Objecten uit de oorlog: collaboratie

In het kader van 75 jaar bevrijding geeft Oneindig Noord-Holland dit voorjaar een overzicht van de meest spraakmakende oorlogsobjecten uit Noord-Hollandse collecties. De voorwerpen hebben elke maand een ander thema. Van een NSB-boek tot een verradersloon, deze maand staan de collaborateurs centraal.

Blijk van waardering

De Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) verspreidde vanaf 1931 het nazi-gedachtegoed in Nederland. Tijdens de bezetting collaboreerde de partij met de Duitse machthebber. Voorman van de NSB was Anton Mussert, die ook wel de ‘Leider’ werd genoemd. Op 11 mei 1942 vierde Mussert zijn achtenveertigste verjaardag. Van rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart kreeg hij een bijzonder cadeau. Een enorm boek met een bruine leren omslag en een gewicht van ruim 15 kilo: Die Niederlande und das Reich. Dokumente aus vier Jahrhunderten. In de inleiding van het boek is te lezen dat Seyss-Inquart met dit boek de samenwerking tussen Nederland en Duitsland wilde bevorderen. Beide volken werden immers als ‘broedervolken’ gezien. Het was voor Mussert een grote eer om zo’n kostbaar verjaardagscadeau te ontvangen van Seyss-Inquart, de hoogste Duitse autoriteit in Nederland. Daarmee gaf de rijkscommissaris blijk van zijn waardering voor Mussert en de NSB.

Boek met leren omslag: ‘Die Niederlande und das Reich’. Collectie NIOD.

Judaspenningen

Een oud salarisstrookje, meer lijkt het niet. Maar die stukje papier bevat een kwitantie voor het ‘inleveren’ van ondergedoken joden bij de Duitse instanties. Een lucratieve bezigheid, want de verrader kon rekenen op een bedrag van 7,50 gulden per persoon. Een ondergedoken gezin van vijf personen leverde dan al gauw 37,50 op, een flink bedrag in de arme oorlogsjaren. De persoonlijke gegevens van de vijf arrestanten staan bovenaan het formulier vermeld. Hun verrader was lid van de Colonne Henneicke, een organisatie onder leiding van Willem Henneicke, die tussen maart en oktober 1943 zo’n 8000 tot 9000 ondergedoken joden in Amsterdam oppakte. De kwitantie diende als bewijs dat de verrader zijn ‘verdiende loon’ ontvangen had.

Kwitantie van Colonne Henneicke. Collectie NIOD.

Een nieuwe mens voor een nieuwe tijd

Zowel de nazi’s als de NSB maakten bij het verspreiden van hun gedachtegoed gebruik van propaganda. Sterke beelden zouden de massa’s overtuigen, zo werd geredeneerd. Het schilderij De Nieuwe Mensch is zo’n veelgebruikte beeltenis. Centraal staat een gespierde man met een Arisch uiterlijk, die met een zwaard de oude orde te lijf gaat. De boodschap is duidelijk: een nieuwe tijd was aangebroken. Het schilderij is omstreeks 1937 geschilderd door Henri van de Velde en in 1940 cadeau gegeven door zakenman Van Leeuwen Boomkamp. De ontvanger was NSB-leider Anton Mussert, die met het dramatische schilderij wel raad wist. Hij hing het in zijn werkkamer en vertelde aan iedereen die het wilde horen dat het schilderij speciaal voor hem gemaakt was. Vanaf 1942 zette de NSB het schilderij ook in als propagandamateriaal. Er werden affiches en briefkaarten met de beeltenis gedrukt en verspreid, om het volk van het nazi-gedachtegoed te overtuigen.

Schilderij De Nieuwe Mensch van Henri van de Velde. Collectie Rijksmuseum.

Vriendschappelijk vuur

De Duitsers grepen elke mogelijkheid aan om propaganda voor de nazi-zaak in te zetten. Zo ook tijdens de februaridagen van 1944, toen Nijmegen, Enschede, Deventer en Arnhem gebombardeerd werden door geallieerde vliegtuigen. De vliegers waren op weg naar Duitsland, maar konden vanwege slecht weer niet verder. Ze kozen ervoor om gelegenheidsdoelen op Nederlands grondgebied te bombarderen, om de Duitsers dwars te zitten. Een verkeerde inschatting zorgde er echter voor dat Nijmegen zwaar getroffen werd en meer dan 800 inwoners overlijden. Dit affiche toont de vallende bommen, met daaronder de tekst: ‘Van je vrienden moet je ’t hebben!’ Daarmee gebruikten de Duitsers de ongelukkige bombardementen om Nederlandse burgers ervan overtuigen de geallieerden niet als bondgenoten te beschouwen. Want welke vrienden doen er zoiets vreselijks? Uiteraard werden de gruwelijkheden van de Duitsers voor het gemak buiten beschouwing gelaten.

Duits propaganda affiche. Collectie NIOD.

Het kapsel van verraad

Na de Bevrijding namen gewone burgers en oud-verzetsstrijders op veel plaatsen het recht in eigen hand. Moe en gefrustreerd na vijf lange oorlogsjaren werden NSB’ers en andere collaborateurs eens flink op hun plaats gezet. Hoge bestuurders werden gevangen genomen, ‘moffenmeiden’ hardhandig kaalgeschoren. Moffenmeiden waren meisjes en vrouwen die tijdens de oorlog een relatie met een Duitser hadden gehad. Onder grote publieke belangstelling werden deze ‘landverraders’ uit hun huizen getrokken en op straat door ongetrainde handen kaalgeschoren. Deze tondeuse met een oranje lintje is waarschijnlijk in Amstelveen gebruikt om moffenmeiden kaal te scheren. Terecht of niet, er waren destijds ook stemmen te horen tegen dit gedachteloos botvieren van frustratie: ‘De moffen zijn weg, maar hun manieren nog niet.’ De kaalgeschoren meisjes konden in de maanden die volgden in ieder geval niet normaal over straat zonder nageroepen te worden.

Metalen tondeuse met een oranje lintje. Collectie Verzetsmuseum Amsterdam.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Deze objecten zijn in 2014 te zien geweest in de tentoonstelling ‘De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen’ in de Kunsthal Rotterdam. De teksten zijn gebaseerd op de bijbehorende gids bij de tentoonstelling, geschreven door Rian Verhoeven.

Publicatiedatum: 25/03/2020