Illegale Haarlemse bladen tijdens de bezetting

Tijdens de bezetting verschenen in Haarlem en omgeving tientallen ondergrondse bladen. De reguliere dagbladen waren verboden of verschenen onder censuur.

Het nieuws werd in de reguliere kranten en bladen op een Duitsgezinde manier gepresenteerd, of zelfs doodgezwegen. Zo ontstond een grote behoefte aan ander nieuws. Dat boden de zogenaamde ‘illegale bladen’. Het was namelijk streng verboden om ongecensureerde informatie te verstrekken. Daarop stond de doodstraf of deportatie naar een concentratiekamp. Eén van die illegale bladen was ‘De Patriot’. Het verscheen in Haarlem, Heemstede, Bloemendaal en in de Haarlemmermeer. Na de bevrijding zou ‘De Patriot’ nog enige tijd als gewoon dagblad verschijnen. Het hield aanvankelijk kantoor bij de uitgeverij Boom-Ruijgrok op de Gedempte Oude Gracht, later had het een pand in de Grote Houtstraat. Daar is nu Perry Sport gehuisvest. ‘De Patriot’ en de andere bladen verschenen dankzij de inspanningen van veel moedige mensen. Sommigen moesten daarvoor de ultieme prijs betalen. Zij stierven voor het vuurpeloton of in Duitse kampen en gevangenissen.

Kiosk voor kranten en tijdschriften “De Patriot” op het Verwulft, 1955. Foto: Cees de Boer, beeld: Noord-Hollands Archief

Maten en soorten

Er zijn allerlei manieren te bedenken om illegale bladen van elkaar te onderscheiden. Bij verzetsbladen die landelijk verschenen, denken we meestal in de eerste plaats aan de politieke kleur. De plaatselijk verschijnende bladen waren ook niet altijd politiek neutraal, maar die kunnen we beter indelen naar hun functie. Sommige hielden zich in de eerste plaats bezig met voorlichting, met het doorgeven van nieuws dat de gecensureerde kranten niet boden. Andere wilden vooral moed inspreken, een hart onder de riem steken. Beide functies sloten elkaar overigens niet per definitie uit. In Nederland en ook in Haarlem en omgeving nam het aantal bladen dat voorlichting bood snel toe na mei 1943. Toen moest iedereen, uitgezonderd NSB-ers, zijn radiotoestel inleveren. Veel mensen konden daarna niet meer naar de BBC en Radio Oranje luisteren. Toch hadden nog heel wat Nederlanders een, goed verborgen, radio in huis weten te houden. Sommige van hen luisterden de verboden zenders af en typten de belangrijkste nieuwsfeiten over. Ze vermenigvuldigden hun typsels en verspreidden die in hun omgeving. De titels lieten aan duidelijkheid niets te wensen over. In Haarlem verschenen bijvoorbeeld ‘B.B.C. Nieuws’ en ‘The London News’.

Nederlanders in het buitenland: Engeland, Radio Oranje.
BBC European Service: Dutch Section. Beeld: Beeldbank WOII

Productie

Bij het maken van zelfs het meest eenvoudige periodiek kwam heel wat kijken. Het moest allemaal in het diepste geheim gebeuren, de bezetters maakten jacht op de makers en steeds dreigde er verraad. De meeste lokale bladen verschenen als stencil. Je had dus een stencil- en typemachine nodig, inkt en voldoende papier. Daar was beslist niet gemakkelijk aan te komen. Stencilmachines kwamen nogal eens van een vereniging of van de plaatselijke afdeling van inmiddels verboden politieke partijen en vakbonden. Zeer weinig mensen beschikten destijds over een eigen typemachine. Hans Martinot, die stukjes schreef voor ‘De Patriot’, kreeg de zijne bijvoorbeeld in het geheim thuis bezorgd door een ambtenaar van het stadhuis. Bij het stencillen kwam een dosis spierkracht en uithoudingsvermogen kijken. Het zaterdagnummer van ‘De Patriot’ telde vier pagina’s en verscheen in een oplage van 7.000. Dat betekende 28.000 slagen malen met de zwengel. En dan hebben we het nog niet eens over scheurende stencils en dergelijke. De verspreiding van papier en drukinkt viel onder distributiebepalingen, je had er een vergunning voor nodig. Allemaal problemen die met vindingrijkheid opgelost moesten worden.

