‘Geen knoop van mijn gulp voor de Winterhulp!’

De meeste winters van de Tweede Wereldoorlog waren streng. De winter van 1941-1942 was zelfs de koudste sinds 1789 en te vergelijken met die van 1963. Veel mensen leefden in armoede en daar maakte de Duitse bezetter gebruik van. De Duitsers richtten op 22 oktober 1940 de Winterhulp Nederland op, een kopie van de Winterhilfswerk des Deutschen Wolkes. Ze wilden laten zien dat ze de zwakkere Nederlanders steunden, om zo een wit voetje te halen bij de bevolking.

Affiche voor de Winterhulp uit 1940.

Affiche voor Winterhulp Nederland (1940). Beeld: Nationaal Archief via Wikimedia Commons

Affiche voor de Winterhulp uit 1940.Affiche voor de Winterhulp uit 1940.

De landelijke Winterhulp

Winterhulp Nederland gaf waardebonnen van fl. 0,50, fl. 1,- en fl. 2,50 uit, die mensen konden besteden bij de plaatselijke middenstand. De winkeliers konden de bonnen op hun beurt verzilveren bij de banken. Het geld kwam binnen door middel van collecten, giften en loterijen. Collectanten gingen met rode bussen langs de deuren of ze stonden op straat. Vooral de loterijen waren een groot succes. De loten kostten fl. 0,50 per stuk en er werden zo’n 16 miljoen van verkocht.

Aan het begin van de oorlog kon de Winterhulp genoeg collectanten vinden, maar het wantrouwen nam toe. Daar droegen verschillende factoren aan bij. Ten eerste raakten de mensen geïrriteerd, want er werd steeds vaker gecollecteerd. In maart 1941 kwam de Winterhulp niet minder dan acht keer aan de deur. Het feit dat de beruchte NSB’er Meinoud Rost van Tonningen lid was van het erecomité werkte ook weinig begunstigend. Er gingen steeds meer proteststemmen op en de Winterhulpposters werden afgescheurd of beklad met leuzen als ‘Geen knoop van mijn gulp voor de Winterhulp’. Het idee dat alleen landverraders rondgingen met de rode collectebus won terrein.

De Winterhulp bleek ook veel meer dan Duitse behulpzaamheid. Met de oprichting wilden de Duitsers ervoor zorgen dat andere hulporganisaties overbodig werden. Organisaties als diaconieën en armbesturen kregen geen vergunningen meer en het collecteren werd ze verboden. Toch zetten de instellingen hun werkzaamheden door, want de Winterhulp was slechts een ontoereikende aanvulling. Een landarbeidersgezin met drie jonge kinderen uit Nieuwer-Amstel kreeg bijvoorbeeld maar fl. 15,- per jaar, wat niet meer was dan zijn sobere weekloon.

Affiche voor de Winterhulp uit 1943.

Affiche voor Winterhulp Nederland (1943). Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Affiche voor de Winterhulp uit 1943.Affiche voor de Winterhulp uit 1943.

De Winterhulp in Ouder-Amstel

Overal in het land kreeg de Winterhulp plaatselijke afdelingen met de burgemeester aan het hoofd. Alle mensen uit Ouder-Amstel die aan het begin van de oorlog dachten dat ze in aanmerking kwamen voor een bijdrage van de Winterhulp, konden zich melden bij J. Hekman in Ouderkerk. Dat is opvallend, want aan het einde van de oorlog gaf hij leiding aan het plaatselijke verzet. De Winterhulp werd aanvankelijk dus niet alleen bezet door NSB’ers.

De berichtgeving over de Winterhulp in Ouder-Amstel is summier. Over de inkomsten is wel bekend dat de eerste collecte fl. 300,23 opbracht. Dat was op 29 november 1940 en de gemeente legde er nog fl. 200,- bij. Vier maanden later werd er in de laatste week van maart nog maar fl. 201,49½ opgehaald, wat met zo’n 5300 inwoners neerkomt op nog geen fl. 0,04 per bewoner. In november 1941 moest burgemeester Godfried van Voorst tot Voorst concluderen dat de inwoners van Ouder-Amstel de Winterhulp niet meer gunden dan een fooi. Dat bleek die winter ook weer: de opbrengst van heel seizoen 1941-1942 was niet hoger dan fl. 905,-.

Eind 1944 was het in heel Nederland gedaan met de Winterhulp. Na Dolle Dinsdag op 5 september 1944 stortte de steun helemaal in en tijdens de Hongerwinter was dus ook geen Winterhulp beschikbaar om de Nederlanders te ondersteunen. Uiteindelijk is de Winterhulp niet toereikend gebleken en vielen de opbrengst en daarmee het succes zeer tegen.

Auteur: Lars van der Kooij

VrijheidNH

Ieder jaar gedenken we oorlogsslachtoffers en staan we stil bij het grote geluk om in vrijheid te kunnen leven. In 2017 is de Nationale Viering van de Bevrijding in Noord-Holland. Oneindig Noord-Holland maakt de verhalen en plaatsen van betekenis in tijden van oorlog en vrede, vrijheid en onvrijheid zichtbaar en tastbaar. De verhalen over vrijheid en onvrijheid in Noord-Holland vertellen kan alleen dankzij drie belangrijke opdrachtverstrekkers en partners: de Provincie Noord-Holland, het Nationaal Comité 4 en 5 mei en Bevrijdingspop Haarlem. Oneindig Noord-Holland verzamelt en bewaart zoveel mogelijk verhalen over vrijheid en onvrijheid voor de toekomst. Dit verhaal maakt onderdeel uit van deze campagne. Klik hier voor alle verhalen over vrijheid.

Bron

Peter van Schaik, ‘Winterhulp Nederland in Ouder-Amstel’, Speuren en ontdekken, historisch nieuwsblad van Ouder-Amstel (mei 2015).

Publicatiedatum: 16/03/2017