In café Scheltema bén je iemand

Coronatijden. Achter de Dam in Amsterdam is het stil bij café Scheltema. Eén voordeel, de normaal drukbezette uitbaters Joke en Wim hebben nu alle tijd om te vertellen over het beruchte verleden van het café en wat Scheltema in hun ogen zo essentieel maakt. “Je bént iemand als je hierbinnen komt.”

De ideale uitbaters

De stilte in het centrum van Amsterdam wordt bij de Nieuwezijds Voorburgwal opgevuld met het getril en gebrom van zware machines. Langs de opengebroken straat ligt café Scheltema, waar Joke (60) en Wim Junior (57) de Lange me ontvangen. Ze zijn broer en zus én de uitbaters van het bekende Amsterdamse café. Het voelt alsof ik thuis bij ze op de visite ben. Aan het tafeltje in de hoek zitten ze ontspannen tegen de muur aan. De wanden achter hen hangen vol met familiefoto’s en -parafernalia.

Wim is een enthousiaste wervelwind die veel met zijn handen praat en Joke heeft een invoelende blik die je binnen een half uur je levensverhaal laat oprakelen. De Amsterdammers beamen dat ze beiden geen blad voor de mond nemen en met hun vele jaren mensenkennis, opgedaan achter de toog, vliegen de tegeltjeswijsheden door de zaak. Inmiddels werken Joke en Wim al bijna veertig jaar samen. En dat gaat zoals in elk familiebedrijf met ups en downs. Joke, lachend: “We kunnen elkaar helemaal uitschelden. En na tien minuten zeggen we: “Wil je koffie?”.

Joke en Wim, met rechtsboven een foto van hun vader Wim senior. Foto: Inge Molenaar.

“Heren?”

Voordat het OPEN-bordje voor maanden tijdens de lockdown (vanwege de Covid-19-crisis, red.) naar binnen werd gedraaid, was er op een normale dag in Scheltema een diversiteit aan mensen te vinden. Joke wijst verschillende tafels in het café aan: “We hebben notarissen, officieren van justitie, uitgevers, vertalers.” Wim vult aan: “Maar ook mensen die in een boekhandel hebben gewerkt. De mensen van de Bijenkorf, de Slegte kwamen hier. De mensen van de Fortis-bank die op het Rokin zat en nog steeds een keer per jaar langskomen.”

Het is een clientèle die in de loop van de eeuw het café heeft weten te vinden. Op 28 april 1908 werd het café geopend door A.P. Scheltema, beter bekend als Appie Scheltema. De beruchte Appie, volgens Wim en Joke. Dol op vrouwen en bier, volgens Wim. Joke: “Welke man niet?” Wim: “Dat moet je maar niet opschrijven.” Al voor de oorlog trok het café al journalisten van onder andere het Algemeen Handelsblad, De Telegraaf, Het Volk en De Tijd. Appie stond erom bekend streng te zijn. Dronkenschap werd niet getolereerd en rondjes van de zaak waren schaars.

De vader van Joke en Wim, Wim senior, werkte vanaf 1961 in het café als oberkelner. Wim gaat rechtop in zijn stoel zitten en trekt een uitgestreken gezicht. “Het ging er een stuk statischer aan toe. Niet “Hé mannen, zeg het eens” maar “Heren!”” Op charmante wijze werden de drinkbehoeften van de gasten vervuld en werden opstandige bezoekers op de vingers getikt. Na een paar jaar, in 1967, neemt Willem senior de zaak over van Appie, die op het advies van de dokter stopte met het werk.

Nieuwezijds Voorburgwal 242 – 250 (ged.) v.r.n.l., op nummer 242 Café Scheltema, 1994. Vervaardiger: Han van Gool. Stadsarchief Amsterdam / Collectie Bureau Monumentenzorg: negatiefvellen, Afbeeldingsbestand BMAB00013000053_001.

Een Amsterdamse Fleetstreet

Het was een ‘beruchte tijd’, aldus Joke en Wim. De kantoren van de grote kranten lagen in dezelfde straat als café Scheltema. Joke: “Vroeger bruiste het hier. Een Amsterdamse Fleet Street.”. Een nieuwe generatie journalisten van Het Parool, De Volkskrant, Trouw, De Waarheid, De Groene Amsterdammer en Elsevier wisten het cafe na de Tweede Wereldoorlog te vinden. Het café werd ‘onderdeel van de kranten’. Vergaderingen en interviews werden aan de toog gehouden. Schrijvers voor het Parool zoals Annie M.G. Schmidt, Max Nord en Simon Carmiggelt waren kind aan huis.

Het café trok ook andere bezoekers. In de jaren zestig werd de klandizie verbreed met de komst van kunstenaars zoals Wim T. Schippers, Jonny van Doorn, Kees van Kooten en (natuurlijk) Wim de Bie. Topsporters zoals Jan Mulder en Piet Keizer. Joke en Wim weten nog een hele rij namen te noemen. Wim somt op: “In mijn tijd van mijn vader kwamen de Kraaykamps, de Gooyer. Op deze plek kwam de hele showbizz, de D66 is hier zelfs opgericht met Hans van Mierloo.”

Hun vader, ‘een flamboyante Amsterdammer’ volgens Joke, was naast kroeguitbater in hart en nieren vooral een sportmasseur. Boven het café bouwde hij een sportschooltje. Terwijl het personeel in de kroeg de gasten bedienden, masseerde Wim senior boven bekende topsporters of vloog met Nederlandse teams de wereld over. Achter Wim en Joke is een foto te zien van het Nederlandse hockeyteam in de jaren tachtig met hun vader stralend in het midden.

Het in ontvangst nemen van de marmeren ronde tafel, die nog steeds in het café staat. Foto: Inge Molenaar.

