Mysterie zilverschat Westwoud moet nog ontrafeld worden

De Zilverschat van Westwoud. Het zou de titel van een spannend kinderboek kunnen zijn. Maar de schat is ècht en momenteel in het Westfries Museum in Hoorn te bewonderen.

De kruik en de munten. De kruik geeft een goed beeld van de kan waarin de zilveren munten zijn begraven, maar is, in tegenstelling tot de munten, niet origineel Foto: Fleur Schinning, Archeologie West-Friesland

De kruik en de munten. De kruik geeft een goed beeld van de kan waarin de zilveren munten zijn begraven, maar is, in tegenstelling tot de munten, niet origineel Foto: Fleur Schinning, Archeologie West-FrieslandDe kruik en de munten. De kruik geeft een goed beeld van de kan waarin de zilveren munten zijn begraven, maar is, in tegenstelling tot de munten, niet origineel Foto: Fleur Schinning, Archeologie West-Friesland

In een korte filmpje, dat op de website van het Westfries Museum is te bekijken, zegt één van drie amateurarcheologen, die 88 zilveren munten uit de 16e eeuw ontdekten, ‘Ik kan het nog steeds niet geloven.’ Dat gold ook voor de directeur van de dienst Archeologie West-Friesland, toen hij de met een metaaldetector ontdekte munten voor zich op een tafeltje zag liggen: “Mijn mond viel open van verbazing.”

De zilveren munten zijn in het najaar van 2016 gevonden op ‘een agrarische lokatie’ in Westwoud, één van de acht dorpen van de overwegend agrarische gemeente Drechterland. De burgemeester van Drechterland, Michiel Pijl, was dan ook apetrots dat hij de munten met de afbeelding van Filips II, die in de zestiende eeuw het courante betaalmiddel waren in het Spaanse rijk, in het Westfries Museum mocht presenteren.

De schat bestaat uit hele en halve daalders, die tussen 1557 en 1571 zijn geslagen. Ze zijn van puur zilver en ze zien er zo goed uit omdat ze vermoedelijk nooit zijn gebruikt. De munten zijn zeer waarschijnlijk begraven in een tijd dat Hoorn en Enkhuizen weliswaar een grote bloei doormaakten (1570-1575), maar het West-Friese platteland daarentegen zwaar leed onder de strijd tussen Spanjaarden en geuzen.

Bij de opgraving zijn ook een henricusdaalder (1558-1568) (zie foto) en een karolusgulden (1542-1552) gevonden. Foto: Fleur Schinning, Archeologie West-Friesland

Bij de opgraving zijn ook een henricusdaalder (1558-1568) (zie foto) en een karolusgulden (1542-1552) gevonden. Foto: Fleur Schinning, Archeologie West-FrieslandBij de opgraving zijn ook een henricusdaalder (1558-1568) (zie foto) en een karolusgulden (1542-1552) gevonden. Foto: Fleur Schinning, Archeologie West-Friesland

Plunderend

De Spaanse overheerser hief zoveel belasting, dat ze de economie helemaal lam legden. Maar de geuzen konden er ook wat van. Nadat de Westfriese steden Hoorn en Enkhuizen de kant van Willem van Oranje hadden gekozen, trokken de Oranjegezinde geuzen al plunderend het platteland in. Omdat ze geen soldij kregen, persten ze de bevolking af met grof geweld. Boeren werden met ophanging bedreigd als ze hun zin niet kregen, of ze werden gemarteld of mishandeld. Aan werken kwamen de arme boeren van Westwoud nauwelijks meer toe, zo legde Ad Geerdink, directeur van het Westfries Museum uit tijdens de perspresentatie. “We zeggen vaak dat de Spanjaarden de kwaden waren en de geuzen de goeden, maar zo simpel lag het niet.”

In 1573 dreigde een Spaanse strafexpeditie de opstandige steden een lesje te leren. De geuzen kregen versterking van huursoldaten uit Duitsland. Het was ongeregeld volk, dat in de steden niet werd toegelaten. Vandaar dat ze naar het platteland trokken. De West-Friese boeren zaten dus klem tussen twee kwaden: de Spanjaarden aan de ene en de plunderende geuzen aan de andere kant.

Tegen die achtergrond moet een West-Friese boer hebben besloten om zijn spaargeld te begraven, in afwachting van betere tijden. Geerdink: “In die tijd was dat, bij gebrek aan banken, helemaal niet ongebruikelijk.” Waarom de boer in kwestie zijn schat nooit heeft opgegraven, weten we niet. “Dat is voorlopig in de mist van de geschiedenis verborgen.”

Dankzij steun van de Vrienden van het Westfries Museum konden 38 munten worden aangekocht, terwijl de overige twee vinders hun aandeel in de zilverschat voor twee jaar in bruikleen aan het museum hebben gegeven. “Dat geeft ons de tijd om onderzoek te doen naar het volledige verhaal achter de zilverschat van Westwoud,” aldus de museumdirecteur.

De Filipsdaalders waren spatgaaf. Foto: Fleur Schinning, Archeologie West-Friesland

De Filipsdaalders waren spatgaaf. Foto: Fleur Schinning, Archeologie West-FrieslandDe Filipsdaalders waren spatgaaf. Foto: Fleur Schinning, Archeologie West-Friesland

Verbazing

Toen Michiel Bartels, directeur van de dienst Archeologie West-Friesland, hoorde dat er weer een paar zilveren munten waren gevonden, viel hij nog niet meteen van zijn stoeltje. “Dat gebeurt natuurlijk wel vaker. Meestal komen mensen met een zakje of een doosje naar ons toe. Daar zitten dan vaak een paar koperen munten in, een oude vingerhoed of een loden kogel. Dat archiveren we vervolgens netjes. Maar in december kregen we bezoek van drie heren en stonden we voor een tafel vol zilveren munten. Mijn mond viel open van verbazing. Ik ben geen muntenkenner, maar dit waren er wel èrg veel en ze zagen er spatgaaf uit.”

De meeste munten die bij opgravingen, bijvoorbeeld in de stad, worden gevonden zijn vaak door veelvuldig gebruik helemaal afgesleten. “Deze munten zien er uit of ze zo bij de muntmeester vandaan komen; ze zijn nauwelijks in omloop geweest.”

Wat de muntschat waard is, is moeilijk te zeggen. Museumdirecteur Geerdink: “Het enige dat we kunnen zeggen is dat de waarde gelijk staat aan anderhalf jaar salaris van een geschoolde ambachtsman in de zestiende eeuw. Naar deze tijd vertaald zou je er een mooie, luxe Duitse auto met vier ringen van kunnen kopen.”

Overigens is de stenen kruik, die bij de munten is te zien, niet origineel. Het origineel is door het ploegen van de akker aan gruzelementen gegaan. De scherven zijn wel, samen met de munten, te bewonderen, maar de getoonde kruik komt van een opgraving bij Enkhuizen. Maar dat mag de pret niet drukken. De munten zijn in ieder geval ècht, zei de burgemeester van Drechterland. En daar gaat het tenslotte om.

De muntencollectie is tot 1 september in het Westfries Museum te zien. Bewoners van Drechterland krijgen een flyer waarmee ze in april gratis de in hun gemeente gevonden zilverschat mogen bekijken. De rest van Nederland mag een kaartje kopen.