Larense Berg-Stichting voor Joodse kinderen

In een bosrijk gebied aan de zuidkant van het dorp Laren, grenzend aan de Hilversumse hei, stond van 1911 tot 1971 het gebouwencomplex van de Berg-Stichting. Met een voetbalveld, boomgaard, groentetuin, pluimveehouderij en bijenkasten was de stichting volgens de Rijksinspectie een van de beste kindertehuizen van Nederland.

De tumultueuze jaren rond de oorlog brachten hevige gedaantewisselingen met zich mee voor de stichting en de bewoners. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog was de Berg-Stichting een instelling voor uit huis geplaatste joodse kinderen. Dat de instelling zo goed te boek stond, was niet in de laatste plaats de danken aan directeur Jan Reitsema. Hoewel hij geen joodse achtergrond had, paste hij naadloos bij de stichting. Er heersten bij de Berg-Stichting geen strenge verplichtingen, maar juist een huiselijke inrichting, gezinssfeer, individuele begeleiding en gelegenheid voor verschillende vrijetijdsbestedingen en uitstapjes.

Het hoofdgebouw van de Berg-Stichting in Laren.
Het hoofdgebouw van de Berg-Stichting in Laren. Beeld: Wikimedia Commons.

Onderduiken in Amsterdam

De oorlog maakte een eind aan de prettige tijden in de instelling. De kinderen moesten naar aparte scholen en in 1942 moest de hele stichting in etappes verhuizen naar Rapenburg in Amsterdam. Daar kregen de kinderen en het personeel drie uitgewoonde panden toegewezen. Tijdens een van de verhuizingen naar Rapenburg belandden 25 volwassenen in een razzia bij het Muiderpoortstation. Doordat directeur Reitsema deed alsof de groep op weg was naar de Hollandsche Schouwburg in plaats van het kindertehuis, werd de gevaarlijke situatie afgewend.Ook in de latere oorlogsjaren wist de directeur de bezetter op het verkeerde been te zetten. Hij liet de Berg-Stichting typeren als een ‘mischlingenheim’, waar kinderen woonden die niet volbloed joods waren. Dat de inwoners van het tehuis mogelijk deels arisch waren, lag voor de Sicherheitsdienst gevoelig genoeg om ervoor te zorgen dat er geen personeel en bewoners werden meegenomen tijdens een razzia en een huiszoeking. De stichting werd enige tijd met rust gelaten. Daardoor konden er ook mensen onderduiken. Net als de kinderen die bij de stichting woonden werden zij vanuit het kindertehuis overgebracht naar veilige adressen.Op 2 augustus 1943 volgde een nieuwe, cruciale inval. De Duitsers stuitten op een beslapen bed, de onderduiker was al ontvlucht via het dak. De achterdocht werd gewekt en directeur Reitsema werd gearresteerd. Gelukkig kwam hij weer vrij, op voorwaarde dat hij zich niet langer met joodse aangelegenheden zou inlaten. Reitsema’s vrouw werkte het belastende materiaal weg, maar kon niet voorkomen dat alle kinderen die aanwezig waren in het tehuis werden opgepakt. De directeur en zijn vrouw doken onder in het Gooi. Na de oorlog bleken 70 van de 106 pupillen uit het kindertehuis en enkele personeelsleden te zijn gered dankzij zijn hulp.

Lotsverbondenheid

Kort na de bevrijding begon Jan Reitsema samen met zijn personeel weer met de opvang van Joodse kinderen, die afkomstig waren uit de concentratiekampen of die ondergedoken hadden gezeten. Het was lastig om om te gaan met de zware gebeurtenissen die iedereen tijdens de oorlog had meegemaakt. De oorlogservaringen kwamen niet zoveel aan de orde, maar er was sprake van een grote lotsverbondenheid. Het leven ging door in de huiselijke sfeer van de stichting, met ruzietjes, verliefdheden en kattenkwaad. Er was wel aandacht voor de joodse leefregels, maar niet te streng. Voor sommige kinderen riep dit emotionele herinneringen op aan hun vroegere gezinsleven.

Impressie van het werken in een kibboets in Israël (Kibboets Alonim)Impressie van het werken in een kibboets in Israël (Kibboets Alonim). Beeld: Kluger Zultan via Wikimedia Commons.

Emigratie naar Israël

Toen in 1948 de staat Israël werd gesticht was de euforie bij de Berg-Stichting groot. In 1951 vertrok een groep van 23 kinderen uit het weeshuis met de zionistische begeleider Leo Cohen en zijn vrouw naar de Israëlische kibboets Gevar Am. Later volgden er nog 15. Het zou er veilig zijn voor de kinderen en zij zouden daar het land gaan opbouwen. De overgang naar het kibboetsleven bleek vrij rauw. Het was er warm, de omstandigheden waren primitief, voor onderwijs was nauwelijks ruimte en de kinderen werkten hard in de landbouw of het huishouden. Toch bleven de meesten er wel wonen vanwege financiën, familie en complexe nationaliteitenkwesties.

Scholengemeenschap Laar & Berg

In de loop van de jaren ’50 veranderde de sfeer bij de stichting. Er was sprake van achterstallig onderhoud, de Israëlgangers lieten een gapend gat achter, de pupillen die bleven zaten in de puberteit en het was lastig om joods personeel te vinden. Het einde van de stichting was in zicht. De laatste oorlogswezen werden volwassen en in 1971 werden de gebouwen van de Berg-Stichting gesloopt. Ze maakten plaats voor de scholengemeenschap Laar & Berg. In het straatbeeld is nu niets meer dat herinnert aan de vele joodse kinderen die er woonden, waarvan er 45 de dood vonden in de concentratiekampen. In mei 2017 moet hier verandering in komen. Dan komt er op een grasveld tegenover de uitgang van de school een groot monument voor hen te staan. Het plantsoen zal de naam gaan dragen van hun helpers: Jan Reitsema en zijn vrouw Tinie.

Bron: Enno van der Eerden, ‘De Berg-Stichting: ‘Oase in een harde en desillusioneerende maatschappij”, Contactblad 40-45.

Publicatiedatum: 26/01/2017