Aangetreden Jeugdstorm op de Gedempte Oude Gracht

Op 31 maart 1942, even na twee uur 's middags stonden ruim zevenhonderd Jeugdstormers en -stormsters aangetreden op de Gedempte Oude Gracht. Ze kwamen uit Haarlem en uit verschillende streken van Noord-Holland.

In marsorde waren de jeugdige NSB-ers vertrokken van het Stationsplein, waar ze vergeefs hadden gewacht op de Amsterdamse Jeugdstorm-muziekgroep. Die was echter per vergissing op de trein naar Alkmaar gestapt. Enige Haarlemse drummers namen de honneurs waar. Op die middag in maart werden 280 aspirant stormers, door het afleggen van een gelofte, officieel geïnstalleerd. “Als uit één mond klonk het”, schreef het Haarlems Dagblad op 1 april 1942, “Ik stormer, beloof eerlijk en trouw in Godsvertrouwen alles te geven voor het vaderland.”

De Jeugdstorm

In oktober 1934 richtte de NSB onder de naam Jeugdstorm zijn eigen beweging voor jongeren op. Die was bedoeld voor tien- tot achttienjarigen. Jongens en meisjes hadden hun eigen afdelingen. Leden die jonger waren dan veertien werden bij de jongens ‘meeuwen’ genoemd, bij de meisjes ‘meeuwkes’. Boven die leeftijd heetten ze respectievelijk ‘stormers’ en ‘stormsters’. De activiteiten van de Jeugdstorm leken sterk op die van de padvinderij, tegenwoordig scouting. De leden droegen kleurrijke uniformen, trokken de natuur in, kampeerden daar, kwamen regelmatig bijeen in hun eigen streekkwartieren en deden vooral veel aan sport. In Haarlem was het streekkwartier gevestigd op het adres Spaarne 94. Bijna alle leden waren kinderen van NSB-ers en meestal onder invloed van hun ouders in de Jeugdstorm terechtgekomen. Tijdens de oorlog hadden NSB-kinderen in het algemeen, en Jeugdstormers in het bijzonder, het niet gemakkelijk. Het overgrote deel van de Nederlanders en de Nederlandse kinderen had een gruwelijke hekel aan alles wat met de NSB te maken had. NSB-kinderen werden in elk geval gemeden, maar vaak ook gepest, in elkaar geslagen, bespuwd enzovoort. Dat was misschien wel de belangrijkste reden dat de Jeugdstorm voor hen aantrekkelijk was, daar konden ze ‘gewoon’ jongeren onder elkaar zijn.

Stormer.

Stormer.

De NSB-paal

Op de Eerste HBS-B waren de NSB-leerlingen ook persona non grata. Fred Kreuger herinnert zich dat nog goed: “De hal van de school, in een voorzichtige art deco stijl gebouwd, had een aantal gietijzeren kolommen voor de ondersteuning van het dak. Bij ieder van die palen stond in de pauzes wel een klas die daar haar ontmoetingspunt vond. Maar al vanaf het begin van de oorlog ging niemand van ons meer met NSB-kinderen om en die konden dus niet bij één van die klassenpalen terecht. Ze klitten dus bij elkaar bij de NSB-paal, de meest zuidwestelijke van de vele palen.” Een NSB-er had daarover geklaagd en de directeur van de school kreeg opdracht de leerlingen weer bij elkaar te brengen bij de klassenpalen. Hij gaf die opdracht door in de verschillende klassen. Kreuger: “De eerstvolgende pauze na deze toespraken werd erg spannend. De NSB-kinderen begaven zich naar hun klassenpalen, maar iedere keer als er daar één arriveerde gingen de omstanders net een wandelingetje maken zodat ze daar in hun eentje stonden. Al gauw hadden ze behoefte aan steun en vonden elkaar weer bij de NSB-paal.”