Exemplaren van Trouw, Het Parool, De Vonk, Oranjebode, De Ploeg en De Vrije Katheder. Beeld: Beeldbank WO2

Verspreiding

Zonder een goed georganiseerde verspreiding had al het werk aan de bladen geen zin. Die kon op allerlei manieren gebeuren. Soms werden de bladen gewoon met de post verstuurd, met een gefingeerde afzender. Of een winkelier nam regelmatig een stapel in ontvangst, verborg die onder de toonbank en gaf exemplaren mee aan vertrouwde klanten. De bladen werden ook gewoon in brievenbussen gestopt door verspreiders. Die verspreiding was meestal in lagen georganiseerd. De oplage ging eerst naar hoofddistributeurs en via hen naar onderdistributeurs en bezorgers. Bij de verspreiding van het blad ‘De Patriot’ waren wel tweehonderd personen betrokken. Meestal waren dat meisjes. Lydia van der Kort fietste iedere dag met een stapel ‘Patriotten’ naar boeren in de Haarlemmermeer. Ze kreeg daar in de hongerwinter, bij wijze van betaling, voedsel voor. Daarmee werd de organisatie van ‘De Patriot’ aan eten geholpen. Lenie Martinot deed typewerk voor dit blad, bracht haar werk naar de stencillers en nam een stapel bladen, bestemd voor Haarlemse verspreiders, mee terug.

Ben Korsten, redacteur van 'De Patriot'.

Ben Korsten, redacteur van ‘De Patriot’.

Stunt

Behalve ‘De Patriot’ verschenen in Haarlem onder andere nog ‘De Fluistervink’, ‘In den Storm’, ‘Lichtflits’ en de ‘Oprechte Haarlemmer’. De laatste titel was een rechtstreekse verwijzing naar ‘De Oprechte Haarlemsche Courant’. Dat blad was onder pressie van de Duitsers gefuseerd met het ‘Haarlems Dagblad’ en verscheen sinds 2 mei 1942 onder de titel ‘Haarlemsche Courant’. De Haarlemse verzetsstrijder Arend Hijner kwam op het idee een (bijna) exacte kopie van dit blad te maken. Dat gebeurde. Met medewerking van een zetter van de ‘Haarlemsche Courant’ vervaardigde de drukkerij De Kat in Hillegom de imitatie. Op 6 juni 1944 (D-Day!), werden 20.000 exemplaren ervan in Haarlem gedistribueerd. Alleen in de kop was een subtiel, maar veelzeggend, onderscheid te bespeuren. Daar stond nu: ‘Haarlemsche Courant; buiten verantwoordelijkheid van Mees, Peereboom en Derks’. Dat drietal vormde de redactie van het collaborerende blad. De kop van het openingsartikel luidde ‘Capituleert Duitschland?’. Dat dit in de brievenbussen viel op de dag van de geallieerde invasie in Normandië, moet een verpletterende indruk gemaakt hebben. Hoe konden de makers dat weten? Dat konden ze ook niet, het was puur toeval!

Bronnen

* Hans van den Heuvel en Gerard Mulders, Het Vrije Woord. De illegale pers in Nederland 1940-1945 (‘s-Gravenhage 1990).
* Kees Sipkes, ‘Vaderlandsliefde alleen kan een krant niet redden. Dagblad De Patriot: 1943-1945-1947’, in: Jaarboek Haarlem 1996 (Haarlem 1997), pp. 124-143.
* Renë Vos, ‘Haarlem’s Dagblad in de oorlogsjaren’, in: Jan de Roos (red.), 100 jaar Haarlems Dagblad (Haarlem 1987), pp. 72-84.
* Lydia E. Winkel en Hans de Vries, De ondergrondse pers 1940-1945 (2de druk, Utrecht 1989).

* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 11/01/2011