waar de woeste golven van de Zuiderzee erg dichtbij kwam, was het liefelijke dorpje Andijk. De dijk hield het hier wonder boven wonder door het werk van dijkwachten en dorpsbewoners, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Er waren grote herstelwerkzaamheden en verbeteringen nodig om te voorkomen dat dit nog eens zou gebeuren. Maar hoe pak je dat aan? Hoe houd je iedereen veilig voor het onbetrouwbare water? Nou, gewoon, door het hele dorp 200 meter te verplaatsen.

>

Waternood na watersnood: gemeentepils lest dorst

Als gevolg van de woeste stormvloed in januari 1916 kwamen grote delen van de provincie Noord-Holland onder water te staan. De angst was groot. Huizen spoelden weg, veestapels verdwenen en er waren vele slachtoffers te betreuren. Dit was echter nog maar het begin. In de getroffen gebieden was het leven in de steeds warmer wordende maanden na de watersnoodramp tamelijk zwaar. Voedselschaarste holde de samenleving uit. Bovendien snakte iedereen naar schoon drinkwater.

>

“Wat je moet doen als de dijken doorbreken? Rennen!”

"Er wordt hard op het zuiderraam geklopt. Er wordt geroepen 'menschen houw je gereed, want de dijk staat op doorbreken!'" Jan Wit, die dit schreef, hield een dagboek bij van de watersnoodramp, die in januari 1916 Anna-Paulowna en andere gebieden rondom de Zuiderzee trof.

>