Trotse Jeugdstormer

Eén van de Jeugdstormers die op 31 maart 1942 de gelofte aflegde was Joh. Leonardus van Sonsbeek. Van hem is een dagboek bewaard gebleven. Daarin beschrijft hij de gebeurtenissen van die dag enigszins anders dan het Haarlems Dagblad. De krant schreef over de grote belangstelling van het publiek, en dan met name voor het defilé na afloop van het inwijdingsritueel. Van Sonsbeek zag dat publiek ook, maar schrijft ontstemd dat zijn Haarlemse NSB-kameraden zich moesten schamen. Er waren namelijk volgens hem “… meer anties als NSB-ers”. Het publiek had dus in meerderheid laten merken dat ze geen enkele waardering hadden voor de langs marcherende Jeugdstormers. Dat neemt niet weg dat Van Sonsbeek trots was op zijn inwijding en met duidelijk genoegen noteerde hij in zijn dagboek dat de ‘Stafleider’ had laten weten “… dat hij nog nooit zo’n goed defilé had afgenomen”.

Gezang in de Paarlaarsteeg

Van Sonsbeek was bijna vijftien jaar oud toen hij in oktober 1941 lid werd van de Jeugdstorm. Hij stamde uit een echt NSB-gezin; zijn vader was al in de jaren dertig toegetreden tot de beweging van Mussert. In de Jeugdstorm voelde de zoon zich meer dan thuis. Die beschreef in zijn dagboek, op vrij zakelijke toon, zijn inzet bij de hulp- en reddingsacties in de Amsterdamse buurt na het bombardement in maart 1943. Van Sonsbeek kreeg schietles met de karabijn maar blonk daarin, tot zijn teleurstelling, niet uit. In de nacht van 13 op 14 mei 1944 nam hij deel aan een propaganda-actie. Twee ploegen kalkten in die nacht de leus ‘De Jeugd in de Jeugdstorm’ op allerlei plekken van het Haarlemse plaveisel. In die nacht hoorde Van Sonsbeek iets wat hem niet zinde: “In de Paarlaarsteeg hadden mensen feest, daar is niets mis mee, maar zij zongen Leve Willemientje, Oranje Boven, Leve de Koningin en voor straf hebben we hun stoep vol gezet.” Hij vermeldde niet waarmee.

Nederlandse SS-er

Uit zijn dagboek blijkt duidelijk dat Van Sonsbeek meer en meer een echte nationaal-socialist werd. Vol bewondering luisterde hij naar toespraken van NSB-propagandist Max Blokzijl en van Mussert in de Concertzaal. Net als veel andere Jeugdstormers besloot hij uiteindelijk zich daadwerkelijk bij de bezetters aan te sluiten. Hij werd lid van de Nederlandse SS. Na de oorlog kwam hem dat op een veroordeling in het kader van de Bijzondere Rechtspleging te staan.

Jeugdstormdefilé.

Jeugdstormbijeenkomst op de Gedempte Oude Gracht. Hier was voor de kantoren der verzekeringsmij. ‘De Nederlanden van 1845’ een podium gemaakt, versierd met groen en op de achtergrond de beeltenis van een eeredraagster. Ook stonden er twee vlaggenmasten waarbij bij elke mast twee vlaggenposten stonden, met de nationale en met de Jeugdstormvlag.

Jeugdstormdefilé.

Jeugdstormdefilé.

Bronnen

* Dagboek van J.L. van Sonsbeek over de Nationale Jeugdstorm afd. Haarlem (1941-1944).
* Peter E.M. Hammann, Haarlem gaat mee met de NSB: de Nationaal Socialistische Beweging in Haarlem 1932-1945 (Haarlem 1987).
* Florence W.J. Koorn (red.), ‘Herinneringen aan de Eerste HBS-b in de jaren dertig en veertig’ in: Jaarboek Haerlem 1997 (Haarlem 1998), pp. 104-138.

* Ter inzage in het Noord-Hollands Archief.

Publicatiedatum: 11/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.