Laren

Met Jan Feith door het Gooi (1933)

Deze zomer neemt Jan Feith je mee op reis door onze provincie. Zijn historische teksten uit het album ‘Zwerftochten door ons land: Noord-Holland’ (1933) geven een beeld van zonnige duinen, drukke pleinen en pittoreske polders. Deze week: ‘Door Gooiland op stap!’

>

Versteend dino ei in Laren

Dwaal mee door de tijd in het geologisch museum in Laren. Een sjamaan vertelt je over het leven op aarde 66 miljoen jaren geleden. Je ziet versteende dino eieren. Je hoort het binnenste van de aarde rommelen. Kijk daar: een kolossaal dijbeen van een mammoet.

>

Natuur veert op in Laarder Wasmeer

Vennetjes van het Laarder Wasmeer waren ooit het ‘afvoerputje’ van Hilversum. Hier werd onvoldoende gezuiverd rioolwater op geloosd. Na een grootscheepse sanering is het nu een interessant natuurgebied.

>

Larense Berg-Stichting voor Joodse kinderen

In een bosrijk gebied aan de zuidkant van het dorp Laren, grenzend aan de Hilversumse hei, stond van 1911 tot 1971 het gebouwencomplex van de Berg-Stichting. Met een voetbalveld, boomgaard, groentetuin, pluimveehouderij en bijenkasten was de stichting volgens de Rijksinspectie een van de beste kindertehuizen van Nederland.

>

Weet je t’ Bonte Paard?

Café t’ Bonte paard aan de Naarderstraat in Laren is al zo’n vier eeuwen oud. Het is van oorsprong een achttiende-eeuwse boerderij en tevens herberg. In de loop der tijd is de dorpsherberg weliswaar behoorlijk verbouwd en gepleisterd, maar tot op de dag van vandaag is het interieur echter bewust weinig gemoderniseerd waardoor het nog steeds herinnert aan de lange geschiedenis van het bedrijf.

>

Hein Kever

Op 19 juni 1854 zag Jacob Simon Hendrik Kever, alias ‘Hein’, het levenslicht in Amsterdam. Al vroeg had de dromerige Hein een neiging tot tekenen en schilderen. Hij kon op school niet makkelijk meekomen en het ontbrak hem aan belangstelling voor de zakelijke en nuchtere dingen in het leven. Zijn moeder was bevriend met de familie van Jozef Israels en besloot de oude meester-schilder om hulp te vragen. Israels bemiddelde meerdere malen voor de jonge Kever, die zou uitgroeien tot één van de bekendste Larense schilders.

>

Kunstpaus H.P. Bremmer

Hendrik P. Bremmer (1871-1956) was ooit zelf als kunstenaar begonnen, maar ontwikkelde zich in de periode 1900 tot 1930 tot een ware ‘kunstpaus’: een man met een grote macht en aanzien in de wereld van kunst en cultuur.

>

Jo Koster

Het Gooi staat met name bekend om de kunstenaars die vanaf het derde kwartaal in grote groepen kwamen: de Haagse Scholers. Ook hebben er kunstenaars gewoond en gewerkt in het Gooi die tot de tweede generatie vernieuwers behoorden: Ferdinand Hart Nibbrig, Jan Sluijters, maar ook kunstenares Jo Koster zijn hier sprekende voorbeelden van.

>

Neo-impressionisten in het Gooi

Omstreeks 1890 raakten kunstenaars in Nederland geïnspireerd door nieuwe vormen van kunst. Van Gogh was een grote inspiratiebron, maar ook de Franse en Belgische neo-impressionisten en pointillisten, zoals bijvoorbeeld het werk van Seurat.  Ferdinand Hart Nibbrig, maar ook Jo Koster behoorden tot de eerste groep van Nederlandse neo-impressionisten – en zij werkten in Laren.

>

Suze Robertson

Ondanks dat de armoede een geliefd onderwerp was onder kunstenaars, waren zij niet altijd bijzonder betrokken bij de omstandigheden waarin de plaatselijke bevolking verkeerde. Schilderijen over de lagere sociale klassen waren omstreeks 1890 veelal lieflijk en romatisch. Lien Heyting schrijft hierover in haar boek De Wereld in een dop (1994) over de kunstenaars die eind negentiende eeuw naar Laren trokken het volgende: ‘Hoe meer de dorpse eenheid tussen mens en natuur bedreigd werd, des te zoetelijker die door de schilders werd weergegeven. Nooit eerder hebben ze in de armoede  […] zoveel lieflijks gezien als juist toen’.

>

Arina Hugenholtz

Arina Hugenholtz (1848-1934) staat met name bekend als leerling van Anton Mauve. Toch is haar werk niet onverdienstelijk en is haar werk in verschillende collecties vertegenwoordigd, waaronder in bijvoorbeeld de collectie van museum Singer Laren.

