Van lopen voor je leven tot wanderlust

Pure ontspanning: de wind door je haar, frisse lucht opsnuiven, weg van de drukte en prachtige nieuwe plekjes ontdekken. Dat is wat wandelen met een mens kan doen. Toch is wandelen door de eeuwen heen lang niet altijd een uitje geweest. Vaak was het zelfs pure noodzaak.

Lopen voor je leven

Voor Cees de Steentijdman was wandelen zeker niet ontspannend. Als vroege inwoner van West-Friesland, zo’n 4,5 duizend jaar geleden, scharrelde hij zijn kostje bij elkaar als boer en door te jagen. Al sinds mensen voor het eerst rechtop lopen, gebruiken ze hun benen en voeten om te jagen en voedsel te zoeken. Cees heeft hoogstwaarschijnlijk ook letterlijk gelopen voor zijn leven: hoe hij precies aan zijn einde is gekomen is niet te zeggen, maar mogelijk is hij aangevallen door een wild dier. De helft van zijn skelet lag in het graf. De benen ontbraken, en werden later aangevreten teruggevonden.

Cees de Steentijdman. Beeld: Kenneth Stamp.

Tochten door het natte land

In de Romeinse tijd was het Oer-IJ, de meest noordelijke vertakking van de Rijn op de plek waar nu Castricum ligt, zeer onherbergzaam. De monding van de rivier was verzand en de stam die er leefde, de Frisii, woonde in zompige moerassen. De Romeinen waren er niet erg op gebrand om dit gebied in te lijven, maar probeerden het nog wel te onderwerpen en maakten te paard, te water en te voet tochten door ons natte land. Daarmee legden ze de basis voor een infrastructuur die handel en militaire controle mogelijk maakte, tot ze zich in het jaar 47 definitief terugtrokken in het gebied achter de Oude Rijn.

Een wandelend paar rond 1520, Lucas van Leyden. Collectie Rijksmuseum.

Van troubadour tot pelgrim

De middeleeuwen waren een onveilige periode voor mensen die zich te voet verplaatsten, de wegen waren slecht en ziektes verspreidden zich snel. Toch wandelden er genoeg mensen, van zigeuners en geboefte tot marskramers en troubadours. Er wandelden zelfs mensen voor hun plezier, zo blijkt uit een verdrag uit 1553. Reizigers te voet die weinig te besteden hadden, konden terecht op speciale overnachtingsplaatsen, bijvoorbeeld in de huidige waag van Alkmaar. Tot aan het Beleg van Alkmaar was hier het ‘Heylighe Geestgasthuis‘ in gevestigd. Voor maximaal drie nachten mochten de wandelaars hier blijven.

De Sint Adelbertabdij in Egmond-Binnen. Beeld: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed via Wikimedia Commons.

Ook pelgrims die naar verschillende bedevaartsoorden in Noord-Holland gingen verplaatsten zich te voet. Eén van die oorden was de Sint Adelbertabdij in Egmond-Binnen. Het is de oudste abdij van Holland en werd aan het begin van de tiende eeuw gesticht door graaf Dirk I van Holland. De abdij kent een roerige geschiedenis, maar nog altijd komen er mensen heen om Adelbert te vereren. Naar Bergen kwamen van heinde en verre pelgrims om te bidden tot het Mirakel van Bergen, dat plaatsvond op de plek van de huidige Ruïnekerk. Ook Heiloo verwelkomde door de eeuwen heen vele pelgrims. Hier vind je de grootste Mariabedevaartplaats in Nederland: Onze Lieve Vrouwe ter Nood.

Buitenplaats Nijenburg. Beeld: Mike Bing via Flickr.

Weg van de stank

Vanaf de Gouden Eeuw gingen mensen steeds liever naar buiten om daar te genieten van de natuur. Rijke families pakten dit rigoureus aan: ze lieten schitterende buitenplaatsen aanleggen in de achtertuinen van hun stadse leven, waar ze konden ontspannen en de stank van de grachten achter zich lieten. Een van die buitenplaatsen was Nijenburg, dat werd gebouwd door de familie Van Egmond van de Nijenburg. Vanaf 1705 werd deze ‘groote woninghe’ voorzien van bossen, landerijen en een formele tuin waar naar hartenlust kon worden gewandeld.

Door de jaren heen zijn veel buitenplaatsen verdwenen. Soms kregen deze een nieuwe bestemming, bijvoorbeeld Landgoed IJpensteijn aan de Kennemerstraatweg in Heiloo. Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes veranderden het oude landgoed in 1928 in een psychiatrische inrichting, bedoeld voor rooms-katholieke mannen uit heel Nederland. De Sint Willibrordusstichting, zoals IJpensteijn nu heet, helpt nog altijd mensen uit de put. Van een afstandje is het markante gebouw te herkennen door de groene koepel.

Kaart van Haarlem’s omstreken met plan van Bad Zandvoort, 1902. Beeld: Noord-Hollands Archief.

Iedereen aan het wandelen

De Verlichting, de Romantiek, de opkomst van het toerisme en de spoorwegen zorgden ervoor dat er een ware volkssport werd geboren: iedereen sloeg aan het wandelen. Rond 1900 kende Noord-Holland twee beroemde voortrekkers op het gebied van natuurbescherming en de wandelsport: Frederik van Eeden en Jac. P. Thijsse. Van Eeden introduceerde in zijn boeken de term ´natuurmonument´ en Thijsse bracht in zijn prentenboeken de natuur en het Nederlandse landschap onder de aandacht van het grote publiek.

Wandelen. Beeld: David Marcu via Unsplash.

Van alle tijden

Niet veel later ontstonden de eerste wandelverenigingen die trainingstochten organiseerden. Hierbij gaat het vooral om sportieve prestaties en gezelligheid, in plaats van om een reflexieve natuurervaring. Rond de jaren ´70 kwamen de groepsverbanden, uniformen en medailles op een hoogtepunt, maar daarna neemt de populariteit gestaag af. Tegenwoordig is er voor iedereen wel een aansprekende wandeltrend, van Nordic Walking tot blotevoetenpad. Wat blijft is het bewegen en het ontdekken van de omgeving, dat is van alle tijden en voor alle leeftijden.

Auteur: Eva Bleeker

Bronnen

NOS – Cees uit de Prehistorie krijgt een gezicht
Huis van Hilde – Verkeer en land in de Romeinse tijd
Huis van Hilde – De Romeinse kust
Oneindig Noord-Holland – Romeinse munten in Noord-Holland
Historisch Egmond – Egmond aan den Hoef
Zilvervis.net – De geschiedenis van het recreatieve wandelen

Publicatiedatum: 31/03/2017

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.