De Runxput bij Onze Lieve Vrouwe ter Nood nabij Heiloo

Ten zuiden van Heiloo bevindt zich de grootste Mariabedevaartplaats van Nederland: Onze Lieve Vrouwe ter Nood. De geschiedenis van de bedevaart naar deze plek gaat zeker terug tot het begin van de 15e eeuw. Tot het complex behoort een bron die geneeskrachtig water zou bevatten. Deze Runxput dateert mogelijk van veel langer geleden.

Book 2 min

De Roriksput

De bron in het huidige bedevaartsoord van Onze Lieve Vrouwe ter Nood, in het gehucht Kapel tussen Heiloo en Limmen, wordt het eerst genoemd in een Latijnse tekst uit de 11e eeuw als ‘puteus Rorikespit dictus’ (de bron genaamd Roriksput). De herkomst van de naam is onduidelijk. Er wordt wel gedacht aan een verband met de Vikinghoofdman Rorik (9e eeuw) en een oudere rituele heidense plek in Oesdom, zoals Kapel vroeger heette, die later gekerstend zou kunnen zijn.

Wisselende devotie

Over de gang van zaken rond het kerstenen van deze ‘Runxputte’ is weinig bekend. In 1409 werd een kapel in gebruik genomen die volgens de overlevering gebouwd was na de vondst van een Mariabeeldje bij de put eind 14e eeuw. De kapel was gebouwd op een heuvel die later Kruipberg werd genoemd omdat processies rond de kapel meestal kruipend werden gehouden. In korte tijd werd de Mariakapel een druk bezocht bedevaartsoord maar in 1573 werd de kapel verwoest bij het beleg van Alkmaar. De laatste brokstukken werden in 1637 op last van de Staten van Holland verwijderd en de put vernield om een eind te maken aan de stroom pelgrims. Maar toen het water van de bron in 1713 weer ging stromen en er wonderbaarlijke genezingen plaatsvonden nam de devotie toch toe. In de 18e eeuw was Heiloo dankzij het water een soort Hollands Lourdes, waar zelfs uit Brabant en Limburg bedevaartgangers naar toe kwamen. ’s Nachts waren er kaarsenprocessies van soms wel 300 mensen en zelfs de protestanten putten het geneeskrachtige water.

De Runxput en de voorhof.

Een tijdelijk einde

De lokale overheid had in eerste instantie de bron door een bekisting laten beschermen en een uitgebreid onderzoek ingesteld naar het ontstaan, waarna de omgangen ongestoord doorgang mochten vinden. Dat de bedevaart kon rekenen op tolerantie zal ook te maken hebben gehad met de omstandigheid dat de overheid een deel van de opbrengst van de offerbus kreeg.

Later veranderde de houding van het gezag echter en de heilige plaats werd in 1768 afgegraven en beplant. In het begin van de 19e eeuw werden de laatste relicten van de Mariaverering verwijderd, waardoor de omgangen in de open lucht tot een einde kwamen.

Herleving

In het begin van de 20e eeuw werd, om de traditie weer op te pakken en de verering te doen herleven, het terrein waarop kapel en put zich hadden bevonden aangekocht door de plaatselijke pastoor en werden de resterende funderingen van de kapel opgegraven. Daarbij werd in 1905 de put aangetroffen. De bouw van een bedevaartskerk volgde en tussen 1915 en 1920 werd rond de kerk een park aangelegd. In 1930 bouwde men tenslotte de genadekapel rond de Runxput, waarbij de put een centrale plaats heeft in de door een zuilengang omgeven voorhof van de kapel. Kerk en kapel zijn ontworpen door architect Jan Stuyt. Het complex is een provinciaal bouwkundig monument.

Publicatiedatum: 02/06/2014

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

NL | EN