Moffenmeiden en nazi-zwijnen: bevrijd en berecht

Na de Bevrijding namen gewone burgers en oud-verzetsstrijders op veel plaatsen het recht in eigen hand. Moe en gefrustreerd na vijf lange oorlogsjaren werden NSB’ers en andere collaborateurs eens flink op hun plaats gezet. Hoge bestuurders werden gevangen genomen, ‘moffenmeiden’ hardhandig kaalgeschoren. Nu gold het recht van de sterksten.

Voor de vestingstad Naarden kwam de Bevrijding geen moment te vroeg. De Hongerwinter van 1944/45 had West-Nederland geen goed gedaan. Brandstof en eten waren haast niet meer te krijgen, meer dan 20.000 mensen stierven door kou en ondervoeding. Op 2 mei 1945 dropten de geallieerden nog een laatste maal voedsel boven Naarden. Bewoners van de vestingstad zagen de vliegtuigen vanaf bastion Nieuw Molen laag overvliegen. Twee dagen later bereikte het bericht van de Duitse capitulatie Naarden, waar de volgende ochtend vrolijk de vlaggen uitgehangen werden. Onder het oog van de Duitse soldaten hoste de Naardense jeugd door de straten.

Leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), de hoofdafdeling van het verzet, durfden zich vanaf dat moment openlijk op straat te vertonen. Op 7 mei paradeerden ze door de vesting, gekleed in een blauwe overall met oranje armband. Op hun hoofden een zwart geverfde vooroorlogse legerhelm. Ze arresteerden die dag een aantal NSB’ers, die ondergebracht werden in de Weeshuiskazerne tussen de Kloosterstraat en de Oude Haven.

Voor zware oorlogsmisdadigers werd een verblijfplaats ingericht op bastion Oud Molen. Op 10 mei, Hemelvaartsdag, namen de eersten van hen hun intrek in het fort. Met open wagens werden ze erheen vervoerd, zodat voorbijgangers ze goed konden zien. Naar verluid droeg één van hen een groot bord, met daarop de tekst: IK BEN DE BEUL VAN OMMEN. ‘Het is bekend, dat deze “zware jongens” een speciale behandeling ondervinden. Daartegen zal wel niemand bezwaar maken,’ grapte Het Vrije Volk op 10 juli 1945. Een zachtzinnige behandeling zal het zeker niet zijn geweest, zo blijkt uit ingezonden brieven van lezers die zich zorgen maakten over de gevangengenomen landverraders.

Gevangengenomen NSB’ers op de binnenplaats van de Weeshuiskazerne te Naarden, 1945. Op de voorgrond een bewaker en kapper Wijn met in zijn hand een bord met de tekst “Laat Wijn uw kapper zijn – Ex-Locoburgemeester Wijn Nazi zwijn”. De fotograaf is mogelijk D. Scheffer uit Naarden. Fotocollectie Naarden, Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen.

‘Wijn Nazi zwijn’

In juli 1945 kregen de oorlogsmisdadigers op Oud Molen gezelschap van een beruchte nazi-sympathisant: Piet Wijn. Wijn, van huis uit kapper, was tijdens de oorlog wethouder van de gemeente Naarden geweest. In april 1944 schopte hij het zelfs tot locoburgemeester. Zijn pro-Duitse houding maakte hem niet erg geliefd. Toen op Dolle Dinsdag (5 september 1944) de Bevrijding ineens heel dichtbij leek, vluchtte Wijn met zijn gezin naar Duitsland. Daar bleef hij tot het einde van de oorlog. Na de Bevrijding werd hij opgepakt en terug naar Nederland gebracht. We zien hem in juli 1945 gefotografeerd op de binnenplaats van de Naardense Weeshuiskazerne. Met uitgemergeld gezicht en ingedeukte hoed houdt hij een bord omhoog met de tekst: ‘Laat Wijn uw kapper zijn – Ex-Locoburgemeester Wijn Nazi zwijn’.

Na ondervraging in de Weeshuiskazerne voegde Wijn zich bij de andere oorlogsmisdadigers op Oud Molen. Dat zijn aanwezigheid van belang werd geacht, blijkt wel uit de volgende beschrijving in Het Vrije Volk: ‘Dezer dagen is er b.v. kapper Wijn gearriveerd, het manneke, dat zich als waarnemend burgemeester van Naarden in de historie van deze vestingstad door zijn daden onsterfelijk heeft gemaakt.’ Zij haar was inmiddels afgeschoren, dat werd als een passende ‘straf’ gezien voor iedereen die iets met de nazi’s te maken had gehad.

In de week na de bevrijding werden op enkele plaatsen in de Zaanstreek zogenaamde Moffenmeiden (van collaboratie verdachte vrouwen) kaalgeknipt en of geschoren, zoals hier in Zaandam, 6 mei 1945. Foto is afkomstig uit een fotoalbum van P.P. de Jong (1894-1955), collectie Gemeentearchief Zaanstad.

Zaanse ‘moffenmeid’

Je kunt je afvragen of het kaalscheren van een man als Wijn tijdens de warme julimaand nu echt zo wreed was. Voor vrouwen, wiens schoonheid toch vaak werd opgehangen aan hun sierlijke lokken, was deze straf vele malen erger. In de dagen na de Bevrijding ondergingen vele meisjes en vrouwen die zich hadden ingelaten met nazi-soldaten, de zogenaamde ‘moffenmeiden’, dit lot. Ze werden op straat in de kraag gegrepen en door ongetrainde handen kaalgeknipt, vaak voor een groot aantal toegestroomde toeschouwers. De maanden erna konden ze niet over straat lopen zonder uitgescholden te worden.

Op een foto uit de Zaanstreek is te zien hoe een tienermeisje de dag na de Bevrijding hardhandig wordt kaalgeknipt. Opvallend is de jonge leeftijd van haar belagers, stuk voor stuk jongens die veel plezier lijken te hebben in de vernedering. De middelste jongen op de foto lijkt zelfs een mes in zijn hand te hebben in plaats van een schaar. Met zijn linkerhand trekt hij een korte lok haar omhoog, terwijl zijn rechterhand het mes in de aanslag houdt. Terecht of niet, er waren destijds ook stemmen te horen tegen dit gedachteloos botvieren van frustratie: ‘De moffen zijn weg, maar hun manieren nog niet.’ De nieuw verworven vrijheid was nu eenmaal voor iedereen weer even wennen.

De twee foto’s uit dit artikel behoren tot de selectie van de 50 meest aansprekende oorlogsfoto’s van Noord-Holland. Deze selectie is op 15 januari 2020 in het provinciehuis te Haarlem gepresenteerd. Een stemming zal uitwijzen welke Noord-Hollandse foto’s zullen meedingen naar de nationale selectie van 100 oorlogsfoto’s die eind maart bekendgemaakt wordt. Houd de website van in100fotos.nl in de gaten om op de hoogte te blijven van de selectieprocedure.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Publicatiedatum: 21/01/2020