Aan deze tijd kwam een eind toen de redacties verdwenen aan het eind van de jaren zeventig uit de Nieuwezijds Voorburgwal. Trouw en de Volkskrant verhuisden naar de Wibautstraat. Het Algemeen Handelsblad verliet Amsterdam en fuseerde met de Rotterdamse NRC. Niet alleen de redacties vertrokken, ook de banken verhuisden naar nieuwe goedkopere locaties. De verhuizingen deden Scheltema pijn. Van drie à vier keer per week vaste stamgasten over de vloer naar een bijna lege kroeg.

Toen ze zelf als tieners achter de toog begonnen aan het begin van de jaren tachtig zaten ze in het ‘laatste stukje van de beruchte tijd’. Ze zeggen dat sindsdien de sfeer in de straat is veranderd. De Nieuwezijds Voorburgwal is haar bruisende karakter verloren. Met de komst van een grote supermarkt recht achter de Dam kiezen meer mensen ervoor snel wat te nuttigen in plaats van deze bruine kroeg binnen te stappen. Toeristen blijven weifelend voor de deur staan, maar lopen vaak door.

Joke vertelt: “Het was vroeger veel vrijer. Er werd meer gedronken en gerookt. Eigenlijk was het veel moderner en opener dan nu.” Wim wijst naar het bruine plafond. “Als je kijkt naar dit plafond: dit is niet geverfd, dit is het nicotine.” Joke knikt melancholisch mee. Wim gaat vurig verder, “Vroeger werden we dronken in Scheltema. Hier kwamen de redacteuren.” Joke vult aan: “En die gingen elf uur lam de zaak uit.” Ze schaterlachen. Als het aan hen ligt mogen de oude tijden weer snel herleven.

Nieuwezijds Voorburgwal 242. Interieur café “Scheltema ” met eigenaar de heer Wim de Lange. 9 juli 2002. Vervaardiger: Martin Alberts, Collectie Stadsarchief Amsterdam: foto’s eigen fotodienst, Afbeeldingsbestand 010122014927

“Je bent iemand als je hierbinnen komt.”

Ondanks de veranderingen in de stad lijkt de tijd tegelijk ook stil te staan bij Scheltema. Een gevoel dat bij binnenkomst overvalt en waar ze zelf ook trots op zijn. Scheltema is bijzonder door het ‘gezellige huiskamergevoel’ volgens Joke en ‘de mooiigheid van de zaak’ volgens Wim. Wim: “Het is niet alleen een monument om hoe het is, het gaat om het gevoel dat deze plek geeft. De zaak is ruim honderd jaar oud. Zo zijn er tientallen verhalen van wat er allemaal zich heeft afgespeeld.” “Maar”, zegt Joke, “het ligt toch wel vooral aan ons.”

De kinderen van de oberkelner nemen het vak uiterst serieus. Wim en Joke vertellen wat er nodig is om dit werk te kunnen doen. Als kroeguitbater is het belangrijk dat de mensen het gevoel hebben gezien te worden. Joke: “Je bént iemand als je hierbinnen komt.” Rangen en standen bestaan niet. Ze proberen bij Scheltema een omgeving te creëren waar mensen hun zorgen kunnen vergeten en weer even kunnen lachen. Of waar je even kan zeuren als het niet goed gaat. Zodat ‘er een piano van je rug valt als je binnenkomt.’ Een veilige huiskamer, waar ze zich welkom en geliefd voelen.

Wim: “We hebben zoveel mensen gesproken, lam naar huis gebracht.” Joke: “En mensen van de AA komen hier ook, hè? Dan voorkom ik haast dat ze een einde eraan maken. Dan zeg ik: “Wat is er met je gebeurd, zeg? Het leven is nog zo mooi!” En dan komen ze de volgende dag langs met een bos bloemen om te bedanken voor een fijn gesprek.” Op mijn vraag waarom ze in café Scheltema geen muziek draaien geeft Wim een antwoord, dat zo op een wc-tegeltje kan komen te staan: “De klanken van het gesprek zijn de muziek van Scheltema.”

Het nu nog lege café. Foto: Inge Molenaar.

“Dit is essentieel”

Met de coronacrisis staat Scheltema voor een nieuwe uitdaging, net zoals in de jaren zeventig toen de graag geziene redacties uit de straat vertrokken. Joke herinnert zich hoe ze aan het begin van de eerste lockdown, dacht: ‘Pap, let je goed op ons?’ terwijl ze de deur achter zich dicht trok. Tot nu toe wordt er goed op ze gelet. Stamgasten, waaronder bekende namen als Sonja Barend en Geert Mak, zijn een actie gestart om geld te werven voor het café. Het heeft Joke en Wim de ruimte gegeven om weer even adem te halen.

Ze hopen dat na de coronacrisis de bezoekers weer snel zullen komen. Ze zeggen hoopvol te zijn, omdat zoveel mensen hier behoefte aan hebben straks. Want, zeggen ze stellig: “Dit is essentieel.” De deuren staan dadelijk weer wagenwijd open voor de stamgasten, maar ook nieuwe gasten. De jongeren die nu nog voor de supermarkt blijven hangen – “terwijl je hier voor een koffie en een broodje even veel geld kwijt bent!” en de toeristen die aarzelend voor de deur blijven staan. In Scheltema is straks weer iedereen welkom.

Auteur: Inge Molenaar, met dank aan Joke en Wim de Lange.

In januari zijn vijf stamgasten een bonnenactie gestart. Mocht het initiatief je aanspreken, dan kan je tegoedbonnen kopen voor als de cafés weer opengaan. Zie voor meer informatie op de website van Café Restaurant Scheltema.

Bron: De Bibliotheek, Digitale Etalages: Journalistencafés.

Publicatiedatum: 28/04/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.