>

Wally Moes

Jozef Israëls, Albert Neuhuys en Anton Mauve worden in een adem genoemd als we het hebben over de ontdekking van het Gooi door kunstenaars. Zij zijn volgens de literatuur verantwoordelijk geweest voor een algehele nationale en internationale bekendheid van deze streek en voor Laren in het bijzonder.  Er is echter nooit onderzocht waarom er in de laatste twee decennia van de negentiende eeuw een grote opmars ontstond van veelal Amsterdamse kunstenaressen die naar het Gooi trokken. Een van de bekendste vrouwelijke kunstenaars die zich aan het einde van de negentiende eeuw in Laren vestigde was Wally Moes (1856-1918). Zij behoorde tot de groep van tweede generatie kunstenaars die naar het Gooi trok.

>

Urnenveld op de Westerheide

In de westelijke punt van de Westerheide bevindt zich een terrein van zeer hoge archeologische waarde dat beschermd is. Het bevat naast grafheuvels uit het neolithicum een urnenveld dat in gebruik is geweest van de bronstijd tot en met de ijzertijd, bewoningssporen uit het neolithicum tot en met de ijzertijd en de middeleeuwen, een kamp (het vierde) en een banscheiding uit 1428.

>

St. Janskerkhof, Laren

Het St. Janskerkhof markeert de plek waar Laren oorspronkelijk lag. Rond het jaar 1000 was hier een nederzetting die omstreeks 1100 werd verrijkt met een kerk, na Naarden de tweede kerk van het Gooi. Door uitdroging van de grond werd het dorp verlaten en weer opgebouwd op de huidige plek van Laren. De kerk die bij het kerkhof was blijven staan werd eind zestiende eeuw gesloopt omdat er nog katholieke godsdienstoefeningen werden uitgevoerd.

>

De familie Koekkoek

De beroemdste telg uit deze familie is waarschijnlijk Barend Cornelis Koekkoek (1803-1862), die ook wel ‘de prins der landschapsschilders’ genoemd werd. Barend Cornelis genoot in het begin van de 19e eeuw door heel Europa een groot aanzien met zijn romantische landschapsschilderingen. Naast deze grote schilder kent de familie Koekkoek echter nog maar liefst vijftien andere getalenteerde schilders, verspreid over vier generaties.

>

Het Singer Museum te Laren

In Parijs had het echtpaar voor het eerst van Laren gehoord en toen ‘moesten ze er wel heen’. Zoals zovele artistiekelingen begin twintigste eeuw was het echtpaar Singer na aankomst getroffen door de natuur en de sfeer in het onbedorven Laren en vestigden zij zich hier voor lange tijd. De steenrijke miljonairs bouwden hier een uitgebreide kunstcollectie op die Anna na de dood van haar man William in 1943 onderbracht in een stichting. In de jaren 50 groeide dit uit in het uitgebreide kunst- en cultuur centrum dat het Singer Laren dezer dagen is.

>

De kunstenaar van de sneeuw

Koningin Wilhelmina kocht in 1929 een groot doek van hem aan van Blaricum in de sneeuw.  Het grote schilderij werd gehangen in Paleis Noordeinde in Den Haag. David Schulman was een bekend en geliefd kunstenaar. In een impressionistische stijl schilderde hij het Gooise landschap.

>

Kerst in museum Singer Laren

De foyer van Singer Laren is elk jaar in de tweede helft van december helemaal in kerstsferen gehuld. Met boom en lichtjes en veel kleur, rond de majestueuze schouw. Honderd jaar geleden was de foyer de woonkamer van Anna en William Singer. Maar hoe zag hun kerst er eigenlijk uit? Met een diner, een kerstboom en Santa Claus, misschien?

>

Singer: “I have found my country”

Het was de kunstschilder Martin Borgord die zijn vrienden William en Anne Singer in de zomer van 1903 meenam naar zijn geboorteland Noorwegen. William had nauwelijks een voet aan land gezet of hij sprak de legendarische woorden ‘I have found my country’. In de foyer van het Singer Museum hangen schilderijen die de Amerikaanse schilder in Noorwegen schilderde.

>

De Brink in Laren: hart van het dorp

Het dorp Laren wordt gezien als één van de oudste dorpen van het Gooi. De oudste resten van bewoning dateren uit de periode 300.000-35.000 voor Christus. Hier weten wij echter niet veel van. Toen in 1840 werd begonnen met archeologisch onderzoek bleken er echter aanwijzingen te zijn voor een veel recentere bewoning. Er bleken op de heide (aan beide kanten van de weg tussen Hilversum en Laren) grafheuvels uit ongeveer 1500 voor Christus te liggen. In deze graven werden aarden bekers in de vorm van een klok gevonden. Deze cultuur werd daarom ook wel de ‘klokbekercultuur’ genoemd. Rond 400 na Christus vestigden zich nieuwe bewoners in het gebied: boeren. Zij trokken naar het lager gelegen deel; de Brink.

>